ECLI:NL:RBDHA:2025:26912

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
C/09/672981 / FA RK 24-6851
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling en uitbreiding zorgregeling voor minderjarige met veiligheidsafspraken

De rechtbank Den Haag heeft op 22 december 2025 een beschikking gegeven inzake de zorg- en opvoedingstaken voor een minderjarige, waarbij de omgang tussen de vader en het kind wordt uitgebreid. Na een eerdere voorlopige regeling van februari 2025, waarbij de omgang onder begeleiding van Stichting Jeugdformaat plaatsvond, is nu een opbouwregeling vastgesteld die leidt tot een reguliere weekendregeling vanaf april 2026.

De omgangsmomenten worden stapsgewijs uitgebreid, beginnend met korte periodes op zaterdagen en uiteindelijk uitlopend tot hele weekenden bij de vader. Daarnaast is een vakantieregeling vastgesteld die aansluit bij de schoolvakanties en een verdeling van feestdagen die gelijkelijk tussen de ouders wordt verdeeld. De regeling voorziet ook in een haal- en brengregeling waarbij de moeder het kind naar de vader brengt en de vader het kind terugbrengt naar de moeder.

De rechtbank benadrukt het belang van het opbouwen van vertrouwen tussen de ouders. De vader moet eerlijk zijn en zich houden aan de veiligheidsafspraken, waaronder het niet gebruiken van drugs of alcohol tijdens omgang en het niet roken of vapen in de nabijheid van het kind. De moeder wordt geacht de vader te informeren over de verzorging van het kind. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en wijst overige verzoeken af.

Uitkomst: De rechtbank stelt een uitgebreide zorgregeling vast met een geleidelijke opbouw van omgang bij de vader en duidelijke veiligheidsafspraken.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-6851
Zaaknummer: C/09/672981
Datum beschikking: 22 december 2025

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 23 september 2024 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.E. Oud te Krommenie, gemeente Zaanstad.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. I.M. van der Drift te Delft.

