ECLI:NL:RBDHA:2025:27035
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voortzetting van inbewaringstelling op grond van alternatieve zorgmogelijkheden
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft op 18 december 2025 een verzoek ingediend tot machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van cliënt, die verblijft in een zorgaccommodatie. Cliënt, geboren in 1957, is door de burgemeester in bewaring gesteld op 17 december 2025. De rechtbank hield op 23 december 2025 een mondelinge behandeling waarbij cliënt, zijn advocaat, een verpleegkundig specialist en zijn zoon werden gehoord.
Cliënt gaf aan dat hij zich goed voelt, geen gevolgen van het herseninfarct ervaart en in staat is voor zichzelf en zijn katten te zorgen. Hij is het niet eens met het verzoek en wil naar huis. De advocaat pleitte voor afwijzing van het verzoek, stellende dat er minder bezwarende alternatieven zijn, zoals thuiszorg. De verpleegkundig specialist stelde dat cliënt cognitieve stoornissen heeft en zich eerder niet aan medisch advies hield. De zoon uitte ernstige zorgen over het alcoholgebruik van cliënt en zijn medewerking aan hulpverlening, en beschouwt het verzoek als laatste noodzakelijke stap.
De rechtbank oordeelde dat opname een ultimum remedium moet zijn, maar dat dit niet is vastgesteld omdat thuiszorg als alternatief beschikbaar is en niet voldoende is onderzocht. Cliënt verklaarde bereid te zijn deze zorg te accepteren. Daarom voldoet het verzoek niet aan de criteria voor voortzetting van de inbewaringstelling en werd het afgewezen.
De beschikking is uitgesproken op 23 december 2025 door rechter H.J.M. Bellekom en griffier L. Batenburg. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen vanwege het bestaan van minder bezwarende alternatieven zoals thuiszorg.