ECLI:NL:RBDHA:2025:27116

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
C/09/696435 KG ZA 25-1260
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 705 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke opheffing conservatoir derdenbeslag wegens onvoldoende aannemelijkheid inbreuk merkrechten

Nomad Company heeft conservatoir derdenbeslag gelegd onder STP wegens vermeende inbreuk op haar merkrechten, voortvloeiend uit een eerdere bodemprocedure tegen Nomadik. STP betwist de inbreuk en stelt dat zij alleen stretchtenten met een ander teken verhandelt en dat het beslag onnodig en disproportioneel is.

De rechtbank overweegt dat Nomad zich niet beroept op vereenzelviging met Nomadik, maar op zelfstandige inbreuk door STP. Hoewel STP aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen producten met het betwiste teken verhandelt, kan niet worden uitgesloten dat het gebruik van het teken op haar website en social media tot verwarring leidt. Daarom blijft het beslag deels gehandhaafd.

De rechtbank begroot de vordering voorlopig op € 50.000, waardoor het beslag wordt opgeheven voor zover het meer dan dit bedrag heeft getroffen. Een verbod op het leggen van nieuw beslag wordt afgewezen. Iedere partij draagt haar eigen proceskosten.

Uitkomst: Het conservatoir derdenbeslag onder STP wordt gedeeltelijk opgeheven tot een bedrag van € 50.000, het overige beslag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/696435 / KG ZA 25-1260
Vonnis in kort geding van 31 december 2025
in de zaak van
STRETCHTENT PRO B.V.te Den Haag,
eiseres,
advocaten mrs. C.S. Mastenbroek en A.J. Verbeek te Ouderkerk aan de Amstel,
tegen:
THE NOMAD COMPANYte Zevenaar,
gedaagde,
advocaten mrs. S. Tigu en L.M.A. Merkus te Rotterdam.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘STP’ en ‘Nomad ’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 22 december 2025;
- de akte van STP houdende overlegging producties 1 tot en met 7;
- de door Nomad overgelegde conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 8;
- de op 29 december 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door STP pleitnotities zijn overgelegd.
1.2.
Op 31 december 2025 is door middel van een verkort vonnis uitspraak gedaan. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking, die is vastgesteld op 7 januari 2026.