Procedure

Bij beschikking van 6 februari 2025 van deze rechtbank – voor zover van belang –:
- is een
voorlopigezorgregeling vastgesteld, waarbij [de minderjarige] : minimaal één keer per week gedurende twee uur onder begeleiding van Stichting Jeugdformaat bij de vader zal zijn en waarbij de verdere uitbreiding qua frequentie, duur en aard wordt bepaald en uitgevoerd conform de aanwijzingen van de omgangsbegeleiders van Stichting Jeugdformaat, waarbij moet worden toegewerkt naar een frequente en onbegeleide zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige] ;
  • zijn partijen verwezen naar een traject ouderschapsbemiddeling;
  • is iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het F9-bericht van de moeder van 1 augustus 2025, met bijlage;
- het F9-bericht van de vader van 19 augustus 2025, met bijlage;
- het F9-bericht van de moeder van 22 augustus 2025, met bijlage;
- de e-mail van Jeugdformaat van 7 november 2025, met als bijlage een tussentijds verslag over de hulpverlening;
- het F9-bericht van 21 november 2025 van der vader, met bijlagen;
- het F9-bericht van 25 november van de moeder, met bijlage.
Op 28 november 2025 is de behandeling op een zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
In de afgelopen periode hebben partijen een traject Ouderschap Blijft gevolgd, bestaande uit begeleide omgang tussen de vader en [de minderjarige] en gesprekken met de ouders. Er hebben daarbij zeventien begeleide omgangsmomenten plaatsgevonden en negen oudergesprekken. Uit het eindverslag volgt dat het traject overwegend goed is verlopen. Tijdens de omgangsmomenten is een plezierig contact tussen de vader en [de minderjarige] gezien en beide ouders hebben positieve stappen gemaakt als het gaat om de contactmomenten. De ouders organiseren inmiddels zelf de omgang, waarbij de vader [de minderjarige] wekelijks ziet in de buurt van de woning van de moeder. Het lukt de ouders echter niet om in onderling overleg tot een verdere uitbreiding te komen, zoals de vader graag wil.
Volgens de moeder zijn de omgangsmomenten op zich goed verlopen, maar zij heeft onvoldoende vertrouwen in de vader, zowel als het gaat om zijn opvoed- en verzorgingsvaardigheden als zijn leefstijl. De moeder heeft veelvuldig haar zorgen geuit over (bijvoorbeeld) tegenstrijdige uitspraken over detentie, zijn woonplaats, alcoholgebruik en zijn rijgedrag. Zij stelt de vader ook betrapt te hebben op een aantal onwaarheden onder meer door de inschakeling van een particulier recherche bureau. Het gaat dan om de plek waar de vader vaak verblijft en het in de file staan bij het te laat komen op een afspraak. Deze leugens hebben haar wantrouwen richting de vader vergroot. Door Jeugdformaat zijn deze signalen volgens de moeder onvoldoende opgepakt. Zij vindt een uitbreiding van het contact op dit moment daarom niet aan de orde. De vader zal volgens de moeder eerst aan zichzelf moeten werken.
De vader ontkent hetgeen moeder over hem stelt. Hij heeft zich steeds ingezet voor stabiele, liefdevolle relatie met zijn zoon. De omgangsbegeleiding is goed verlopen en hij wil graag uitbreiden, zodat hij betrokken kan zijn in het leven van [de minderjarige] .
De rechtbank ziet – evenals Jeugdformaat en de Raad – geen contra-indicaties voor het uitbreiden van de omgang. Zoals ook door de Raad op de zitting is onderstreept, heeft de vader bij de veelvuldige begeleide omgangsmomenten een positieve inzet en commitment laten zien. Met het oog op de zorgen en het wantrouwen van de moeder zullen daarbij wel duidelijke veiligheidsafspraken moeten worden gemaakt. De rechtbank benadrukt daarbij ook dat de vader zich er bewust van moet zijn dat het vertrouwen van de moeder moet worden opgebouwd. Het is daarom van groot belang dat de vader eerlijk is. Ook als het volgens de vader om relevante onderwerpen gaat of onderwerpen die volgens hem de moeder niet aangaan. Hij kan dan beter tegen de moeder zeggen dat hij geen antwoord op bepaalde vragen wil geven dan te liegen. Het (opbouwen van) onderling vertrouwen is namelijk cruciaal om de opbouw verder te doen slagen en het betrapt worden op leugens werkt daarbij contraproductief. Van de moeder verwacht de rechtbank dat zij de vader (bijvoorbeeld door middel van een schriftje) op de hoogte zal houden van de voeding, slaapjes en overige verzorging van [de minderjarige] , zodat de vader hierbij zoveel mogelijk kan aansluiten.
Op de zitting is met partijen gesproken over een uitbreiding van de omgang. Partijen zijn er daarbij in geslaagd om (gedeeltelijke) afspraken te maken en zijn de start van een opbouwregeling overeengekomen (tot aan een verblijf van een hele zaterdag bij de vader). Zij hebben de rechtbank verzocht om hieraan verdere invulling te geven en te beslissen over nog openliggende punten.
Gelet hierop zal de rechtbank – conform de deelovereenstemming van partijen – de volgende zorgregeling vaststellen. Allereerst zijn partijen overeengekomen dat [de minderjarige] op tweede kerstdag een kerstontbijt zal hebben bij de (ouders van de) vader thuis van 09.00 uur tot 13.00 uur. Vervolgens zal de reguliere zorgregeling beginnen op zaterdag 27 december 2025, waarbij [de minderjarige] om de week in het weekend omgang heeft met de vader en waarbij het volgende schema wordt gevolgd:
  • de eerste vier keer: op zaterdag van 09.00 uur tot 13.00 uur;
  • daarna vier keer: op zaterdag van 09.00 uur tot 16.00 uur (na het middagslaapje);
