ECLI:NL:RBDHA:2025:26965
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatregel bewaring en non-refoulement bij uitzetting naar Algerije
De minister van Asiel en Migratie heeft op 1 oktober 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank Den Haag heeft dit besluit op 7 november 2025 behandeld en het beroep van eiser ongegrond verklaard.
Eiser betwistte de gronden voor bewaring niet, maar verweerde zich met verwijzing naar het arrest Adrar, stellende dat de minister geen actuele beoordeling had gemaakt van het risico op non-refoulement bij terugkeer naar Algerije. De rechtbank oordeelde dat de minister deze beoordeling wel degelijk actueel had gemaakt bij de afwijzing van de asielaanvraag van 19 september 2025, en dat er geen aanwijzingen waren voor schending van het non-refoulementbeginsel of voor een beschermwaardig gezinsleven.
Verder voerde eiser aan dat de minister onvoldoende voortvarend was in de uitzettingsprocedure en dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast vanwege zijn ziekte. De rechtbank vond de minister voldoende voortvarend en oordeelde dat het risico op onttrekking een lichter middel niet toelaat, mede omdat medische zorg in het detentiecentrum adequaat is.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel rechtmatig is en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.