2.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Nomad drijft een groothandel in textielwaren, waaronder reis- en campingproducten. Nomad is houdster van een aantal merkinschrijvingen (hierna: ‘de Nomad-Merken’).
2.2.
Nomad is bij dagvaarding van 20 mei 2022 een bodemprocedure bij deze rechtbank gestart tegen Nomadik Stretch Tenten B.V. (hierna: ‘Nomadik’). Nomadik drijft onder meer een groothandel in kampeerartikelen en houdt zich bezig met de verhuur van sport- en recreatieartikelen.
2.3.
Enig aandeelhouder van Nomadik is de Zuid-Afrikaanse onderneming Nomadik Stretch Tents CC (hierna: ‘Nomadik ZA’). Nomadik ZA is een fabrikant en leverancier van een zogenaamde stretchtent, die zowel in Afrika als in Europa worden afgezet. Bestuurder van Nomadik is de heer [naam] (hierna: ‘ [naam] ’).
2.4.
Nomadik bood in Europa haar diensten via diverse Europese websites alsook via diverse social-media-kanalen aan onder het teken NOMADIK (hierna: ‘het Teken’). [naam] is houder van het Uniewoordmerk NOMADIK (hierna: ‘het NOMADIK-Merk’).
2.5.
Nomad vorderde in de bodemprocedure – voor zover thans van belang – a) een verklaring voor recht dat Nomadik met de verhandeling van producten met het Teken en het NOMADIK-Merk inbreuk heeft gemaakt op de Nomad-Merken, b) een veroordeling van Nomadik tot het staken en gestaakt houden van die inbreuk, c) een veroordeling van Nomadik tot het doen van opgave van diverse gegevens en d) een veroordeling van Nomadik tot vergoeding van de door Nomad als gevolg van de inbreuk op haar intellectuele eigendomsrechten geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en de door Nomad gemaakte proceskosten.
2.6.
De rechtbank heeft op 3 september 2025 vonnis gewezen in de bodemprocedure. In dit met uitzondering van de verklaring voor recht uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis heeft de rechtbank – kort gezegd –:
  • voor recht verklaard dat Nomadik inbreuk heeft gemaakt op de Nomad-Merken door de verhandeling van producten in de Europese Unie met het Teken, waardoor zij schadeplichtig is;
  • Nomadik veroordeeld die inbreuk na verloop van drie maanden na betekening van het vonnis te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder het (doen) verkopen, te koop (doen) aanbieden, (doen) leveren, (doen) gebruiken dan wel in voorraad (doen) hebben van producten met het Teken, alsook ieder ander gebruik van het Teken voor het aanbieden van tenten, verhuur van tenten en aanverwante diensten, onder meer op social-media-kanalen en websites;
  • Nomadik veroordeeld om binnen drie maanden opgave te doen aan Nomad van diverse gegevens betreffende – kort gezegd – de verkoop van producten met het Teken, waaronder afnemers, verkoopaantallen en de met die verkoop gemaakte omzet en winst;
  • Nomadik veroordeeld tot vergoeding van de schade die Nomad vanaf 22 maart 2021 heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van de inbreuk door Nomadik op de Nomad-Merken;
  • Nomadik veroordeeld in de proceskosten ad € 18.457,33.
2.7.
Nomad heeft het vonnis van 3 september 2025 voor wat betreft de proceskostenveroordeling geëxecuteerd door het leggen van executoriaal derdenbeslag ten laste van Nomadik onder ING Bank N.V. (hierna: ‘ING’). Dit beslag heeft een bedrag van ongeveer € 4.000,-- getroffen.
2.8.
Nomadik heeft op 1 december 2025 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 3 september 2025. Op dit hoger beroep is nog niet beslist.
2.9.
STP is opgericht op 5 juli 2023. STP drijft een groothandel in kampeerartikelen en houdt in zich in dat verband onder meer bezig met de import en export van stretchtenten en bijbehorende artikelen. Enig aandeelhouder van STP is [naam] . Bestuurders van STP zijn [naam] en DRP AdviesHuis B.V.
2.10.
Op de website van STP (www.stretchtentpro.com) valt onder meer het volgende te lezen:
(…)
2.11.
Op 17 december 2025 heeft Nomad uit hoofde van een daartoe op 12 december 2025 door de voorzieningenrechter van deze rechtbank verleend verlof ten laste van STP conservatoir derdenbeslag doen leggen onder ING. De voorzieningenrechter heeft in het beslagverlof de vordering van Nomad conform haar verzoek voorlopig begroot op € 391.261,26. In het verzoekschrift tot het leggen van beslag heeft Nomad zich op het standpunt gesteld dat haar is gebleken dat de bedrijfsactiviteiten van Nomadik integraal (en Paulianeus) zijn overgeheveld naar STP en dat STP op identieke wijze als Nomadik inbreuk maakt op de Nomad-Merken. Nomad heeft haar vordering in haar beslagverzoek als volgt onderbouwd en begroot:

