Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:27027

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
C/09/681138 / FA RK 25-1567
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 815 RvArt. 1:100 BWArt. 1:84 BWArt. 1:157 lid 6 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met voorlopige zorgregeling, alimentatie en verdeling huwelijksgemeenschap

Partijen zijn gehuwd in 2014 en hebben een minderjarige geboren in 2017. Zij oefenen gezamenlijk gezag uit. De rechtbank verklaart partijen ontvankelijk in hun verzoeken tot echtscheiding ondanks het ontbreken van een ouderschapsplan.

De rechtbank stelt vast dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wijst het verzoek tot echtscheiding toe. De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt voorlopig bij de vrouw vastgesteld, omdat de man geen eigen woning heeft. De zorg- en opvoedingstaken worden voorlopig verdeeld volgens een regeling die sinds januari 2025 wordt uitgevoerd en goed verloopt. Na het verkrijgen van een eigen woning door de man wordt een 50/50 zorgregeling ingevoerd met een opbouwperiode.

Partijen zijn het eens over kinderalimentatie van €116 per maand door de vrouw aan de man, ingaande op datum beschikking, en partneralimentatie van €457 per maand door de vrouw aan de man, ingaande op datum inschrijving echtscheidingsbeschikking. De vrouw krijgt het voortgezet gebruik van de echtelijke woning voor zes maanden toegewezen. De huwelijksgemeenschap wordt verdeeld conform gemaakte afspraken, met taxatie van de woning en verdeling van de over- of onderwaarde. Diverse bankrekeningen, inboedel, creditcard en leaseauto worden verdeeld zoals overeengekomen.

De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw tot vergoeding van VvE-kosten en gemeentelijke belastingen af, maar bepaalt dat de man de helft van de kosten van een gehuurde opslagbox betaalt. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de echtscheiding zelf.

Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken met vaststelling van zorgregeling, alimentatie, voortgezet gebruik woning en verdeling huwelijksgemeenschap.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1567 (echtscheiding) en FA RK 25-5692 (verdeling)
Zaaknummer: C/09/681138 (echtscheiding) en C/09/689193 (verdeling)
Datum beschikking: 23 december 2025

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 25 februari 2025 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H.H.R. Bruggeman in Leiderdorp.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.E. Muller in Haarlem.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken van de vrouw;
  • het verweer van de man tegen de zelfstandige verzoeken van de vrouw;
  • het bericht met bijlagen van 14 november 2025 van de man;
  • het bericht met bijlagen van 14 november 2025 van de vrouw.
De minderjarige [de minderjarige] is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
Op 25 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man bijgestaan door zijn advocaat en de vrouw bijgestaan door haar advocaat.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd op [datum] 2014 in [plaats] .
  • Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
  • [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] .
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
  • Partijen zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de man, zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:
  • bepaling dat het ouderschapsplan aan de beschikking wordt gehecht,
  • vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw,
  • vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over [de minderjarige] , met vaststelling van de verdeling van de vakanties en feestdagen;
  • vaststelling van kinderalimentatie van € 108,- per maand door de vrouw aan de man te betalen, bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van de datum van het verzoekschrift;
  • vaststelling van door de vrouw aan de man te betalen partneralimentatie van € 457,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen;
  • vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform het voorstel van de man;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De vrouw voert verweer tegen het verzochte, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bovendien heeft de vrouw na wijziging, zelfstandig verzocht om de echtscheiding uit te spreken, met nevenvoorzieningen tot:
  • vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] de kinderen bij de vrouw;
  • vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over [de minderjarige] , met vaststelling van de verdeling van de vakanties en feestdagen;
  • vaststelling van kinderalimentatie van € 116,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van de datum van de beschikking;
  • voortgezet gebruik van de echtelijke woning met inboedel voor de duur van zes maanden;
  • vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform het voorstel van de vrouw;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert – onder referte van de kinderalimentatie – nog verweer tegen het verzochte, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Echtscheiding
Ontvankelijkheid
De rechtbank overweegt dat partijen geen ouderschapsplan hebben ingediend zoals vereist is op grond van artikel 815 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De rechtbank zal partijen desondanks ontvankelijk verklaren in de verzoeken tot echtscheiding. Partijen hebben grotendeels afspraken kunnen maken over [de minderjarige] , maar zijn het alleen op kleine punten niet eens geworden.
