ECLI:NL:RBDHA:2025:27202
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens gevaar voor openbare orde na onvoorwaardelijke gevangenisstraf
Eiser diende op 27 september 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier met als doel arbeid als zelfstandige. De minister wees deze aanvraag af op grond van gevaar voor de openbare orde, omdat eiser onherroepelijk veroordeeld was tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Na bezwaar en een eerdere uitspraak waarin de hoorplicht werd geschonden, werd eiser alsnog gehoord, maar de minister bleef bij de afwijzing.
Eiser voerde aan dat de minister ten onrechte geen individueel onderzoek naar zijn persoonlijke omstandigheden had verricht en dat de afwijzing disproportioneel was, mede vanwege zijn sterke familiebanden in Nederland en het ontbreken van ernstige misdrijven. Tevens stelde hij dat het Unierechtelijke openbare ordecriterium van toepassing zou moeten zijn.
De rechtbank oordeelde dat op Turkse zelfstandigen het nationale openbare ordecriterium van toepassing is en niet het Unierechtelijke criterium. Gezien de nationale regelgeving en het feit dat eiser veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zonder bijzondere omstandigheden, mocht de minister de aanvraag afwijzen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens gevaar voor de openbare orde na onvoorwaardelijke gevangenisstraf.