ECLI:NL:RBDHA:2025:27184
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Nigeriaanse homoseksuele man wegens ongeloofwaardigheid geaardheid
Eiser, een Nigeriaanse man, vroeg asiel aan in Nederland op basis van zijn homoseksuele geaardheid. Hij verklaarde dat hij in Nigeria vanwege zijn geaardheid problemen ondervond en in 2016 het land ontvluchtte. Na een eerdere asielaanvraag in 2019, diende hij in 2024 een nieuwe aanvraag in. De minister wees deze af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de homoseksuele gerichtheid van eiser ongeloofwaardig achtte. De rechtbank nam het deskundigenadvies mee dat eiser weliswaar concentratieproblemen heeft, maar in staat is gehoord te worden. De verklaringen van eiser over zijn relatie, gevoelens en ervaringen waren oppervlakkig en boden onvoldoende inzicht in zijn persoonlijke leefwereld en de Nigeriaanse context.
Ook de late indiening van de asielaanvraag in 2024 werd als ongeloofwaardig beoordeeld, mede omdat eiser sinds 2014 wist van zijn geaardheid en sinds 2021 actief betrokken was bij LHBTI-organisaties in Nederland. De rechtbank volgde de minister in het oordeel dat de verklaringen over problemen in Nigeria en de relatie met zijn vriend niet aannemelijk waren.
De rechtbank concludeerde dat het referentiekader van eiser voldoende was betrokken bij de beoordeling en dat het beroep ongegrond is. Het inreisverbod werd gehandhaafd en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod van twee jaar gehandhaafd.