Inhoudelijke beoordeling
De man heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De vrouw heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Hoofdverblijfplaats
De man verzoekt voorlopig de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw te bepalen, nu hij geen eigen woning heeft waar hij [de minderjarige] kan ontvangen. Vanaf het moment dat hij wel een eigen woonruimte heeft verzoekt de man de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij hem te bepalen. De man kan dan een grotere huurwoning toegewezen krijgen en ontvangt meer kindgebonden budget dan de vrouw. De vrouw is van mening dat de overwegingen van de man om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij hem te bepalen puur financiële overwegingen zijn. Zij vindt het op emotioneel vlak belangrijk dat [de minderjarige] bij haar staat ingeschreven. Daarnaast is zij ook afhankelijk van de toeslagen.
De rechtbank overweegt als volgt. Momenteel verblijft [de minderjarige] bij de vrouw. De rechtbank overweegt dat zij financiële motieven niet doorslaggevend wil laten zijn bij deze beslissing. De emotionele motieven resteren dan en die zijn naar het oordeel van de rechtbank voor zowel bij de vrouw als bij de man aanwezig. De rechtbank zal hierin geen keuze maken en daarom aansluiting zoeken bij de feitelijke situatie. In dat licht zal de rechtbank de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw bepalen.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Partijen zijn het eens over de voorlopige zorgregeling. Deze zorgregeling wordt sinds januari 2025 uitgevoerd en verloopt volgens beide partijen goed. De rechtbank zal deze regeling vastleggen voor de duur dat de man nog geen eigen woning heeft.
Partijen verschillen van mening hoe het verder moet vanaf het moment dat de man eigen woonruimte heeft. De man wil vanaf dat moment een co-ouderschapsregeling met als wisselmoment de maandag naar school. De vrouw is het niet eens met dit verzoek. De week-op-week-af regeling is niet haalbaar met haar werk. De vrouw vindt het daarnaast een te lange periode waarbij [de minderjarige] de andere ouder niet ziet. De vrouw is sowieso van mening dat de uitbreiding van de zorgregeling geleidelijk moet plaatsvinden.
De rechtbank acht het van belang dat vanaf het moment dat de man eigen woonruimte heeft, de zorg over [de minderjarige] tussen partijen gelijker wordt verdeeld. De rechtbank begrijpt dat een week-op-week-af regeling niet haalbaar is voor de vrouw haar werk, en zal daarom een andere regeling bepalen die echter wel neerkomt op een 50/50 verdeling van de zorg.
De rechtbank zal bepalen dat [de minderjarige] in de ene week van maandag tot woensdagmiddag, en in de andere week woensdagmiddag tot en met vrijdag naar school, alsmede om het weekend van vrijdag tot maandag naar school bij de man is. Met partijen is op de zitting besproken dat de uitgebreidere zorgregeling opgebouwd moet worden. De rechtbank geeft daarbij mee dat na één maand nadat de man een eigen woonruimte heeft [de minderjarige] om de week het weekend bij de man verblijft, en dat uiterlijk na twee maanden nadat de man een eigen woonruimte heeft de hierboven omschreven regeling zal gelden. Partijen kunnen in onderling overleg bepalen hoe de opbouw voor wat betreft de doordeweekse dagen eruit moet zien, zij het dat ook daarvoor geldt dat de bovengenoemde regeling na twee maanden zal gelden. De rechtbank geeft daarbij mee dat de rechtbank zich kan voorstellen dat [de minderjarige] eerst een middag gaat kijken in de woning en zijn nieuwe kamer, en daarna wordt gestart met één overnachting en dit verder wordt uitgebreid. Op de zitting hebben beide partijen uitgesproken dat het fijn is als het Jeugd- en Gezinsteam (JGT) betrokken blijft.
Vakanties en feestdagen
Op de zitting is besproken dat partijen het eens zijn over de verdeling van de vakanties en feestdagen, behalve over de zomervakantie en de pinkstervakantie. De vrouw heeft toegelicht dat de laatste drie weken van de zomer bij haar niet haalbaar zijn, omdat zij altijd de laatste twee weken moet werken. Dit was ook altijd tijdens het huwelijk het geval. De rechtbank zal daarom bepalen dat [de minderjarige] in de zomer volgens de verdeling 2-2-1-1- bij partijen is. Ten aanzien van de pinkstervakantie zal de rechtbank bepalen dat [de minderjarige] in de oneven jaren bij de man is en in de even jaren bij de vrouw.
Kinderalimentatie
Partijen zijn het erover eens dat de behoefte van [de minderjarige] € 811,- per maand bedraagt in 2024, en dat de draagkracht van de man € 25,- per maand bedraagt. Gelet hierop hebben partijen tijdens de zitting overeenstemming bereikt over de kinderalimentatie: € 116,- per maand, te betalen door de vrouw aan de man. Zij zijn het echter niet eens over de ingangsdatum van de kinderalimentatie.
