Eiser, van Bengaalse nationaliteit, diende op 26 juni 2025 een asielaanvraag in die door verweerder op 3 juli 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens werd een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Eiser stelde beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank behandelde het beroep op 4 november 2025. Verweerder baseerde de afwijzing op vermeende kennelijk valse en tegenstrijdige verklaringen over foto’s van de vernielde woning, die volgens verweerder afkomstig waren van andere huizen en incidenten dan door eiser beschreven. Verweerder voerde een internetonderzoek aan, maar kon dit onvoldoende onderbouwen en de links naar bewijsmateriaal werkten niet.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet had aangetoond dat sprake was van evidente tegenstrijdigheden die het asielrelaas ongeloofwaardig maken. De late en onvolledige toelichting op het onderzoek en het ontbreken van toetsbare motivering maakten het onmogelijk om de kennelijke ongegrondheid te rechtvaardigen. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het inreisverbod vernietigd, terwijl het terugkeerbesluit vanwege feitelijke uitvoering gehandhaafd bleef.
Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser. De overige beroepsgronden werden niet behandeld omdat het beroep op de kennelijke ongegrondheid slaagde.