ECLI:NL:RBDHA:2025:26991

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
C/09/694702 / KG ZA 25-1137
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige zorgregeling in kort geding tussen ouders over omgang met minderjarige kinderen

In deze zaak, die op 16 december 2025 door de Rechtbank Den Haag is behandeld, vordert de vader in een kort geding een voorlopige zorgregeling voor zijn minderjarige kinderen, in afwachting van een eindbeslissing in een bodemprocedure. De ouders hebben van september 2017 tot februari 2023 een affectieve relatie gehad en zijn de ouders van twee minderjarige kinderen. De moeder heeft van rechtswege het ouderlijk gezag over de kinderen. De vader is het niet eens met de eenzijdige beperking van de omgangstijden door de moeder en vraagt de voorzieningenrechter om een regeling vast te stellen die de kinderen meer tijd bij hem laat doorbrengen.

Tijdens de zitting op 2 december 2025 is het vonnis bepaald op 16 december 2025. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de moeder de omgangstijden eenzijdig heeft beperkt, wat leidt tot een substantieel verlies van quality time voor de vader en de kinderen. De voorzieningenrechter heeft daarom een voorlopige omgangsregeling vastgesteld waarbij de kinderen elke woensdag van 13.30 uur tot 18.00 uur en een dag in het weekend van 10.00 uur tot 16.00 uur bij de vader zullen zijn. De moeder is verplicht om de kinderen naar de vader te brengen en de vader zal hen terugbrengen.

Daarnaast is er een regeling voor de kerst- en voorjaarsvakantie vastgesteld, waarbij de kinderen op oudejaarsdag en nieuwjaarsdag bij de vader zullen zijn, zonder overnachting. De voorzieningenrechter heeft de moeder verboden om personen uit het netwerk van de vader als begeleider van de omgang uit te sluiten. De kosten van de procedure worden door iedere partij zelf gedragen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/694702 / KG ZA 25-1137
Vonnis in kort geding van 16 december 2025
in de zaak van
[de vader] te [woonplaats 1],
eiser,
advocaat mr. M.M. van Wijk te Delft,
tegen:
[de moeder] te [woonplaats 2],
gedaagde,
advocaat mr. J. Bekooij te Den Haag.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vader’ en ‘de moeder’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de door gedaagde overgelegde conclusie van antwoord met producties.
1.2.
Tijdens de zitting van 2 december 2025 is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Partijen hebben van september 2017 tot en met februari 2023 een affectieve relatie gehad.
2.2.
Tot augustus 2022 hebben partijen samengewoond. Hierna hebben partijen, op
verzoek van de moeder, hun relatie nog even voortgezet als LAT-relatie.
2.3.
Partijen zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
• [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats], en
• [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats].
2.4.
De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over de
minderjarige kinderen belast. Er is geen ouderschapsplan.
2.5.
Bij deze rechtbank loopt een bodemprocedure over gezag en omgang. Bij beschikking van 2 april 2025 is in die procedure – onder meer – overwogen dat er een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming moet plaatsvinden en dat het van belang is dat het contact tussen de vader en de kinderen zo snel mogelijk wordt opgestart en dat de omgang frequent plaatsvindt. Als uitgangspunt is genomen dat begeleide omgang nu in het belang van de kinderen is, maar dat er moet worden toegewerkt naar onbegeleid contact. Er is uitgegaan van minimaal één keer per week een contactmoment tussen de vader en de kinderen. Die contactmomenten worden indien mogelijk gefaciliteerd door [zorginstantie 1]. Als dit niet tot de mogelijkheden behoort, dan zal het contactmoment blijkens de beschikking moeten worden begeleid door iemand uit het netwerk van partijen.
2.6.
De ouders hebben vervolgens in onderling overleg een omgangsreling afgesproken,
waarbij de kinderen elke woensdag van 13.00-18.30 uur en elke week een dag
in het weekend van 11.00 uur tot 18.30 uur bij de vader zouden verblijven, welke
contacten begeleid zouden plaatsvinden.
2.7.
Op dit moment heeft de vader - in afwijking van voornoemde afspraak - slechts begeleide contacten met de kinderen op woensdag van 16.00 uur tot 18.00 uur en een dag in het weekend van 11.30 uur tot 16.30 uur. De vader is het niet eens met de eenzijdige beperking van de tijdsduur van de omgang door de moeder.