De rechtbank overweegt als volgt. Tot op heden heeft de vrouw de kosten voor [de minderjarige] voldaan. De rechtbank acht het dan ook redelijk om de kinderalimentatie niet met terugwerkende kracht te laten ingaan, en zal de datum van de beschikking als ingangsdatum hanteren van de te betalen kinderalimentatie.
Partneralimentatie
Op basis van de overgelegde alimentatieberekeningen zijn partijen het eens geworden over de partneralimentatie. Zij hebben daarbij afgesproken dat de vrouw aan de man een partneralimentatie zal voldoen van € 457,- per maand. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, en de ingangsdatum conform artikel 1:157 lid 6 BW Pro vaststellen op de datum van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.
Voortgezet gebruik woning
De rechtbank overweegt als volgt. Hoewel beide partijen ervan overtuigd zijn dat de vrouw de echtelijke woning kan overnemen, zal de rechtbank voor de zekerheid het verzoek van de vrouw toewijzen. Op het moment dat de vrouw de echtelijke woning namelijk niet kan overnemen, moet zij samen met [de minderjarige] op stel en sprong op zoek naar een andere woning. Door toewijzing van het verzoek wordt aan de vrouw in het onverhoopte scenario net wat meer ruimte gegeven.
Verdeling huwelijksgemeenschap
Partijen zijn gehuwd op [datum] 2014 in [plaats] . Omdat partijen geen huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt, moet worden aangenomen dat tussen hen een wettelijke algehele gemeenschap van goederen bestaat. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de ontbonden huwelijksgemeenschap bij helfte wordt verdeeld, nu het huwelijk is gesloten voor 1 januari 2018 (artikel 1:100 Burgerlijk Pro Wetboek)
Peildatum
Voor het vaststellen van de omvang van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap geldt de datum van indiening van het verzoekschrift bij de rechtbank, te weten 25 februari 2025. Als peildatum voor de waardering van de te verdelen goederen geldt de datum van de verdeling. De rechtbank ziet geen aanleiding in redelijkheid of billijkheid om van deze uitgangspunten af te wijken. Partijen zijn ook geen andere peildatum overeengekomen.
OmvangPartijen hebben gesteld dat de volgende vermogensbestanddelen in de ontbonden huwelijksgemeenschap vallen:
de echtelijke woning gelegen aan de [adres] en de daaraan verbonden hypothecaire geldlening met nummer [nummer 1] ,
de inboedel,
de saldi van de bank- en spaarrekeningen,
e creditcard,
de Suzuki Igni en de daarbij behorende leaseovereenkomst.
Ad. a – de echtelijke woning gelegen aan de [adres] en de daaraan verbonden hypothecaire geldlening met nummer [nummer 1]
Op de zitting hebben partijen afspraken gemaakt ten aanzien van de echtelijke woning en de daaraan verbonden hypothecaire geldlening. De vrouw zal in de gelegenheid worden gesteld om de woning over te nemen. Partijen hebben afgesproken dat [makelaar] in [plaats] een bindende taxatie zal uitvoeren en dat partijen de kosten voor deze taxatie zullen delen. Zij hebben afgesproken dat de vrouw in de week van 25 november 2025 via de e-mail opdracht geeft aan de makelaar-taxateur met de man in de CC vermeld. Als na drie maanden blijkt dat de vrouw de woning niet kan overnemen, zal deze worden verkocht. De rechtbank zal beslissen conform de gemaakte afspraken tussen partijen en een spoorboekje op nemen in het dictum.
Ad. b – de inboedel
Onder begeleiding van de advocaten hebben partijen overeenstemming bereikt ten aanzien van de inboedel. De rechtbank zal daarom vaststellen dat er niets meer te beslissen valt.
Ad. c – de saldi van de bank- en spaarrekeningen
Op de zitting hebben partijen afspraken gemaakt over de verdeling van de saldi van de bank- en spaarrekeningen. Zij hebben daarbij het volgende afgesproken:
- Gezamenlijke bankrekeningen:
- [bankrekening 1] : saldo verdelen per peildatum en wordt opgeheven per datum notariële overdracht van de woning;
- Spaarrekening [spaarrekening] (gekoppeld aan [bankrekening 1] ): saldo verdelen per peildatum;
- Bankrekeningen op naam van de vrouw:
- [bankrekening 2] (Centraal Beheer): saldo verdelen per peildatum en daarbij de advocaat kosten van de vrouw opgeteld;
- [bankrekening 3] : saldo verdelen per peildatum;
- [bankrekening 4] : saldo verdelen per peildatum
- Bankrekeningen op naam van de man:
- [bankrekening 5] : saldo verdelen per peildatum;
- [bankrekening 6] : saldo verdelen per peildatum;
- Bankrekening [de minderjarige] ( [bankrekening 7] ): saldo verdelen per peildatum en vervolgens deze rekening opheffen;
Op basis hiervan zijn partijen overeengekomen dat een bedrag van € 7.273,79 door de vrouw moet worden betaald aan de man.
