Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:27006

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
C/09/633114 / FA RK 22-4947
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging voorlopige zorgregeling en aanhouding beslissing verdeling zorg- en opvoedingstaken

De rechtbank Den Haag behandelde op 23 december 2025 een verzoek van de moeder tot uitbreiding van de voorlopige zorgregeling voor de minderjarige. Eerder was bij beschikking van 4 november 2025 de ondertoezichtstelling verlengd en was de zorgregeling reeds uitgebreid tot contact eens per twee weken op zaterdag van 10.00 tot 18.00 uur.

De moeder verzocht om verdere uitbreiding van de contactmomenten, terwijl de vader bezwaar maakte vanwege de weerstand die de minderjarige ervaart tegen contact met de moeder. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling gaven aan geen contra-indicaties te zien voor uitbreiding en benadrukten het belang van meer contact.

De rechtbank handhaafde de uitbreiding zoals bepaald op 4 november 2025, waarbij het contactmoment in uren werd uitgebreid maar niet in dagen, om het aantal wisselmomenten voor de minderjarige te beperken. Ouders kwamen tijdens de zitting overeen dat de vader de minderjarige naar de moeder brengt en de moeder haar terugbrengt.

Verder besloot de rechtbank om verdere beslissingen over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aan te houden tot een gecombineerde zitting met een andere procedure, zodat één rechter over beide verzoeken kan oordelen en dubbele behandeling wordt voorkomen.

Uitkomst: De voorlopige zorgregeling wordt uitgebreid tot contact eens per twee weken op zaterdag van 10.00 tot 18.00 uur, met aanhouding van verdere beslissingen tot een gecombineerde zitting.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 22-4947
Zaaknummer: C/09/633114
Datum beschikking: 23 december 2025

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 28 juli 2022 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.A. Nandoe Tewarie te Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. Rijsdam te Leiden.