3.Het geschil

3.1.
De vader vordert – zakelijk weergegeven – uitvoerbaar bij voorraad, voorlopig, in afwachting van een eindbeslissing in de bodemprocedure dan wel een door de Raad voor de Kinderbescherming ingevulde onbegeleide omgang,
I. te bepalen dat de kinderen ieder weekend een gehele dag bij de vader zullen
verblijven, afwisselend op de zaterdag en de zondag, van 9.00 tot 18.30 uur, waarbij de moeder (zonder partner) de kinderen brengt bij de vader thuis en de vader hen na het avondeten naar het huis van de moeder terugbrengt;
II. te bepalen dat de kinderen iedere woensdagmiddag van 13.00 tot 18.30 uur bij de vader zullen verblijven, waarbij de moeder (zonder partner) brengt bij de vader thuis en de vader de kinderen na het eten naar het huis van de moeder terugbrengt;
III. te bepalen dat de kinderen in de kerstvakantie naast de reguliere omgangsmomenten zoals onder I en II gevorderd, minimaal 1 volledige Kerstdag inclusief voorafgaande of aansluitende overnachting bij de vader zullen zijn alsmede Oudejaarsdag vanaf 10.00 uur inclusief overnachting dan wel Nieuwjaarsdag vanaf 10.00 uur inclusief overnachting;
IV. te bepalen dat de kinderen in de voorjaarsvakantie 2026 minimaal 1 geheel weekend, te weten het laatste weekend van vrijdagmiddag 12.00 uur tot zondagavond 18.30 uur bij de vader zullen verblijven, waarbij de moeder (zonder partner) brengt bij de vader thuis en de vader de kinderen na het eten naar het huis van de moeder terugbrengt;
V. de moeder te gebieden om medewerking te verlenen aan de door de
voorzieningenrechter dan wel op enig moment de Raad te bepalen omgangsregeling tussen de vader en de kinderen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- voor iedere keer dat de moeder de kinderen niet brengt op een omgangsmoment;
VI. de moeder te verbieden een van de personen uit het uitgebreide netwerk (van 17 aan de moeder bekende personen) van de vader als begeleider uit te sluiten;
VII. de moeder te veroordelen tot medewerking aan begeleide omgang bij [zorginstantie 2] en haar te gebieden al het nodige te doen om dat traject op korte termijn van start te doen gaan, waaronder (maar niet uitsluitend) het volgen van de stappen om zich aan te melden en het zich actief en onvoorwaardelijk inzetten voor dit traject;
VIII. een dwangsom van € 5.000,- te verbinden aan de aanmelding door de moeder en haar medewerking aan alle verdere formaliteiten die nodig zijn voor de start van het traject bij [zorginstantie 2] en een dwangsom van € 250,- per keer te verbinden aan het nakomen door de moeder van de in het kader van dit traject te maken afspraken;
IX. te bepalen dat de verslagen c.q. het rapport van [zorginstantie 2] in de bodemprocedure zal (kunnen) worden ingebracht, althans dat partijen zich daartegen niet mogen verzetten op grond van privacy of andere argumenten;
X. De moeder te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2.
De moeder voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken. De moeder verzoekt de vader te veroordelen in de kosten van de procedure.