Ad. d – de creditcard
De vrouw wil graag de creditcard met [creditcard] blijven gebruiken. Aan deze kaart is een maximaal krediet gekoppeld van € 2.250,- en op dit moment is er geen openstaand krediet. De man is hiermee akkoord.
Ad. e – de Suzuki Igni en de daarbij behorende leaseovereenkomst.
Tijdens het huwelijk hebben partijen een auto van het merk Suzuki Igni in gebruik gehad waarvoor een leaseovereenkomst is afgesloten. De premie bedraagt daarvoor op dit moment € 352,14 per maand. Partijen zijn het erover eens dat de rechten en de plichten uit deze overeenkomst aan de vrouw worden toegedeeld, zonder nadere verrekening. De vrouw heeft de auto immers in haar bezit en de man heeft geen rijbewijs. De rechtbank zal conform beslissen.
Vorderingen van de vrouw op de man
VvE kosten en gemeentelijke belastingen
De vrouw stelt dat de man sinds zijn vertrek uit de echtelijke woning de helft van de hypotheek van € 395,74 per maand voldoet. De vrouw betaalt de andere helft van de hypotheek en de overige eigenaarslasten van € 199,- per maand aan VvE en de gemeentelijke belastingen van € 1.542,12 per jaar. Gelet hierop is de vrouw van mening dat zij een vordering heeft op de man. Volgens haar zien de VvE kosten niet op de gebruikerslasten maar op het behoud en beheer van het gemeenschappelijk eigendom. Deze lasten moeten dan ook bij helfte gedragen worden, net als de gemeentelijke belastingen.
De man voert verweer. Hij is van mening dat de vrouw sinds zijn vertrek in november 2024 in de gezamenlijke woning verblijft en daarvoor geen gebruikersvergoeding heeft betaald. De man stelt dat deze gebruikersvergoeding vergelijkbaar is met de door de vrouw betaalde lasten van de VvE en de gemeentelijke belastingen.
De rechtbank overweegt, zoals ter zitting besproken, als volgt. De VvE en de gemeentelijke belastingen zijn kosten van de gezamenlijke huishouding als bedoeld in artikel 1:84 BW Pro. Niet gebleken is dat de vrouw meer dan haar aandeel, naar rato van inkomen, heeft betaald aan deze lasten. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw daarom afwijzen.
Kosten Eurobox
De vrouw stelt dat partijen een Eurobox huren bij S.S. Leiden met nummer [nummer 2] . De huur voor deze box wordt jaarlijks verhoogd en moet vooruit worden betaald. De vrouw heeft de kosten van deze box voldaan en stelt dat de man de helft aan haar moet betalen.
Op de zitting heeft de man bevestigd dat de opslagbox tot oktober 2025 is gehuurd. Hij heeft toegezegd de helft van de kosten voor zijn rekening te nemen, te weten € 340,35. Partijen hebben daarbij afgesproken dat dit bedrag zal worden verrekend met het door de man te ontvangen bedrag van de saldi van de bank- en spaarrekeningen.
