De moeder verzocht de rechtbank om haar het eenhoofdig gezag toe te kennen over de minderjarige kinderen, omdat het contact met de vader moeizaam verloopt en hij regelmatig zonder gegronde reden weigert toestemming te geven voor belangrijke gezagsbeslissingen. Dit leidt ertoe dat noodzakelijke medische handelingen en hulpverlening voor de kinderen niet geregeld kunnen worden.
De rechtbank constateerde dat het contact tussen de vader en de moeder, alsmede tussen de vader en de kinderen, slechts sporadisch is en dat de vader geen verweer heeft gevoerd. Gezien de langdurige afwezigheid van betrokkenheid van de vader en het ontbreken van verbetering in de situatie, oordeelde de rechtbank dat het in het belang van de kinderen is dat de moeder voortaan het eenhoofdig gezag krijgt.
De rechtbank wees het verzoek tot vervangende toestemming af wegens gebrek aan belang, nu de moeder met het eenhoofdig gezag wordt belast en zelfstandig gezagsbeslissingen kan nemen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken op 23 december 2025 door kinderrechter A.P. de Klerk.