ECLI:NL:RBDHA:2025:27198

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
NL25.30758
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30b VwArt. 31 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende onderbouwing kennelijke ongegrondheid asielaanvraag

Eiser, van Bengaalse nationaliteit, diende op 26 juni 2025 een asielaanvraag in die door verweerder op 3 juli 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens werd een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Eiser stelde beroep in tegen deze besluiten.

De rechtbank behandelde het beroep op 4 november 2025. Verweerder baseerde de afwijzing op vermeende kennelijk valse en tegenstrijdige verklaringen over foto’s van de vernielde woning, die volgens verweerder afkomstig waren van andere huizen en incidenten dan door eiser beschreven. Verweerder voerde een internetonderzoek aan, maar kon dit onvoldoende onderbouwen en de links naar bewijsmateriaal werkten niet.

De rechtbank oordeelde dat verweerder niet had aangetoond dat sprake was van evidente tegenstrijdigheden die het asielrelaas ongeloofwaardig maken. De late en onvolledige toelichting op het onderzoek en het ontbreken van toetsbare motivering maakten het onmogelijk om de kennelijke ongegrondheid te rechtvaardigen. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het inreisverbod vernietigd, terwijl het terugkeerbesluit vanwege feitelijke uitvoering gehandhaafd bleef.

Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser. De overige beroepsgronden werden niet behandeld omdat het beroep op de kennelijke ongegrondheid slaagde.

Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van kennelijke ongegrondheid, het overige besluit blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.30758
V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedag] 1999, van Bengalese nationaliteit, eiser,
(gemachtigde: mr. M.M.G. Crompvoets),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. L. Ludwig).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
1.1.
Eiser heeft op 26 juni 2025 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 3 juli 2025 afgewezen. Ook heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar uitgevaardigd.
1.2.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 4 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Asielrelaas
2. Eiser heeft het volgende aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eiser heeft de Bengalese nationaliteit en heeft Bangladesh verlaten vanwege zijn politieke activiteiten. Hij was betrokken bij de [organisatie] , een studentenafdeling van de [partij 1] [1] . Op
7 augustus 2024 is de woning van eiser vernield door de BNP [2] en [partij 2] [3] . Eiser verbleef op dat moment in Qatar en zijn ouders waren de woning al ontvlucht. De BNP en [partij 2] zijn nog steeds naar eiser en zijn familie op zoek. Bij terugkeer naar Bangladesh vreest eiser te worden gedood of verwijderd.
2.1.
Eiser heeft bij zijn asielaanvraag de volgende documenten overgelegd:
  • origineel Bengaals paspoort;
  • kopie van een ID-kaart;
  • kopie van foto’s van de vernielde woning;
  • brief van een buurman.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
identiteit, nationaliteit en herkomst;
de problemen met de BNP en [partij 2] .
3.1.
De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser zijn door verweerder geloofwaardig geacht. De problemen van eiser met de BNP en [partij 2] zijn niet geloofwaardig geacht.
3.2.
Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond [4] . Verweerder heeft hieraan ten grondslag gelegd dat eiser kennelijk vals en tegenstrijdig heeft verklaard over de foto’s die hij bij zijn asielaanvraag heeft overgelegd. Als gevolg van de kennelijke ongegrondverklaring heeft verweerder ook een terugkeerbesluit met onmiddellijke vertrektermijn en een inreisverbod voor de duur van twee jaar aan eiser uitgevaardigd.
Omvang van het geschil
4. Niet in geschil is dat eiser niet in aanmerking komt voor een asielvergunning. Het gaat eiser alleen om de tegenwerping van de kennelijke ongegrondheid en in het verlengde daarvan de uitvaardiging van het inreisverbod.
Procesbelang
5. Op 21 juli 2025 is eiser uitgezet naar Qatar. Eiser heeft dus aan zijn terugkeerverplichting voldaan. Verweerder heeft in dat verband de vraag opgeworpen of nog sprake is van procesbelang. De rechtbank oordeelt dat dit er is. Het belang van eiser is namelijk gelegen in de omstandigheid dat verweerder aan eiser een inreisverbod heeft uitgevaardigd.
6.1.
In het voornemen is eisers asielaanvraag afgedaan als kennelijk ongegrond. Volgens verweerder heeft eiser verklaringen afgelegd die worden beoordeeld als kennelijk vals en kennelijk tegenstrijdig. Dat is in het voornemen als volgt toegelicht:
Uit onderzoek is gebleken dat de aangeleverde foto’s van een huis zijn dat niet in uw woonplaats staat, dan wel van een huis zijn dat aan andere personen dan uw familie toebehoort. Bovendien stammen de foto’s uit periodes van maanden voor- of maanden na
7 augustus 2024 en zijn foto’s van de getoonde huizen gepubliceerd in relatie tot andere incidenten dan u beschrijft in uw asielrelaas.
6.2.
De rechtbank stelt vast dat in het voornemen niet is toegelicht hoe het onderzoek naar de foto’s heeft plaatsgevonden.
6.3.
In de zienswijze heeft eiser er vervolgens op gewezen dat elke objectieve onderbouwing dat de foto’s afkomstig zijn van een ander huis of een ander incident ontbreekt.
6.4.
In het bestreden besluit heeft verweerder daar het volgende over opgenomen:
Uit onderzoek is gebleken dat de afbeeldingen zijn van een huis welke niet in uw woonplaats staat. Bovendien stammen de foto’s uit periodes van maanden voor- of maanden na 7 augustus 2024 en zijn foto’s van de getoonde huizen gepubliceerd in relatie tot andere incidenten dan u beschrijft in uw asielrelaas. Zo blijkt dat de eerste afbeelding die u hebt overgelegd afkomstig is van een nieuwsartikel uit juni 2024 vanwege een brand in de stad Kurigam door een kortsluiting. [voetnoot]De overige foto’s die u hebt overgelegd blijken van een ander incident te zijn die in januari 2025 heeft plaatsgevonden in het dorp Kalni. [voetnoot] Uw verklaring dat dit uw huis zou zijn komt dus niet overeen met openbaar objectieve informatie. Dat uw beschrijving van de woning en u de inhoud van de spreuk op de woning weet houdt niet in dat dit daadwerkelijk uw eigen woning is.
6.5.
Bij deze tekst zijn door verweerder in twee voetnoten drie links toegevoegd. Deze links in het bestreden besluit werken echter niet. Eiser heeft daar in beroep ook op gewezen en aangegeven dat de links niet verifieerbaar zijn. Volgens eiser heeft verweerder niet van meet af aan open kaart gespeeld. Onduidelijk is welk onderzoek heeft plaatsgevonden. Eiser kan zich op deze manier niet verweren en dat is in strijd met het fair play-beginsel.
6.6.
