In deze zaak, die op 16 december 2025 door de Rechtbank Den Haag is behandeld, gaat het om een kort geding tussen de vader en de moeder van een minderjarig kind. De vader heeft de moeder aangeklaagd omdat zij de zorg- en contactregeling, zoals vastgesteld in een eerdere beschikking van 30 april 2024, niet nakomt. De moeder heeft sinds 14 september 2025 het contact met het kind eenzijdig gestaakt, wat leidt tot grote verwarring bij het kind. De vader vordert dat de moeder wordt veroordeeld tot nakoming van de zorgregeling en dat er een dwangsom wordt opgelegd voor elke keer dat zij deze niet naleeft. De moeder voert verweer en vraagt in reconventie om schorsing van de beschikking totdat zij weer in staat is om voor het kind te zorgen. Tijdens de zitting wordt duidelijk dat de moeder psychisch in de knoop zit en niet in staat is om de zorgregeling na te komen. De voorzieningenrechter stelt voor dat de moeder tijdelijk videobelt met het kind, zodat er toch contact kan zijn. De voorzieningenrechter schorst de verplichting tot weekendomgang, maar bepaalt dat de moeder moet videobellen. De kosten worden door beide partijen zelf gedragen.