ECLI:NL:RBDHA:2025:27135
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot bevriezing van cryptoplatformaccounts wegens vermoedelijke fraude
In deze kortgedingprocedure vordert eiser een voorlopige voorziening tegen gedaagde cryptoplatformen om de accounts van een derde, [naam 1], en aan hem gelieerde vennootschappen te bevriezen. Eiser stelt slachtoffer te zijn van (crypto)fraude waarbij activa via deze accounts zijn belegd, maar niet worden terugbetaald.
De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat eiser een vordering heeft op [naam 1] en dat er een reëel risico bestaat dat activa worden onttrokken als de accounts niet worden bevroren. Gezien het spoedeisende belang wordt de bevriezing bevolen zonder gedaagden vooraf te horen, en wordt tevens een verbod opgelegd om de betrokken gebruikers vooraf te informeren.
De termijn voor bevriezing wordt vastgesteld op vier dagen na kennisgeving van het vonnis en een Engelse vertaling aan gedaagden. Eiser moet binnen een week na opvragen van verhinderdagen een datum voor mondelinge behandeling verzoeken, anders vervalt de voorziening. Een dwangsom van €100.000 wordt opgelegd bij niet-naleving. De verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De voorzieningenrechter beveelt de bevriezing van de accounts van [naam 1] en gelieerde vennootschappen op het cryptoplatform met een dwangsom bij niet-naleving.