Op verzoek van de rechtbank heeft verweerder de juiste links kort voor de zitting ingediend en zijn excuses aangeboden voor de eerdere foutieve links.
6.7.
Op de zitting heeft verweerder toegelicht hoe het onderzoek naar de foto’s van eiser heeft plaatsgevonden. De beslismedewerker heeft de foto’s op het internet ingevoerd en opgezocht, waarna hij de foto’s in verschillende nieuwsartikelen is tegengekomen. Ook heeft hij Google Translate gebruikt. Er is geen extern onderzoek of onderzoek door een deskundige geweest. Volgens verweerder is het onderzoek gedaan via openbare websites en bronnen en is voor het zoeken van een foto op het internet geen deskundige nodig. Op de vraag of deze gang van zaken vaker voorkomt, heeft verweerder aangegeven hiervan niet op de hoogte te zijn.
6.8.
Met partijen heeft de rechtbank op de zitting vastgesteld dat het om drie nieuwsartikelen gaat. Uit het eerste artikel [5] blijkt dat het gaat om een datum in juni 2024, dus van vóór de datum dat de woning volgens eiser is afgebrand. Van dit artikel zijn zowel een Bengaalse versie als een Engelse vertaling overgelegd. Van het tweede nieuwsartikel [6] is alleen een Bengaalse versie overgelegd. De rechtbank kan dit artikel dus niet nagaan. Van het derde artikel [7] is slechts een Engelse versie met Google Translate vertaling overgelegd. Dit laatste artikel dateert van januari 2025.
7. Hoewel de artikelen die verweerder heeft overgelegd vraagtekens oproepen over de geloofwaardigheid van het asielrelaas van eiser, is de rechtbank van oordeel dat verweerder met de informatie die er ligt onvoldoende heeft onderbouwd waarom er sprake is van kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijke valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen. Dat betekent dat verweerder dus niet artikel 30b, eerste lid, onder e, van de Vw heeft kunnen tegenwerpen. Voor het tegenwerpen daarvan moet het namelijk gaan om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen [8] . Het moet gaan om verklaringen die zo evident tegenstrijdig, onjuist of zodanig onwaarschijnlijk zijn, dat het asielrelaas daardoor ongeloofwaardig wordt [9] . Het is aan verweerder om te motiveren dat en waarom sprake is van evidente tegenstrijdigheid en het oordeel dat uit deze motivering volgt moet toetsbaar zijn voor de rechtbank.
7.1.
Met de huidige gang van zaken is dat verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet gelukt. In de besluitvorming ontbreekt immers duidelijk verifieerbare informatie over de vraag hoe het onderzoek heeft plaatsgevonden. Daarnaast werkten de links ook niet. Ook nu de rechtbank wel de links heeft kunnen bekijken op de zitting, kan de rechtbank nog altijd niet uit al deze artikelen opmaken hoe het nou precies zit. De rechtbank vindt het ook niet zorgvuldig dat verweerder pas vlak voor de zitting alsnog de juiste links stuurt, en pas op de zitting met een inhoudelijke toelichting komt op de werkwijze van het onderzoek. Dit terwijl eisers gemachtigde in de zienswijze al vraagtekens heeft geplaatst bij dit onderzoek en ook op de zitting heeft aangegeven dat zij door het kort voor de zitting toesturen van de links de inhoud niet heeft kunnen bespreken met eiser. Voor de rechtbank is daarom onvoldoende toetsbaar of er sprake is van evidente tegenstrijdigheid waardoor de verklaringen van eiser alle overtuigingskracht wordt ontnomen. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder de asielaanvraag van eiser ten onrechte als kennelijk ongegrond heeft afgedaan. De beroepsgrond slaagt. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking meer.
7.2.
Omdat partijen het erover eens zijn dat de asielaanvraag van eiser kon worden afgewezen op grond van artikel 31 van Pro de Vw, blijft dat deel van het besluit gehandhaafd.
7.3.
Nu de rechtbank van oordeel is dat verweerder de kennelijke ongegrondheid niet aan eiser heeft kunnen tegenwerpen, betekent dit dat verweerder ook geen terugkeerbesluit met een onmiddellijke vertrektermijn kon uitvaardigen. Omdat eiser echter al is uitgezet naar Qatar, en het rechtsgevolg van het terugkeerbesluit dus al in werking is getreden, ziet de rechtbank geen aanleiding het bestreden besluit te vernietigen op dit punt. Wel heeft het ten onrechte tegenwerpen van artikel 30b, eerste lid, onder e, van de Vw gevolgen voor het opgelegde inreisverbod. Dit omdat het is gestoeld op het onthouden van een vertrektermijn, terwijl daarvoor geen grondslag bestond. De rechtbank zal het bestreden besluit dan ook vernietigen voor zover het ziet op het inreisverbod.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover dat ziet op het inreisverbod en handhaaft het besluit voor het overige.
9. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dat ziet op het inreisverbod en handhaaft het besluit voor het overige;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.F.J. Bernt, rechter, in aanwezigheid van
mr.B. Kingma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Politieke partij in Bangladesh.
2.Bangladesh Nationalist Party.
3.Religieuze en politieke partij in Bangladesh.
4.Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw.
5.Afkomstig van
6.Afkomstig van [website 2] .
7.Afkomstig van [website 3] .
8.Dit volgt uit paragraaf C2/7.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000.
9.Kamerstukken II 2014/15, 34088, 3, p. 13 (MvT).