3.Het geschil

3.1.
STP vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het op 17 december 2025 door Nomad gelegde conservatoire derdenbeslag onder ING met onmiddellijke ingang op te heffen en Nomad te verbieden om hangende de bodemprocedure voor de gepretendeerde vordering nieuwe conservatoire beslagen te leggen onder STP, Nomadik en/of hun bestuurders, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van Nomad in de proces- en nakosten.
3.2.
Daartoe voert STP – samengevat – het volgende aan. Nomadik heeft de verhuur en verkoop van stretchtenten met het Teken al gestaakt voordat op 3 september 2025 in de bodemprocedure vonnis werd gewezen. Deze tenten bevinden zich thans in de opslag van Nomadik. Nomadik ZA heeft volgens STP haar stretchtenten onder een nieuw teken, te weten STRETCHTENT PRO, op de Europese markt gebracht. STP stelt dat zij is opgericht om te fungeren als Europees distributeur van stretchtenten met dit teken. Het vonnis van 3 september 2025 verbiedt volgens STP uitsluitend het gebruik van het Teken en dus niet ook het gebruik van het teken STRETCHTENT PRO. Nomad lijkt zich in haar beslagverzoek op het standpunt te stellen dat STP met Nomadik te vereenzelvigen is. Van vereenzelviging kan naar de mening van STP geen sprake zijn. Daarbij wijst STP erop dat zij uitsluitend stretchtenten met het teken STRETCHTENT PRO verhandelt en dat haar onderneming een zelfstandige juridische entiteit betreft met een eigen website, BTW-nummer, adres, bankrekening en klantenbestand. STP benadrukt dat zij de activa (waaronder de bedrijfsvoorraad stretchtenten voorzien van het Teken), de handelsnaam en de domeinnaam niet van Nomadik heeft overgenomen. Het enige concrete verwijt dat Nomad haar maakt, is volgens STP dat op haar website is vermeld dat Nomadik ZA de producent is van de door haar verhandelde stretchtenten. Daarmee is volgens STP geen sprake van een bij het vonnis van 3 september 2025 verboden gebruik van het Teken. Om die reden heeft Nomad naar de mening van STP geen zelfstandig vorderingsrecht jegens haar. Het social-media-gebruik waar Nomad in haar beslagverzoek aan refereert, valt volgens STP onder de verantwoordelijkheid van Nomadik ZA en die is geen partij bij het vonnis en bovendien is van dit gebruik na 3 december 2025 (de datum waarop het verbod voor Nomadik is ingegaan) geen sprake meer geweest. Daarnaast stelt STP dat Nomad haar vordering ondeugdelijk heeft onderbouwd door aan te knopen bij een volgens Nomad door Nomadik behaalde winst over de jaren 2021-2024. STP heeft geen winst behaald met de exploitatie van stretchtenten met het Teken en zij betwist ook de volgens Nomad door Nomadik eerder behaalde winst. Het beslag dient naar de mening van STP dan ook te worden opgeheven, nu het door Nomad gestelde vorderingsrecht op haar summierlijk ondeugdelijk is.
Daarnaast is het beslag volgens haar onnodig en disproportioneel. In dat verband wijst STP erop dat Nomadik Nomad heeft aangeboden de door haar opgeslagen voorraad stretchtenten met het Teken te verkopen ter voldoening van de proceskosten, maar dat Nomad op dit aanbod niet is ingegaan. Door hiervan in het beslagverzoek geen melding te maken heeft Nomad volgens STP de voorzieningenrechter destijds niet juist/volledig voorgelicht. Volgens STP is het beslag ten laste van haar uitsluitend gelegd om druk uit te oefenen op Nomadik. STP wijst erop dat haar bedrijfsvoering als gevolg van het beslag volledig is stilgelegd. Er kunnen geen betalingen meer worden verricht, waardoor volgens STP de continuïteit van haar onderneming acuut in gevaar komt. Om die reden dient volgens STP een belangenafweging in haar voordeel uit te vallen.
3.3.
Nomad voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.De beoordeling van het geschil

