Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:27005

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
C/09/692878 / FA RK 25-7666 en C/09/692894 / FA RK 25-7675
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 223 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling zorg- en opvoedingstaken en contactregeling minderjarige

De rechtbank Den Haag behandelde op 23 december 2025 het verzoek van de vader om een zorgregeling en contactregeling met zijn minderjarige kind vast te stellen. Partijen zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit over het kind, dat de Nederlandse nationaliteit bezit. De vader verzocht om wekelijkse videobelcontacten en om de week minimaal drie uur fysiek contact, met afspraken in onderling overleg tussen vader, moeder en stiefvader.

De rechtbank nam kennis van eerdere beschikking waarbij contact onder begeleiding van een jeugdbeschermer plaatsvond en van de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bij de stiefvader. Tijdens een zitting op 13 november 2025 maakten partijen reeds afspraken over het contact, die de vader in het huidige verzoek wilde laten vastleggen.

De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat het verzoek in het belang van het kind is. Omdat de bodemprocedure tegelijk met het verzoek om voorlopige voorzieningen werd behandeld, wees de rechtbank het verzoek om voorlopige voorzieningen af. De rechtbank stelde de zorg- en contactregeling vast zoals door partijen overeengekomen, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De regeling voorziet in wekelijkse videobelcontacten waarvan dag en tijd in overleg worden vastgesteld, en fysiek contact om de week van minimaal drie uur, met ruimte voor uitbreiding afgestemd op de behoeften van het kind. De rechtbank complimenteerde de ouders en stiefvader met hun onderlinge afspraken en wees het meer of anders verzochte af.

Uitkomst: De rechtbank stelde de zorg- en contactregeling vast met wekelijkse videobelcontacten en om de week minimaal drie uur fysiek contact, in het belang van het kind.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7666 (bodemzaak), FA RK 25-7675 (voorlopige voorzieningen)
Zaaknummer: C/09/692878 (bodemzaak), C/09/692894 (voorlopige voorzieningen)
Datum beschikking: 23 december 2025

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 3 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.D. Balesar te Heerhugowaard.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als informant worden aangemerkt:

Stichting Jeugdbescherming West, regio Haaglanden,

de gecertificeerde instelling,

[de stiefvader] ,

de stiefvader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van de vader 21 november 2025, met bijlagen
De minderjarige [minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 25 november 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder;
  • de stiefvader;
  • [naam 1] namens de gecertificeerde instelling;
  • [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Verzoek en verweer

In de bodemprocedure (C/09/692878) en in de voorlopige voorzieningen (C/09/692894):
De vader heeft na wijziging verzocht:
- te bepalen dat tussen de vader en [minderjarige] wekelijks minimaal één videobelmoment zal plaatsvinden, waarbij de exacte dag en het tijdstip door de vader en de stiefvader in onderling overleg worden vastgesteld;
- te bepalen dat er een zorgregeling zal gelden, waarbij [minderjarige] de vader om de week ten minste minimaal drie uur zal zien, waarbij de concrete afspraken omtrent dit contact in onderling overleg tussen de vader, de moeder en de stiefvader worden gemaakt, en waarbij een eventuele uitbreiding van het contact in samenspraak tussen de vader, de moeder en de stiefvader zal plaatsvinden en wordt afgestemd op de ontwikkeling, het tempo en de behoeften van [minderjarige] ;
- althans een regeling met betrekking tot de (onderlinge) verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te bepalen zoals de rechtbank in goede justitie juist acht;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder heeft geen verweer gevoerd.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van [dag 1] 2014 tot [dag 2] 2019.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] , [geboorteland] .
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige uit.
- De vader heeft de Nederlandse nationaliteit en de moeder heeft de Braziliaanse nationaliteit. [minderjarige] heeft in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
- Bij beschikking van 15 januari 2021 van deze rechtbank is bepaald dat het contact tussen [minderjarige] en de vader zal plaatsvinden onder begeleiding en regie van de jeugdbeschermer;
- Bij beschikking van deze rechtbank van 13 november 2025 zijn de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de stiefvader, verlengd tot 24 november 2026.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek van de vader om een zorgregeling vast te stellen.
Voorlopige voorzieningen
Op grond van het eerste lid van artikel 223 Rv Pro kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. De rechtbank heeft de bodemprocedure tegelijk behandeld met het verzoek om voorlopige voorzieningen. Omdat in de bodemprocedure beslissingen zullen worden genomen over de zorgregeling, heeft de vader geen belang meer bij het vaststellen van voorlopige voorzieningen. De rechtbank zal dit verzoek daarom afwijzen.
Zorgregeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a tweede lid onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders of van één van hen een zorgregeling vaststellen. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Op 13 november 2025 heeft een zitting plaatsgevonden, waarbij de verzoeken van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] zijn besproken. Tijdens die zitting hebben de vader, de moeder en de stiefvader tevens afspraken gemaakt over het contact tussen de vader en [minderjarige] . De vader heeft daarna zijn verzoek in de onderhavige procedure gewijzigd, in die zin dat nu wordt verzocht om deze afspraken over het contact vast te stellen. Op de zitting van 25 november 2025 hebben alle aanwezigen (nogmaals) aangegeven dat zij het eens zijn met deze afspraken.
De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, omdat zij dit in het belang van [minderjarige] acht. De rechtbank merkt daarbij op dat het positief is om te zien dat de ouders en de stiefvader in onderling overleg afspraken hebben gemaakt over het contact. Zowel de Raad als de gecertificeerde instelling hebben de ouders en de stiefvader hiervoor ook gecomplimenteerd.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 15 januari 2021 van deze rechtbank–:
stelt vast de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de vader en de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] , [geboorteland] , in die zin dat:
  • tussen de vader en [minderjarige] wekelijks minimaal één videobelmoment zal plaatsvinden, waarbij de exacte dag en het tijdstip door de vader en de stiefvader in onderling overleg worden vastgesteld;
  • [minderjarige] de vader om de week minimaal drie uur zal zien, waarbij de concrete afspraken omtrent dit contact in onderling overleg tussen de vader, de moeder en de stiefvader worden gemaakt, en waarbij een eventuele uitbreiding van het contact in samenspraak tussen de vader, de moeder en de stiefvader plaatsvindt en wordt afgestemd op de ontwikkeling, het tempo en de behoeften van [minderjarige] ;
en verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 december 2025.