ECLI:NL:RBDHA:2025:270
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen handhavingsbesluit zeecontainer op groenstrook
Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om handhavend op te treden tegen het plaatsen van een zeecontainer op een groenstrook nabij een adres, omdat dit zonder vergunning zou zijn gebeurd en schade aan de ondergrond zou veroorzaken. Het college wees dit verzoek af, waarna eiser bezwaar maakte dat eveneens werd afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat tijdens de controle geen zeecontainer werd aangetroffen en dat er een melding was gedaan voor het rechtmatig plaatsen van de container op de openbare weg in de betreffende periode. De schade aan het gras werd als tijdelijk beoordeeld, waardoor geen handhavend optreden gerechtvaardigd was.
Hoewel het college onterecht zelfstandig afzag van een hoorzitting zonder advies van de Adviescommissie bezwaarschriften, werd dit gebrek gepasseerd omdat eiser niet benadeeld is en zijn bezwaren inhoudelijk kon toelichten. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt het college tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het handhavingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.