Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
2. de problemen als gevolg van de politieke activiteiten
6.1. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat niet valt te volgen dat eiser vanwege het incident bij de Mosalla door de Iraanse autoriteiten wordt gezocht. Eiser heeft verklaard dat het nacht was, dat hij een mondkapje op had en zijn wenkbrauwen had doorgetekend, zodat identificatie minder aannemelijk is. Eisers stelling ter zitting, inhoudende dat hij uit foto’s van het incident, waarop andere personen te herkennen zijn, mocht afleiden dat hij zelf ook te herkennen is geweest, maakt dit niet anders. Verder heeft verweerder mogen betrekken dat eiser na dit voorval nog ongeveer elf maanden in Iran heeft verbleven, zonder dat zich problemen met de autoriteiten hebben voorgedaan, en dat eiser zelf heeft verklaard dat hij in die periode geen negatieve belangstelling heeft ondervonden van de Iraanse autoriteiten.
De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser bij terugkeer naar Iran geen reëel risico loopt op vervolging. Verweerder heeft mogen vinden dat eiser, gelet op zijn verklaringen, geen zodanig diepgewortelde politieke overtuiging heeft dat die een onderdeel vormt van zijn identiteit. Ook mocht verweerder vinden dat eiser door zijn deelname aan demonstraties in Nederland geen risico loopt bij terugkeer naar Iran. Niet is immers gebleken dat het ging om grootschalige of opvallende demonstraties waardoor eiser bij terugkeer in de problemen zou kunnen komen. Bovendien heeft eiser zelf verklaard dat hij een gewone deelnemer was en geen leidende rol had. Verder heeft verweerder mogen tegenwerpen dat eiser zelf heeft verklaard dat hij niet meer erg actief is op sociale media, wat maakt dat hij geen verhoogd risico loopt. Eiser wordt wel gevolgd in zijn verklaring ter zitting dat hij niet heeft verklaard dat hij zelf geen problemen verwacht door deelname aan de demonstraties. Uit de vraag van de hoormedewerker blijkt immers niet duidelijk of verweerder daarmee problemen in Nederland of Iran bedoelde en eiser heeft toegelicht dat zijn antwoord zag op Nederland. Dit laat echter onverlet dat uit het voorgaande blijkt dat eiser niet in de negatieve aandacht staat van de Iraanse autoriteiten, zodat hij bij terugkeer geen reëel risico loopt om te worden ondervraagd of mishandeld. Ten slotte heeft verweerder, voor wat betreft de gestelde demonstraties en politieke activiteiten in Iran, terecht erop gewezen dat de door eiser gestelde problemen niet geloofwaardig zijn bevonden.