ECLI:NL:RBDHA:2025:26921

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
C/09/653072 / FA RK 23-6320
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vaststelling omgangsregeling tussen vader en kinderen

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader tot het vaststellen van een omgangsregeling met zijn kinderen. Na uitgebreid onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming en aanvullende rapportages bleek dat het gezin een belast verleden kent met onder meer verbaal geweld en een val van het balkon waarbij de vader hersenletsel opliep. De moeder is gediagnosticeerd met PTSS en ook de kinderen vertonen traumaklachten.

De kinderen volgen diverse therapieën en hulpverlening, die pas volledig kan starten na de uitspraak van de rechtbank. Eerder opgestarte omgangsbegeleiding werd na vier sessies afgebroken vanwege ontregeling en onzekerheid bij de kinderen. De moeder heeft een beperkte draagkracht en kan de kinderen momenteel onvoldoende begeleiden in contact met de vader. De vader weigert hulpverlening die het vertrouwen zou kunnen vergroten.

De Raad concludeerde dat er op dit moment geen ruimte is voor contactherstel. De rechtbank volgt dit advies en stelt dat het wankele evenwicht in het gezin niet verstoord mag worden. Ook bij de vader bestaat een zorgelijke drempel vanwege zijn hersenletsel en twijfels over de toedracht van zijn val. De rechtbank wijst het verzoek van de vader af en benadrukt dat dit is gedaan in het belang van de kinderen.

Hoewel geen verzoek is ingediend, is besproken dat de vader via een schoolapp toegang krijgt tot informatie over de kinderen. De beslissing is definitief en uitgesproken op 22 december 2025.

Uitkomst: Verzoek van de vader tot vaststelling omgangsregeling met kinderen wordt afgewezen wegens complexe gezinssituatie en het belang van de kinderen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-6320
Zaaknummer: C/09/653072
Datum beschikking: 22 december 2025

Omgang

Beschikking op het op 28 augustus 2023 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.P.M. Duijndam te Lisse.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
met een bij de rechtbank bekend briefadres,
advocaat: mr. A. Vogelaar te Krommenie, gemeente Zaanstad.