4.1.
Beoordeeld moet worden of er aanleiding bestaat om het op 17 december 2025 door Nomad ten laste van STP gelegde conservatoire derdenbeslag onder ING op te heffen. Op grond van artikel 705 lid 2 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) wordt een gelegd conservatoir beslag onder meer opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt. Volgens vaste rechtspraak ligt het op de weg van degene die opheffing van het conservatoire beslag vordert (in dit geval STP) om, met inachtneming van de beperkingen van een kort geding, aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger (in dit geval Nomad) gepretendeerde vordering ondeugdelijk is of dat het voortduren van het beslag om andere redenen niet kan worden gerechtvaardigd.
4.2.
Nomad heeft aan haar beslagverzoek ten grondslag gelegd dat STP zelfstandig inbreuk maakt op de Nomad-Merken. Dat – zoals STP stelt – Nomad zich voor wat betreft de door haar gestelde inbreuk van STP op haar Nomad-Merken beroept op vereenzelviging met Nomadik, is dan ook niet juist en reeds daarom is voorshands onvoldoende aannemelijk dat het beslag ten laste van STP uitsluitend is gelegd om druk uit te oefenen op Nomadik.
4.3.
Zowel STP als Nomad zoekt bij de beantwoording van de vraag of sprake is van de gestelde inbreuk van STP aansluiting bij het vonnis van deze rechtbank van 3 september 2025 in de bodemprocedure tussen Nomad en Nomadik. In dat vonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat Nomadik inbreuk heeft gemaakt op de Nomad-Merken door in de Europese Unie producten (vooral stretchtenten) te verhandelen met het Teken en heeft zij Nomadik veroordeeld die inbreuk te staken, hetgeen – kort gezegd – betekent dat het Nomadik vanaf drie maanden na de betekening van het vonnis niet meer is toegestaan om producten met het Teken te verhandelen en het Teken in het kader van haar commerciële activiteiten (op onder meer sociale media kanalen en websites) te gebruiken.
4.4.
Nomad stelt zich op het standpunt dat STP op identieke wijze als Nomadik gebruik maakt van het Teken en daarmee op identieke wijze als Nomadik inbreuk maakt op de Nomad-Merken. Met Nomad is de voorzieningenrechter van oordeel dat als dit standpunt juist is, voorshands niet onaannemelijk is dat in een bodemprocedure tussen Nomad en STP zal worden geoordeeld dat ook STP zich schuldig maakt aan een niet-toelaatbare inbreuk op de Nomad-Merken.
4.5.
STP heeft in deze kortgedingprocedure betoogd dat zij zich niet schuldig heeft gemaakt aan de door Nomad in het beslagverzoek gestelde inbreuk op de Nomad-Merken. Om die reden is volgens STP het door Nomad jegens haar ingeroepen vorderingsrecht ondeugdelijk en dient het ter verzekering van dit vorderingsrecht ten laste van haar gelegde conservatoire derdenbeslag te worden opgeheven. STP kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter ten dele in dit betoog worden gevolgd. STP stelt dat zij in haar hoedanigheid van distributeur van Nomadik ZA uitsluitend stretchtenten met het teken STRETCHTENT PRO verhandelt en niet – zoals Nomad stelt – stretchtenten voorzien van het Teken. Nomad heeft die stelling niet althans niet gemotiveerd weersproken. Zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat STP stretchtenten met het Teken verhandelt en het vonnis van 3 september 2025 biedt geen aanknopingspunten voor de conclusie dat met het verhandelen van stretchtenten voorzien van het teken STRETCHTENT PRO eveneens inbreuk wordt gemaakt op de Nomad-Merken. De vordering op die grondslag is daarmee summierlijk ondeugdelijk.
4.6.
In haar beslagverzoek heeft Nomad eveneens aangevoerd dat STP inbreuk maakt op de Nomad-Merken door op haar website en social-media-kanalen gebruik te maken van het Teken. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de vermeldingen op haar website zoals hiervoor weergegeven onder 2.10. Volgens STP is van die gestelde inbreuk evenmin sprake, nu het hierbij slechts gaat om toegestane (feitelijke) vermeldingen van de (handels)naam van de Zuid-Afrikaanse producent van de tenten met het teken STRETCHTENT PRO. Nomad heeft ter zitting haar stelling dat zulks niet toelaatbaar is gehandhaafd.