Procedure

Bij beschikking van 19 november 2024 van deze rechtbank is een beslissing over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aangehouden tot het einde van de op dat moment geldende ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 19 november 2025;
- het F9-formulier van 20 november 2025 van de zijde van de moeder, inhoudende een aanvullend verzoek.
Op 25 november 2025 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De minderjarige [de minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen en beslist.
Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. Bij beschikking van 4 november 2025 is de ondertoezichtstelling verlengd. Tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling op
4 november 2025 is namens de moeder een mondeling verzoek tot uitbreiding van de zorgregeling ingediend. De moeder heeft de rechtbank toen primair verzocht te bepalen dat [de minderjarige] bij de moeder zal zijn iedere zaterdag van 10.00 uur tot 17.00 uur dan wel subsidiair te bepalen dat [de minderjarige] bij de moeder zal zijn eenmaal per twee weken van zaterdag 10.00 uur tot 17.00 alsmede zondag van 10.00 uur tot 13.00 uur. Naar aanleiding van dit verzoek heeft de rechtbank in de voornoemde beschikking bepaald dat de voorlopige zorgregeling wordt uitgebreid, in die zin dat [de minderjarige] voorlopig contact zal hebben met de moeder eens in de twee weken op zaterdag van 10.00 uur tot 18.00 uur, waarbij de vader [de minderjarige] brengt en ophaalt. Tevens heeft de kinderrechter een bijzondere curator benoemd, die (onder meer) onderzoek zal doen naar het contact tussen [de minderjarige] en de moeder en de mogelijkheden tot verdere uitbreiding daarvan.
In de onderhavige procedure heeft de moeder tevens een aanvullend verzoek tot uitbreiding van de zorgregeling ingediend, welk verzoek gelijk luidt aan het voornoemde mondelinge verzoek dat door de moeder is gedaan in de procedure over de verlenging van de ondertoezichtstelling. Op de zitting is het aanvullende verzoek van de moeder opnieuw besproken met de ouders. De vader heeft aangegeven het niet eens te zijn met het verzoek van de moeder en wijst in dat verband op de grote weerstand die [de minderjarige] ervaart tegen het contact met de moeder, waarover de vader zich zorgen maakt. De vader stelt dat de voorlopige zorgregeling niet had moeten worden uitgebreid en wenst terug te gaan naar de regeling zoals die was, waarbij [de minderjarige] eens per twee weken op zaterdag van 10.00 uur tot 13.00 uur bij de moeder was. De vader heeft voorts aangegeven dat, indien de uitbreiding van de zorgregeling in stand blijft, de uitbreiding stapsgewijs zou moeten plaatsvinden.
Ook de Raad heeft zich door middel van een aanvullend raadsrapport en op de zitting uitgelaten over de uitbreiding van de zorgregeling. De Raad ziet geen contra-indicaties voor uitbreiding en uit het raadsrapport blijkt dat ook de gecertificeerde instelling meent dat het in het belang van [de minderjarige] is om het contact tussen [de minderjarige] en de moeder uit te breiden in uren. In hetgeen in de stukken en op de zitting door de ouders en de Raad is aangevoerd, ziet de rechtbank geen reden om af te wijken van hetgeen over de uitbreiding van de voorlopige zorgregeling is bepaald bij beschikking van 4 november 2025. De rechtbank is van oordeel dat de daarin geformuleerde uitbreiding passend is. Door het contactmoment – dat volgens de Raad positief verloopt – in uren uit te breiden en niet in dagen, blijft het aantal wisselmomenten voor [de minderjarige] beperkt. Daarbij stelt het langere contactmoment van acht uren de moeder in staat om meer zorgtaken op zich te nemen, waardoor [de minderjarige] en de moeder samen meer normale gezinsmomenten kunnen doorbrengen en [de minderjarige] kan wennen aan de meer zorgende rol van de moeder. Ook ontstaat hierdoor meer ruimte voor de moeder en [de minderjarige] om bijvoorbeeld buitenshuis activiteiten met elkaar te ondernemen tijdens het contactmoment en/of voor [de minderjarige] om te spelen met de buurmeisjes van de moeder.
Met betrekking tot het halen en brengen van [de minderjarige] , merkt de rechtbank het volgende op. Tijdens de zitting zijn de ouders, in afwijking van de beschikking van 4 november 2025, overeengekomen dat de vader [de minderjarige] voor de contactmomenten naar de moeder zal brengen en zal zorgen dat zij daar om 10.00 uur is. De moeder zal [de minderjarige] vervolgens terugbrengen en ervoor zorgen dat [de minderjarige] om 18.00 uur weer bij de vader is. De rechtbank zal dan ook dienovereenkomstig beslissen.
Omdat in de beschikking van 4 november 2025 een bijzondere curator is benoemd die zich onder meer zal richten op het onderzoeken van de belemmeringen en mogelijkheden ten aanzien van het uitbreiden van het contact tussen [de minderjarige] en de moeder en de bijzondere curator aan de rechtbank zal rapporteren in de zaak met kenmerk C/09/692680 / JE RK 25-1721, zal de rechtbank iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling aanhouden in afwachting van het verslag van de bijzondere curator en bepalen dat de zitting die daarna zal plaatsvinden over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gecombineerd met de zaak met kenmerk
C/09/692680moet plaatsvinden. De rechtbank wil daarmee bereiken dat een en dezelfde rechter op hetzelfde moment oordeelt over het in beide procedures aanhangig zijnde verzoek van de moeder over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Zo wordt voorkomen dat dit verzoek, zoals nu is gebeurd, binnen een tijdsbestek van slechts enkele weken twee keer door de rechtbank wordt behandeld.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van
4 november 2025 – :
*
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op
[geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] ,
voorlopigbij de moeder zal zijn eens in de twee weken op zaterdag van 10.00 uur tot 18.00 uur, waarbij de vader [de minderjarige] naar de moeder brengt en de moeder [de minderjarige] terugbrengt naar de vader;
*
houdt iedere verdere beslissing over
de verdeling van de zorg- en opvoedingstakenpro forma aan
tot een nader te bepalen en met de procedure met kenmerk C/09/692680 gecombineerde zitting van mr. M. de Kleine, gelegen vóór 5 mei 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, bijgestaan door mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 december 2025.