I. te bepalen dat de kinderen ieder weekend een gehele dag bij de vader zullen
verblijven, afwisselend op de zaterdag en de zondag, van 9.00 tot 18.30 uur, waarbij de moeder (zonder partner) de kinderen brengt bij de vader thuis en de vader hen na het avondeten naar het huis van de moeder terugbrengt;
II. te bepalen dat de kinderen iedere woensdagmiddag van 13.00 tot 18.30 uur bij de vader zullen verblijven, waarbij de moeder (zonder partner) brengt bij de vader thuis en de vader de kinderen na het eten naar het huis van de moeder terugbrengt;
III. te bepalen dat de kinderen in de kerstvakantie naast de reguliere omgangsmomenten zoals onder I en II gevorderd, minimaal 1 volledige Kerstdag inclusief voorafgaande of aansluitende overnachting bij de vader zullen zijn alsmede Oudejaarsdag vanaf 10.00 uur inclusief overnachting dan wel Nieuwjaarsdag vanaf 10.00 uur inclusief overnachting;
IV. te bepalen dat de kinderen in de voorjaarsvakantie 2026 minimaal 1 geheel weekend, te weten het laatste weekend van vrijdagmiddag 12.00 uur tot zondagavond 18.30 uur bij de vader zullen verblijven, waarbij de moeder (zonder partner) brengt bij de vader thuis en de vader de kinderen na het eten naar het huis van de moeder terugbrengt;
V. de moeder te gebieden om medewerking te verlenen aan de door de
voorzieningenrechter dan wel op enig moment de Raad te bepalen omgangsregeling tussen de vader en de kinderen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- voor iedere keer dat de moeder de kinderen niet brengt op een omgangsmoment;
VI. de moeder te verbieden een van de personen uit het uitgebreide netwerk (van 17 aan de moeder bekende personen) van de vader als begeleider uit te sluiten;
VII. de moeder te veroordelen tot medewerking aan begeleide omgang bij [zorginstantie 2] en haar te gebieden al het nodige te doen om dat traject op korte termijn van start te doen gaan, waaronder (maar niet uitsluitend) het volgen van de stappen om zich aan te melden en het zich actief en onvoorwaardelijk inzetten voor dit traject;
VIII. een dwangsom van € 5.000,- te verbinden aan de aanmelding door de moeder en haar medewerking aan alle verdere formaliteiten die nodig zijn voor de start van het traject bij [zorginstantie 2] en een dwangsom van € 250,- per keer te verbinden aan het nakomen door de moeder van de in het kader van dit traject te maken afspraken;
IX. te bepalen dat de verslagen c.q. het rapport van [zorginstantie 2] in de bodemprocedure zal (kunnen) worden ingebracht, althans dat partijen zich daartegen niet mogen verzetten op grond van privacy of andere argumenten;
X. De moeder te veroordelen in de kosten van deze procedure.