4.De beoordeling van het geschil

4.1.
De ouders verschillen van mening over de tijden waarop de begeleide contacten tussen de vader en de kinderen vooralsnog moeten plaatsvinden. De moeder wil vasthouden aan de tijden op woensdag van 16.00 uur tot 18.00 uur en één weekenddag van 11.30 uur tot 16.30 uur. De vader wil langere tijd aaneengesloten met de kinderen doorbrengen omdat – zeker op de woensdag – een groot deel van de omgangstijd verloren gaat aan reistijd. De vader heeft op de zitting verklaard in ieder geval voorlopig terug te willen naar de regeling die de ouders eerder hadden afgesproken, waarbij hij contact met de kinderen heeft elke woensdag van 13.00 uur tot 18.30 uur en elke week een dag in het weekend van 11.00 uur tot 18.30 uur. Op de zitting is geprobeerd om met de ouders een nieuwe afspraak te maken voor de periode totdat in de bodemprocedure is beslist, maar dat is niet gelukt.
4.2.
De voorzieningenrechter volgt de vrouw niet in haar stelling dat de man niet ontvankelijk is in zijn vordering. De vader heeft voldoende spoedeisend belang bij een beslissing, nu de vrouw de beschikking op haar eigen manier uitlegt en eenzijdig heeft besloten de eerder gehanteerde omgangstijden te bekorten. De voorzieningenrechter ziet onder de gegeven omstandigheden aanleiding een voorlopige omgangsregeling vast te stellen waarbij de kinderen bij de vader zijn elke woensdag van 13.30 uur tot 18.00 uur. De kinderen moeten dan om 18.00 uur weer bij de moeder terug zijn, zodat ze bij de moeder kunnen avondeten. Dat is rustiger voor hen dan heel vroeg bij de vader te moeten avondeten. Bij het oordeel dat de omgangstijd weer moet worden uitgebreid weegt mee dat is gebleken dat de moeder eenzijdig het woensdagmiddagcontact heeft beperkt tot twee uur aan het eind van de middag. Terecht heeft de vader daarover naar voren gebracht dat de kinderen aan het eind van de dag al moe zijn en de reistijd heen en terug er feitelijk toe leidt dat van de twee uur dat de vader de kinderen bij zich mag hebben een substantieel deel van die tijd in de auto moet worden doorgebracht. Dat brengt veel onrust voor de kinderen mee en weinig quality time met de vader. Niet valt in te zien waarom de kinderen niet, zoals eerder ook het geval was, een middag begeleid bij de vader zouden kunnen doorbrengen. Het enkele feit dat de moeder turnles voor [minderjarige 2] heeft afgesproken is daarvoor onvoldoende, nu die turnles pas recent is gestart, zonder overleg met de vader is gepland en voor een vierjarige niet essentieel is. Zo nodig zal de turnles dan ook moeten wijken voor de omgang met de vader. Dat laatste geldt overigens niet voor de zwemles, die tot het eind van dit jaar eveneens op woensdag plaatsvindt. Die zwemles is van belang en dient door de vader te worden gefaciliteerd totdat in het nieuwe jaar op een andere dag dan woensdag kan worden gezwommen.
4.3.
In het weekend zullen de kinderen vanaf de vonnisdatum voorlopig één dag begeleid bij de vader zijn van 10.00 uur tot 16.00 uur, waarbij de moeder de kinderen naar de vader brengt en de vader hen weer terug brengt naar de moeder. De moeder heeft geen steekhoudende redenen aangevoerd om dit contact tot minder uren per dag te beperken. De vader heeft overigens op de zitting desgevraagd toegezegd dat hij in de periode rondom de bevalling van de moeder, te weten vier weken voor de uitgerekende datum tot zes weken na de bevalling, bereid is de kinderen zowel op te halen als terug te brengen, om de moeder te ontlasten. Datzelfde geldt ingeval de moeder voordien of daarna om medische redenen aantoonbaar niet in staat zal zijn de kinderen te brengen.
4.4.
Ter zitting is verder besproken dat de vader de kinderen graag op een van de kerstdagen bij zich wil hebben. De moeder heeft verklaard dat zij van 20 december tot en met 27 december 2025 met vakantie is in [land], en de vader de kinderen daarom rond oud en nieuw bij zich kan hebben. De vader verzet zich daartegen. Hij maakt aanspraak op een kerstdag en een dag rond oud en nieuw, telkens met een overnachting.
4.5.
De voorzieningenrechter stelt vast dat er nog geen vakantieregeling is waarin de rechten en verplichtingen van partijen op dit punt zijn vastgelegd. Dat laat onverlet dat partijen in beginsel in goed overleg tot een regeling over de vakanties zouden behoren te komen. Helaas ontbreekt een dergelijk overleg geheel en heeft de vrouw eenzijdig besloten de eerste week van de kerstvakantie naar [land] te gaan. Alhoewel de voorzieningenrechter van oordeel is dat het op de weg van de vrouw had gelegen vooroverleg te plegen over de vakantie, zal de vordering van de man voor omgang op een kerstdag in dit geval toch worden afgewezen. Daarvoor is met name redengevend dat de vrouw hoogzwanger is en eind januari 2026 is uitgerekend. Het is niet onbegrijpelijk