Eiser, van Venezolaanse nationaliteit, vroeg op 8 november 2023 asiel aan in Nederland. De minister verklaarde zijn aanvraag op 15 april 2025 niet-ontvankelijk omdat Ecuador als veilig derde land werd beschouwd, waar eiser een verblijfsvergunning zou hebben en een band mee zou hebben.
Eiser betwistte dit en stelde dat hij geen deel uitmaakt van het gezin in Ecuador en vreest bij terugkeer gevangen te worden. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht aannam dat eiser een band met Ecuador heeft, gezien zijn verblijf, scholing, werk en familie daar.
De rechtbank vond echter dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat eiser daadwerkelijk zal worden toegelaten tot Ecuador. Eiser beschikte niet over een verblijfsvergunning maar over een inmiddels verlopen visum, en het was onduidelijk of hij opnieuw toegelaten kan worden.
Daarom vernietigde de rechtbank het besluit en gaf de minister acht weken om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werden de proceskosten van eiser aan de minister opgelegd.