Verzoeker heeft een herhaalde aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening tegen deze afwijzing.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 29 oktober 2025. Gezien de uitspraak op het beroep was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk, waardoor het verzoek werd afgewezen.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker, berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een vergoeding van € 907,00 voor de ingediende proceshandeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.J. Blok en griffier W.J.T. Twijnstra op 3 december 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.