  • dan vier keer: op zaterdag van 09.00 uur tot 18.00 uur (na het avondeten);
  • dan vier keer: van zaterdag 09.00 uur tot zondag 11.00 uur;
  • en uiteindelijk: van zaterdag 09.00 uur tot zondag 17.00 uur.
Bij de omgangsregeling gelden de volgende veiligheidsafspraken:
  • de vader is gedurende de omgang met [de minderjarige] niet onder invloed van drugs of alcohol.
  • de vader vapet of rookt niet in de buurt of in dezelfde ruimte als [de minderjarige] ;
- de vader houdt zich (vanzelfsprekend) aan alle verkeersregels en zorgt dat [de minderjarige] veilig wordt vervoerd;
- er wordt door partijen niet negatief gesproken over de andere ouder of diens familieleden;
- de omgangsmomenten vinden plaats in de woning van de ouders van de vader op het adres [adres 1] ;
- de vader neemt [de minderjarige] niet mee naar het huis aan de [adres 2] .
Vanaf 25 april 2026 zal de uiteindelijke reguliere weekendregeling gelden. Cruciaal voor de vader is dat hij de zorgregeling en de veiligheidsafspraken nakomt en dat de moeder niet wordt geschaad in het opgebouwde vertrouwen. Vanaf de herfstvakantie 2026 zal dan een vakantieregeling gelden.
De vader heeft verzocht om vaststelling van een vakantieregeling die neerkomt op een verdeling bij helfte. De rechtbank zal een vakantieregeling vaststellen. Voor de definitie van vakantie sluit de rechtbank aan bij de door de Rijksoverheid vastgestelde schoolvakanties, zoals die gelden voor de regio waarin [de minderjarige] woont. De rechtbank acht het in het belang van [de minderjarige] dat ook de feestdagen bij helfte tussen de ouders worden verdeeld. Daarbij merkt de rechtbank op dat de vakantie- en feestdagenregeling zal prevaleren boven de reguliere zorgregeling. De verdeling van de vakanties en feestdagen zal worden opgenomen in het dictum van deze beschikking.
Ten aanzien van het halen en brengen overweegt de rechtbank dat de moeder op de zitting enerzijds heeft verklaard zich grote zorgen te maken over het roekeloze rijgedrag van de vader. Tegelijkertijd wil zij wel dat de vader [de minderjarige] zowel haalt en brengt omdat van haar wordt verwacht dat zij “het los moet laten”. Naar oordeel van de rechtbank is passend als ieder van de ouders een deel van het halen/brengen op zich neemt. De moeder zal [de minderjarige] steeds naar de vader brengen, de vader brengt [de minderjarige] weer terug naar de moeder. Op deze manier kan [de minderjarige] hopelijk ervaren dat de ene ouder het verblijf bij de andere ouder ondersteunt.
Daarom zal als volgt worden beslist.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 6 februari 2025 –:
*
stelt een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast (regulier zorgregeling, waarbij [de minderjarige] bij de vader is:
- op tweede Kerstdag (26 december 2025) van 09.00 uur tot 13.00 uur;
- vanaf 27 december 2025 gedurende vier keer: op zaterdag 09.00 uur tot 13.00 uur;
- daarna vier keer: op zaterdag van 09.00 uur tot 16.00 uur (na het middagslaapje);
- dan vier keer: op zaterdag van 09.00 uur tot 18.00 uur (na het avondeten);
- dan vier keer: van zaterdag 09.00 uur tot zondag 11.00 uur;
- en uiteindelijk: van zaterdag 09.00 uur tot zondag 17.00 uur;
*
stelt vanaf de herfstvakantie 2026 de volgende vakantieregeling vast:
- in de herfstvakantie verblijft [de minderjarige] in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren
bij de vader;
- de eerste week van de kerstvakantie verblijft [de minderjarige] in de even jaren bij de vader, in de
oneven jaren bij de moeder; de twee kerstdagen worden verdeeld;
- met Oud en Nieuw is [de minderjarige] in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder;
- in de voorjaarsvakantie verblijft [de minderjarige] in de oneven jaren bij de moeder, in de even
jaren bij de vader;
- op Koningsdag is [de minderjarige] in de oneven jaren bij de vader, in de even jaren bij de
moeder;
- het paasweekend verblijft [de minderjarige] in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren
bij de moeder;
- het pinksterweekend verblijft [de minderjarige] in de oneven jaren bij de vader, in de even
jaren bij de moeder;
- de meivakantie verblijft [de minderjarige] indien de vakantie twee weken duurt een week bij
iedere ouder en indien de meivakantie een week duurt, verblijft [de minderjarige] in de even jaren bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader;
- in de zomervakantie verblijft [de minderjarige] in de even jaren de eerste drie weken bij de vader, in de oneven de eerste drie weken de moeder;
- op Vaderdag is [de minderjarige] bij de vader, op Moederdag is [de minderjarige] bij de moeder;
- op de verjaardag van de vader is [de minderjarige] bij de vader, op de verjaardag van de moeder is
[de minderjarige] bij de moeder;
- voor de verjaardag van [de minderjarige] wordt de reguliere omgangsregeling aangehouden en
vieren de ouders van [de minderjarige] zijn verjaardag ieder voor zich, wanneer hij bij hen is
conform de regulier zorg regeling.
*
bepaalt dat zowel bij de regulier zorgregeling, als de vakantie- en feestdagenregeling geldt dat de moeder [de minderjarige] steeds naar (het huis van de ouders van) de vader brengt en de vader [de minderjarige] vervolgens weer bij de moeder terugbrengt en waarbij de in het lichaam van de beschikking genoemde veiligheidsafspraken worden nageleefd;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 22 december 2025.