ECLI:NL:RBDHA:2025:27035

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
C/09/696370 / FA RK 25-9603
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting van inbewaringstelling op grond van alternatieve zorgmogelijkheden

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft op 18 december 2025 een verzoek ingediend tot machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van cliënt, die verblijft in een zorgaccommodatie. Cliënt, geboren in 1957, is door de burgemeester in bewaring gesteld op 17 december 2025. De rechtbank hield op 23 december 2025 een mondelinge behandeling waarbij cliënt, zijn advocaat, een verpleegkundig specialist en zijn zoon werden gehoord.

Cliënt gaf aan dat hij zich goed voelt, geen gevolgen van het herseninfarct ervaart en in staat is voor zichzelf en zijn katten te zorgen. Hij is het niet eens met het verzoek en wil naar huis. De advocaat pleitte voor afwijzing van het verzoek, stellende dat er minder bezwarende alternatieven zijn, zoals thuiszorg. De verpleegkundig specialist stelde dat cliënt cognitieve stoornissen heeft en zich eerder niet aan medisch advies hield. De zoon uitte ernstige zorgen over het alcoholgebruik van cliënt en zijn medewerking aan hulpverlening, en beschouwt het verzoek als laatste noodzakelijke stap.

De rechtbank oordeelde dat opname een ultimum remedium moet zijn, maar dat dit niet is vastgesteld omdat thuiszorg als alternatief beschikbaar is en niet voldoende is onderzocht. Cliënt verklaarde bereid te zijn deze zorg te accepteren. Daarom voldoet het verzoek niet aan de criteria voor voortzetting van de inbewaringstelling en werd het afgewezen.

De beschikking is uitgesproken op 23 december 2025 door rechter H.J.M. Bellekom en griffier L. Batenburg. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen vanwege het bestaan van minder bezwarende alternatieven zoals thuiszorg.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/696370 / FA RK 25-9603
Datum beschikking: 23 december 2025

Afwijzing machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

Beschikkingnaar aanleiding van het op 18 december 2025 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt] ,
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1957 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] ,
advocaat: mr. P.J.W. de Water te Leiderdorp.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 18 december 2025.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de gemeente Leidschendam-Voorburg van 17 december 2025;
- de op 17 december 2025 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1] , die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 december 2025. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
- de verpleegkundig specialist, de heer [naam 2] ;
- de zoon, de heer [naam 3] .

Standpunten ter zitting

Door cliënt is naar voren gebracht dat het goed gaat met hem. Hij is geopereerd aan zijn heup en loopt naar eigen zeggen weer zoals hij vroeger ook liep. Hij merkt geen gevolgen van het herseninfarct die hij tijdens de operatie heeft opgelopen. Cliënt geeft aan dat hij in staat is om zowel voor zichzelf als voor zijn katten kan zorgen. Hij is het niet eens met het verzoek en wil graag naar huis. De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek. Voor cliënt is een minder bezwarend alternatief beschikbaar om het ernstig nadeel af te wenden. Cliënt kan in de thuissituatie worden verzorgd en ondersteund door de thuiszorg.
De verpleegkundig specialist heeft verklaard dat bij cliënt cognitieve stoornissen zijn vastgesteld als gevolg van hersenschade door meerdere oorzaken. Cliënt heeft zich eerder niet gehouden aan medisch advies en heeft medewerking aan de behandeling geweigerd. Indien cliënt alsnog naar huis gaat, resteert als alternatief uitsluitend het inzetten van thuiszorg op verschillende momenten van de dag. Voor nadere diagnostiek wordt verzocht de huisarts te benaderen voor een verwijzing naar de ouderenpoli.
De zoon heeft aangegeven dat zijn vader op sommige praktische punten nog capabel is, maar dat hij zich op essentiële punten ernstig zorgen maakt. Er is sprake van fors alcoholgebruik, hetgeen heeft geleid tot ziekenhuisopnames en gevaarlijke situaties, waaronder het aantreffen van zijn vader op de grond na een hypo in combinatie met alcohol. Er zijn grote hoeveelheden alcohol aangetroffen en structureel bestellingen van sterke drank gedaan. De zoon geeft aan dat zijn vader de problemen bagatelliseert. Daarnaast verleent hij geen medewerking aan hulp, zowel in de thuissituatie als in het ziekenhuis. De zoon stelt dat hij uitgeput is en geen mogelijkheden meer ziet om zijn vader thuis te ondersteunen. Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling beschouwt hij als een laatste en noodzakelijke stap om ernstig verval te voorkomen.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat de zorg aan cliënt noodzakelijk is. Uitgangspunt van de wet is echter dat een opname een ultimum remedium moet zijn. Naar het oordeel van de rechtbank kan op dit moment niet worden vastgesteld dat dit het geval is, omdat er nog het een en ander kan worden ingezet, zoals het inzetten van thuiszorg op verschillende momenten van de dag. De rechtbank komt tot de conclusie dat er alternatieven zijn om het ernstig nadeel af te wenden, althans dat niet gebleken is dat deze voldoende zijn onderzocht. Cliënt heeft ter zitting verklaard dat hij bereid is deze zorg te aanvaarden. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat cliënt de toezegging om in de thuissituatie hulpverlening te aanvaarden zal accepteren en ook zal nakomen.
Nu niet kan worden vastgesteld dat de verzochte verplichte zorg een ultimum remedium is, wordt niet voldaan aan de criteria tot het verlenen van een voortzetting van de inbewaringstelling. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J.M. Bellekom, rechter, bijgestaan door L. Batenburg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 december 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 30 december 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.