Proceskosten
Omdat deze procedure een familierechtelijke kwestie betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen de man en de vrouw, gehuwd op [datum] 2014 in [plaats] ;
*
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] , de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vrouw;
*
bepaalt dat [de minderjarige] bij de man zal zijn:
  • voorlopig totdat de man een eigen woning heeft:iedere woensdag uit school tot aan de muziekles en iedere zaterdag van 11:00 uur tot 14:30 uur waarbij de man [de minderjarige] naar de scouting brengt. Daarnaast zullen de man en [de minderjarige] videobellen op maandag en vrijdag van 17:30 uur tot 18:00 zonder dat de vrouw daarbij aanwezig is;
  • vanaf het moment dat de man een eigen woning heeft: na een opbouw van twee maanden door partijen in onderling overleg te bepalen:
  • in de ene week van maandag tot woensdagmiddag;
  • in de andere week woensdagmiddag tot en met vrijdag naar school;
  • alsmede om het weekend van vrijdag tot maandag naar school;
waarbij ten aanzien van de opbouw geldt:
- na een maand nadat de man een eigen woning heeft, is [de minderjarige] om het weekend van vrijdag tot maandag naar school bij de man;
*
bepaalt als verdeling van de vakanties en feestdagen:
  • voorjaarsvakantie: in de even jaren bij de vrouw, en in de oneven jaren bij de man;
  • meivakantie: in de even jaren de eerste week bij de vrouw en de tweede week bij de man, in de oneven jaren andersom;
  • pinkstervakantie: in de even jaren bij de vrouw, en in de oneven jaren bij de man,
  • zomervakantie: 2-2-1-1 waarbij de vrouw in de even jaren de eerste voorkeur heeft en de man in de oneven jaren;
  • herfstvakantie: in de even jaren bij de man, en de oneven jaren bij de vrouw
  • kerstvakantie: in de even jaren de eerste week bij de man en de tweede week bij de vrouw, in de oneven jaren andersom
  • Moederdag: bij de vrouw vanaf 09:00 uur
  • Vaderdag: bij de man vanaf 09:00 uur;
  • overige feest- en studiedagen: volgens de reguliere zorgregeling;
*
bepaalt de door de vrouw aan de man, met ingang van heden, te betalen kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige] op € 116,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
bepaalt de door de vrouw aan de man te betalen bijdrage in het levensonderhoud, met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand, op € 457,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
bepaalt dat de vrouw jegens de man bevoegd is de bewoning van de echtelijke woning aan de [adres] , en het gebruik van de zaken die behoren bij deze woning en tot de inboedel daarvan, voort te zetten gedurende zes maanden na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand;
*
stelt ten aanzien van de inboedel vast dat er niets meer te beslissen valt;
*
stelt de verdeling van de huwelijksgemeenschap als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
- met betrekking tot de woning, gelegen aan de [adres] , en de daaraan gekoppelde hypothecaire geldlening met nummer [nummer 1] :
1. de woning wordt toegedeeld aan de vrouw op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a. de echtelijke woning wordt getaxeerd door een makelaar-taxateur van [makelaar] in [plaats] . De vrouw geeft in de week van 25 november 2025 hiertoe opdracht per e-mail met daarbij de man in de CC vermeld. Deze makelaar-taxateur zal tussen partijen bindend de waarde vaststellen waartegen de vrouw de woning zal overnemen. Partijen zullen de kosten van deze taxatie delen;
b. de vrouw dient binnen drie maanden na de taxatie aan de man aan te tonen dat zij de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen met ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening;
c. de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de getaxeerde waarde minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de makelaar-taxateur;
d. de kosten van de notariële overdracht worden door de vrouw als kosten koper voldaan;
e. partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
2. indien de vrouw de woning niet kan overnemen onder bovengenoemde voorwaarden dan wordt de woning verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a. partijen dienen binnen één week nadat de onder 1) genoemde termijn is verstreken of nadat de vrouw kenbaar heeft gemaakt de woning niet te kunnen overnemen aan de makelaar-taxateur van [makelaar] in [plaats] een gezamenlijke opdracht verstrekken tot verkoop van de woning aan een derde. Deze makelaar-taxateur zal – als partijen het niet eens zijn – partijen bindend adviseren over de vast te stellen vraag- en laatprijs van de woning;
b. de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de verkoopopbrengst van de woning minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de verkoop en de overdracht, waaronder de kosten van de makelaar-taxateur;
c. partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
  • met betrekking tot het saldi van de gezamenlijke bank- en spaarrekeningen, te weten [bankrekening 1] en [spaarrekening] dat deze worden opgeheven per datum notariële overdracht van de woning en het saldo bij helfte wordt verdeeld per peildatum;
  • aan de man wordt toegedeeld:
  • de bankrekeningen op naam van de man, te weten [bankrekening 5] en [bankrekening 6] , waarbij de man de helft van de saldo per peildatum zal betalen aan de vrouw;
  • aan de vrouw wordt toegedeeld:
  • de bankrekeningen op naam van de vrouw, te weten [bankrekening 2] (Centraal Beheer), [bankrekening 3] en [bankrekening 4] , waarbij de vrouw de helft van de saldo per peildatum zal betalen aan de man;
  • de creditcard met nummer [creditcard] ;
  • de rechten en plichten uit de leaseovereenkomst met betrekking tot de Suzuki Igni, zonder nadere verrekening;
*
bepaalt met betrekking tot de bankrekening van [de minderjarige] dat partijen het saldo per peildatum zullen verrekenen en vervolgens de rekening zullen opheffen;
*
bepaalt met betrekking tot de kosten van de opslagbox dat de man een bedrag van € 340,35 zal voldoen aan de vrouw, te verrekenen met de saldi van de bank- en spaarrekeningen;
*
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 december 2025.