dat zij voordien nog een keer met haar partner en de kinderen een weekje weg wil. Dat zij daarbij de eerste week van de vakantie heeft gekozen (waarin de kerst valt) en niet de tweede, is gelet op de naderende bevallingsdatum niet onbegrijpelijk, nu reizen in de laatste maand van de zwangerschap in het algemeen wordt ontraden. Dat betekent overigens wel dat de man naar oordeel van de voorzieningenrechter het recht heeft de kinderen zowel op oudejaarsdag als op nieuwjaarsdag bij zich te hebben van 10.00 uur tot 16.00 uur, maar zonder overnachting. Een overnachting is op dit moment prematuur en zal pas kunnen gaan plaatsvinden als er sprake is van onbegeleide omgang en/of de Raad daarover positief heeft geadviseerd.
4.6.
Te vrezen valt dat partijen in onderling overleg evenmin een regeling voor de voorjaarsvakantie zullen kunnen afspreken. Daarom zal de voorzieningenrechter bepalen dat de vader in de voorjaarsvakantie, tenzij partijen in onderling overleg tot een andere regeling komen, de kinderen in het laatste weekend van de vakantie een extra dag (dus een aansluitende zaterdag of zondag) bij zich zal mogen hebben van 10.00 uur tot 16.00 uur zonder overnachting, naast de gebruikelijke weekenddag en de gebruikelijke woensdagmiddag van 13.30 tot 18.00 uur.
4.7.
De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor het opleggen van een dwangsom aan de vrouw. Zij gaat ervan uit dat de vrouw deze beslissing over de omgang, die duidelijk is en in lijn met wat partijen eerder zelf hadden afgesproken, correct zal nakomen. Daarbij wordt aangetekend dat de rechtbank over niet al te lange tijd in de bodemprocedure zal kunnen nagaan of partijen hun verplichtingen uit hoofde van dit vonnis correct zijn nagekomen en er in die procedure door de kinderrechter nadelige consequenties kunnen worden verbonden aan eenzijdige afwijking daarvan.
4.8.
De voorzieningenrechter volgt de vader in zijn stelling dat er geen aanleiding bestaat om personen uit zijn netwerk als begeleider van de omgang uit te sluiten. Duidelijk is immers dat de vader zijn best doet om zoveel mogelijk dezelfde personen bij de omgang te betrekken. Niet gebleken is dat er begeleiding heeft plaatsgevonden door personen die daarvoor evident ongeschikt zijn. De vordering van de vader de moeder te verbieden om personen uit zijn netwerk uit te sluiten als begeleider is dan ook toewijsbaar.
4.9.
De vorderingen die ertoe strekken dat de moeder haar medewerking aan het traject
bij [zorginstantie 2] dient te verlenen en daaraan een dwangsom te verbinden, wijst de
voorzieningenrechter af bij gebrek aan belang, nu de moeder onweersproken heeft verklaard dat de ouders al zijn aangemeld bij [zorginstantie 2] en de begeleiding in januari 2026 van start zal gaan.
4.10.
Ook de vordering te bepalen dat de verslagen c.q. het rapport van [zorginstantie 2] in de
bodemprocedure zullen (kunnen) worden ingebracht, althans dat de ouders zich daartegen niet mogen verzetten op grond van privacy of andere argumenten wijst de voorzieningenrechter af bij gebrek aan belang. De moeder heeft immers onweersproken gesteld dat [zorginstantie 2] als informant is aangemeld bij de Raad voor de Kinderbescherming en aan de Raad zal worden gerapporteerd over de begeleide omgang. De moeder heeft hiervoor ook al haar toestemming verleend.
4.11.
In de omstandigheid dat het hier een familierechtelijke procedure betreft, wordt
aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
bepaalt een
wekelijkseomgangsregeling waarbij de minderjarigen:
• [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats], en
• [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats],
voorlopigbij de vader zullen zijn:
- elke woensdag van 13.30 uur tot 18.00 uur;
- een dag in het weekend van 10.00 uur tot 16.00 uur, afwisselend op zaterdag of
op zondag,
waarbij geldt dat de moeder de kinderen naar de vader brengt en de vader hen terugbrengt bij de moeder, met uitzondering van de periode van vier weken voor de uitgerekende datum van de moeder tot zes weken na de bevalling, in welke periode de vader de kinderen zal ophalen en terugbrengen. Datzelfde geldt ingeval de moeder voordien of daarna om medische redenen aantoonbaar niet in staat zal zijn de kinderen te rijden;
bepaalt dat de kinderen daarnaast bij de vader zullen verblijven
tijdens de kerstvakantie 2025op oudejaarsdag en op nieuwjaarsdag van 10.00 uur tot 16.00 uur, zonder overnachting en
tijdens de voorjaarsvakantie 2026op de zaterdag en daaropvolgende zondag die in het laatste weekend van de voorjaarsvakantie vallen, telkens van 10.00 uur tot 16.00 uur zonder overnachting;
5.2.
verbiedt de moeder om personen uit het netwerk van de vader uit te sluiten als begeleider van de omgang tussen de vader en de kinderen;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.
PH