Procedure

Bij beschikking van 23 juli 2024 van deze rechtbank is – voor zover relevant – :
- de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) verzocht een onderzoek te verrichten en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen over in ieder geval de volgende vier concrete vragen:
- is contact tussen de vader en de kinderen op dit moment in het belang van de kinderen of zijn er contra-indicaties voor contact?
- welke rol van de vader is op dit moment in het belang van de kinderen?
- is een wijziging van het gezag in het belang van de kinderen?
- is nadere hulpverlening voor de ouders en/of de kinderen geïndiceerd, en zo ja, welke hulpverlening is in dat geval aangewezen?;
- iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag en de hoofdverblijfplaats aangehouden tot 15 januari 2025 pro forma.
Bij beschikking van 9 mei 2025 van deze rechtbank is – voor zover van belang –:
  • bepaald dat de voortaan alleen de moeder het gezag over de kinderen toekomt;
  • de Raad verzocht om een
  • hoe zullen betrokkenen vermoedelijk reageren op contactherstel en het starten van omgang tussen de vader en de kinderen, en in het bijzonder: bestaat hiervoor draagvlak bij betrokkenen?;
  • hoe zou eventueel contactherstel tussen de vader en de kinderen het beste kunnen worden vormgegeven?
- iedere verdere beslissing ten aanzien van de omgang aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het (aanvullend) rapport en advies van de Raad voor de Kinderbescherming te ’s-Gravenhage (de Raad) van 22 augustus 2025, met kenmerk SK-1-653780C;
- het F9-bericht van de moeder van 19 september 2025, met bijlage;
- het F9-bericht van de vader van 24 september 2025;
- het F9-bericht van de vader van 25 november 2025, met als bijlage een brief van Demy.
Op 28 november is de behandeling op een zitting voortgezet. Daarbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam] namens de Raad.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist. Aan de rechtbank ligt nog voor het (zelfstandige) verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling tussen hem en de kinderen.
Aanvullend raadsonderzoek
Door de Raad is in de afgelopen periode een aanvullend onderzoek verricht naar de mogelijkheid van contactherstel tussen de vader en de kinderen, het draagvlak hiervoor bij de betrokkenen en hoe dit contact eventueel vormgegeven zou moeten worden.
Uit het aanvullend Raadsrapport volgt dat tussen partijen sprake is geweest van een turbulente relatie met verbaal geweld en heftige gebeurtenissen (waaronder een val van het balkon door de vader die door de val hersenletsel heeft opgelopen). Het gezin heeft daardoor een belast verleden. De moeder is nadien gediagnosticeerd met PTSS. Ook bij de kinderen worden traumaklachten gezien. De moeder en de kinderen zijn gestart met een traject ‘Multisysteemtherapie Child Abuse and Neglect’. Hieruit volgt dat alle kinderen aanvullend onderzoek en/of hulpverlening nodig hebben. [de minderjarige 1] voert nu gesprekjes bij GGZ Viersprong en [de minderjarige 2] is gestart met speltherapie. In de thuissituatie ontvangt de moeder ook ambulante hulpverlening vanuit de school (speciaal onderwijs) van [de minderjarige 2] . De verdere behandeling van de kinderen kan pas starten na de uitspraak van de rechtbank, omdat de Viersprong de behandeling op de uitkomst wil afstemmen. In ieder geval zal uiteindelijk voor de kinderen ‘Words and Pictures’ worden gestart, zodat zij leeftijdsadequaat een duidelijk verhaal hebben over hun voorgeschiedenis, wie de vader is en wat er is gebeurd.
De omgangsbegeleiding die eerder in het kader van voorlopige voorzieningen is opgestart, is na vier keer afgebroken op advies van de hulpverlening. Hoewel de omgangsmomenten op zich goed verliepen, zag de behandelaar van de Viersprong een grote ontregeling bij de kinderen. Dit heeft tot verwarring en onzekerheid bij de kinderen geleid. Deze onzekerheid en onrust over het contact met vader bestaat nog altijd. Dat leidt tot een negatieve invloed op de ontwikkeling van de kinderen, terwijl zij al kwetsbaar zijn. Daar komt bij dat de moeder een beperkte draagkracht heeft. Het lukt haar nu net aan om de benodigde positieve stappen te zetten en de kinderen te ondersteunen en opvoeden, maar het is een kwetsbaar evenwicht. Zij kan de kinderen op dit moment onvoldoende begeleiden in contact met de vader. Aan de andere kant weigert de vader ook hulpverlening (bijvoorbeeld psycho-educatie) om het vertrouwen te vergroten.
De Raad concludeert daarom dat op dit moment geen ruimte bestaat voor contactherstel.
Beoordeling
De rechtbank zal het advies van de Raad volgen en op dit moment geen omgangsregeling vaststellen tussen de vader en de kinderen. Zoals in het voorgaande is beschreven, kampt het gezin met complexe problematiek en bestaat bij de moeder geen draagvlak om de kinderen begeleiden in contact. Het wankele evenwicht dat het gezin op dit moment heeft bereikt en waarbij bij de kinderen en de moeder voorzichtige positieve stappen worden gezet, zal verstoord raken als er nu omgang met de vader wordt opgestart. De kinderen (en de moeder) moeten eerst de behandelingen hebben afgerond en een stabiele en evenwichtige situatie hebben gecreëerd, voordat wordt toegekomen aan het herstarten van omgang.
Naar oordeel van de rechtbank is voor het kunnen plaatsvinden van contact aan de andere kant ook hulpverlening voor de vader nodig. Bij de vader is sprake van niet-aangeboren-hersenletsel door de val van het balkon. De vader heeft inmiddels een stabiele werk- en woonplek op een camping, maar heeft hij ook aangegeven dat hij twijfelt over de toedracht van zijn suïcidepoging. Volgens hem is het een mogelijkheid dat hij niet van het balkon is gesprongen, maar dat de moeder hem heeft geduwd. Hoewel de vader hierover op de zitting heeft gezegd dat dit voor hem niet in de weg staat aan contact, deelt de rechtbank die mening niet. Er zit daarmee ook aan de vader een zorgelijke drempel als het gaat om het opstarten van contact met de kinderen.
Anders dan de vader op zitting heeft verzocht zal de rechtbank geen voorlopige beslissing geven maar een definitieve beslissing. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de vader afwijzen. Dat betekent dat er op dit moment geen omgangsregeling tussen hem en de kinderen wordt vastgesteld. De rechtbank kan invoelen dat deze beslissing heel verdrietig voor de vader zal zijn. Hij heeft de afgelopen jaren namelijk geprobeerd om in contact zijn kinderen te komen en daar heel veel moeite voor gedaan. Bij het nemen van deze beslissing laat de rechtbank zich leiden door het belang van de kinderen Daarmee zegt de rechtbank niet dat contactherstel niet waardevol zou zijn voor de kinderen maar enkel dat alleen dat rust op dit moment belangrijker is voor de kinderen.
Ten overvloede merkt de rechtbank nog het volgende op. Hoewel hierover geen verzoek voorligt, is op de zitting gesproken over het verstrekken van informatie aan de vader over de kinderen. Gebleken is dat ook voor een informatieregeling bij de moeder geen draagvlak bestaat. In ieder geval zullen de advocaten van de ouders zich inspannen om te organiseren dat de vader toegang heeft tot ‘Social Schools’, een schoolapp van de kinderen, zodat hij via die weg informatie en foto’s van de kinderen kan inzien.

Beslissing

De rechtbank:
wijst af het verzoek van de vader tot het vaststellen van een omgangsregeling.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 22 december 2025.