In het kader van het beperkte bestek van deze kortgedingprocedure, waarin de deugdelijkheid van de door Nomad gestelde vordering slechts summier kan worden onderzocht, valt voorshands niet uit te sluiten dat een bodemrechter vanwege de aanwezigheid van het woord NOMADIK in de betreffende vermeldingen tot het oordeel zal komen dat sprake is van verwarringsgevaar (zoals overwogen in het vonnis van 3 september 2025), en daarmee van een zelfstandige inbreuk door STP op de Nomad-Merken. Nu voorshands evenmin valt uit te sluiten dat Nomad als gevolg van die vermeldingen schade lijdt, is er geen grond voor volledige opheffing van het door Nomad ten laste van STP gelegde conservatoire derdenbeslag onder ING. Bij die stand van zaken kan in het kader van deze kortgedingprocedure in het midden blijven of – zoals Nomad in het beslagverzoek stelt en STP eveneens gemotiveerd heeft weersproken – STP door het gebruik van (onder meer) hashtags op haar social-media-kanalen met daarin het woord NOMADIK dan wel het gebruik van metadata en/of URL’s met dit woord (eveneens) inbreuk maakt op de Nomad-Merken.
4.7.
De voorzieningenrechter heeft de vordering van Nomad in het beslagverlof conform haar verzoek voorlopig begroot op € 391.261,26. Daarbij gaat het om een door Nomad gestelde schadevordering op STP ter grootte van € 300.970,20, vermeerderd met een opslag van 30% in verband met rente en kosten. Nomad heeft voor wat betreft de hoogte van deze schadevordering op STP aansluiting gezocht bij de winsten die Nomadik volgens haar met de verkoop van stretchtenten met het Teken heeft behaald.
4.8.
Zoals hiervoor al is overwogen, verhandelt STP in haar hoedanigheid van distributeur van Nomadik ZA uitsluitend stretchtenten met het teken STRETCHTENT PRO en daarmee maakt zij naar voorshands oordeel geen inbreuk op de Nomad-Merken. Nomad heeft noch in haar beslagverzoek noch in deze kortgedingprocedure inzichtelijk gemaakt welke schade zij lijdt als gevolg van de hiervoor besproken vermeldingen op haar website (en overigens evenmin als gevolg van het volgens haar niet toegestane gebruik van het Teken op haar social-media-kanalen). Dat Nomad als gevolg van die vermeldingen schade lijdt, kan voorshands niet worden uitgesloten. Voor wat betreft de omvang van die schade kan echter in ieder geval niet worden aangesloten bij de vermeende door Nomadik behaalde winsten, zulks nog daargelaten dat STP die winsten eveneens heeft weersproken. De voorzieningenrechter ziet bij die stand van zaken – mede gelet op de voldoende aannemelijk gemaakte verstrekkende gevolgen die het beslag in zijn huidige vorm voor STP heeft – aanleiding om de vordering van Nomad op STP met inbegrip van rente en kosten voorlopig te (her)begroten op een bedrag van € 50.000,--. Dit heeft tot gevolg dat het beslag zal worden opgeheven voor zover het meer dan € 50.000,-- heeft getroffen. Voor het overige is blijkens het voorgaande van het onnodige van het beslag niet gebleken.
4.9.
Daarbij tekent de voorzieningenrechter nog aan dat – anders dan STP stelt – van Nomad niet kan worden verlangd dat zij in plaats van het leggen van beslag ten laste van STP gebruik maakt van het door Nomadik gedane aanbod om de door haar opgeslagen stretchtenten met het Teken te verkopen. Nomad stelt immers een vordering op STP te hebben uit hoofde van een zelfstandige inbreuk van STP op de Nomad-Merken en Nomad kan zich voor wat betreft die vordering vanzelfsprekend niet verhalen op vermogensbestanddelen van Nomadik. STP kan dan ook niet worden gevolgd in haar betoog dat Nomad de voorzieningenrechter in haar beslagverzoek onjuist of onvolledig heeft voorgelicht door geen melding te maken van het door Nomadik gedane aanbod om haar stretchtenten met het Teken te verkopen.
4.10.
Er bestaat tenslotte geen aanleiding om Nomad te verbieden opnieuw beslag te leggen onder STP, Nomadik en/of hun bestuurders. Ten aanzien van Nomadik en haar bestuurders geldt dat zij in deze procedure geen partij zijn. Door of ten behoeve van hen kunnen in deze procedure dan ook geen vorderingen worden ingesteld. De vordering is, voor zover ingesteld door of ten behoeve van STP en haar bestuurders evenmin toewijsbaar. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat STP heeft nagelaten om deze vordering van een deugdelijke onderbouwing te voorzien. Daarnaast geldt dat de feitelijke situatie in de toekomst kan veranderen, waardoor er mogelijk wel dan wel opnieuw aanleiding voor Nomad kan zijn om beslag te leggen op vermogensbestanddelen van STP en/of haar bestuurders.
4.11.
In de uitkomst van deze procedure ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
- heft op het op 17 december 2025 door Nomad ten laste van STP onder ING gelegde conservatoire beslag, voor zover dit beslag meer dan € 50.000,-- heeft getroffen;
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
- wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2025.
mw