ECLI:NL:RBDHA:2025:26905

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
C/09/673545 / FA RK 24-7141
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling voor minderjarige in het kader van ouderschap en hulpverlening

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 22 december 2025 een beschikking gegeven met betrekking tot de zorgregeling van een minderjarige. De zaak betreft een informele rechtsingang ex artikel 1:377g BW, waarbij de minderjarige, die op een bij de rechtbank bekend adres woont, betrokken is. De moeder en vader van de minderjarige zijn als belanghebbenden aangemerkt, met mr. R.W. van den Hoek en mr. B. Beekman als respectieve advocaten. De rechtbank heeft eerder, op 6 februari 2025, een voorlopige zorgregeling vastgesteld, waarbij de minderjarige elke donderdag bij de vader zou verblijven. Echter, na gesprekken met de bijzondere curator en de kinderrechter, heeft de minderjarige aangegeven dat zij volledig bij de moeder wil wonen en geen contact meer wil met de vader. De rechtbank heeft geconstateerd dat de ouders het eens zijn over de wens van de minderjarige, maar dat het niet wenselijk is om de hoofdverblijfplaats formeel te wijzigen vanwege de lopende hulpverlening. De rechtbank heeft besloten dat de minderjarige feitelijk bij de moeder zal verblijven, maar officieel ingeschreven zal blijven op het adres van de vader om de hulpverlening niet te verstoren. De rechtbank heeft ook de bijzondere curator ontslagen uit haar functie, aangezien vertegenwoordiging van de minderjarige niet meer nodig is. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-7141
Zaaknummer: C/09/673545
Datum beschikking: 22 december 2025

Informele rechtsingang ex artikel 1:377g BW

Beschikking naar aanleiding van het op 1 oktober 2024 ingekomen bericht van:

[minderjarige],

de minderjarige,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.W. van den Hoek te Leiden.

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B. Beekman te Noordwijk.

Procedure

Bij beschikking van 6 februari 2025 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang –:
  • bepaald dat [minderjarige]
  • mr. I.J. Pieters tot bijzondere curator over [minderjarige] benoemd;
  • bepaald dat de bijzondere curator schriftelijk verslag dient te doen;
  • iedere verdere behandeling van het verzoek pro forma aangehouden tot 15 april 2025 en is iedere verdere beslissing over het verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het verslag van de bijzondere curator van 1 september 2025;
  • het e-mailbericht van 3 september 2025, van de moeder;
  • de brief van 15 september 2025, met bijlagen, van de vader.
De minderjarige [minderjarige] heeft een gesprek gehad met de kinderrechter op 21 november 2025.
Op 24 november 2025 is de behandeling van de zaak op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de advocaat van de vader;
  • de bijzondere curator;
  • [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De vader zelf is, zonder voorafgaande opgave van redenen, niet in persoon op de zitting verschenen.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al dat wat in voornoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Uit het verslag van de bijzondere curator blijkt – samengevat – het volgende. Er zijn zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige]. Het is belangrijk dat zij hiervoor hulp krijgt. Daarnaast heeft het ontbreken van goed contact tussen de ouders op [minderjarige] een negatieve uitwerking. De vader is erg negatief en wantrouwend richting de moeder. [minderjarige] heeft behoefte aan een plek in een gezinssysteem, naar welke plek zij nog op zoek is. Hierbij zou het voor [minderjarige] helpen als de ouders zouden werken aan normalisering van het onderlinge contact. De bijzondere curator heeft geadviseerd om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] te wijzigen naar de moeder. Op de zitting heeft de bijzondere curator verder toegelicht dat er momenteel geen ruimte is bij [minderjarige] voor contact met de vader, waardoor er geen zorgregeling met de vader vastgelegd kan worden.
De moeder is het eens met het advies van de bijzondere curator. Op de zitting heeft de advocaat van de moeder echter naar voren gebracht dat het met het oog op de ingezette hulpverlening voor [minderjarige] niet wenselijk is om (momenteel) de hoofdverblijfplaats formeel te wijzigen. [minderjarige] heeft lang op de wachtlijst gestaan en zou bij een wijziging van de hoofdverblijfplaats opnieuw op een (lange) wachtlijst terecht komen.
Op de zitting heeft de advocaat van de vader aangegeven dat de vader het betreurt dat [minderjarige] geen contact meer wil met hem, en namens de vader benadrukt dat [minderjarige], mocht zij dat in de toekomst wensen, altijd welkom is bij de vader. De advocaat heeft verder namens de vader bevestigd het ermee eens te zijn dat [minderjarige] feitelijk bij de moeder woont, maar ingeschreven zal blijven staan op het adres van de vader, zodat de ingezette hulpverlening voor [minderjarige] niet stagneert.
De rechtbank overweegt als volgt.
[minderjarige] heeft in haar gesprekken met de bijzondere curator en in het gesprek met de kinderrechter duidelijk aangegeven dat zij volledig bij de moeder wil wonen. Beide ouders staan hier achter, maar zijn het er ook over eens dat het niet wenselijk is om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] nu formeel te wijzigen, in verband met de hulpverlening voor [minderjarige]. Afgesproken is dat [minderjarige] daarom nog ingeschreven zal blijven staan op het adres van de vader. Het voorgaande betekent dat de rechtbank de “formele” hoofdverblijfplaats van [minderjarige] (het adres waar [minderjarige] staat ingeschreven) niet zal wijzigen. Zij zal in het belang van [minderjarige] wel vastleggen dat [minderjarige] (feitelijk) bij de moeder zal verblijven.
De voorlopige zorgregeling zoals die is vastgelegd in voornoemde beschikking wordt niet meer uitgevoerd. [minderjarige] wil niet dat er een zorgregeling met de vader wordt vastgesteld. Momenteel heeft ze geen behoefte aan contact met de vader en ze wil dat het initiatief voor contact bij haar komt te liggen, in plaats van dat de vader haar telkens berichtjes stuurt en vraagt om langs te komen. De rechtbank is van oordeel dat er, gelet op de leeftijd van [minderjarige], rekening moet worden gehouden met haar wens. De weerstand van [minderjarige] tegen contact met de vader is dusdanig groot dat de rechtbank het niet mogelijk acht om een zorgregeling vast te stellen tussen [minderjarige] en de vader. De rechtbank acht [minderjarige] zelf in staat om het contact met de vader aan te gaan indien zij daar na verloop van tijd weer behoefte aan heeft. Op dit moment is het belangrijk dat [minderjarige] de juiste hulpverlening krijgt. De hulpverlening voor [minderjarige] bij [zorginstantie] is gestart en daarnaast is zij inmiddels ook onder behandeling bij een psycholoog, onder andere voor haar AHDH-problematiek. Het is van belang voor [minderjarige] dat de ouders naar [minderjarige] uitdragen dat zij deze hulpverlening ondersteunen. Op de zitting is naar voren gekomen dat de onderlinge communicatie tussen de ouders inmiddels beter verloopt. De rechtbank benadrukt nogmaals dat het – gelet op de bevindingen van de bijzondere curator – voor [minderjarige] belangrijk is dat de ouders hieraan blijven werken.
De rechtbank hoopt dat er op enig moment bij [minderjarige] weer ruimte komt voor onbelast contact met de vader. Van de moeder wordt verwacht dat zij het contact tussen [minderjarige] en de vader blijft stimuleren. De rechtbank geeft de vader mee dat voor toekomstig contactherstel met [minderjarige] ook helpend kan zijn dat hij professionele hulp zoekt voor zijn boosheid, zodat [minderjarige] ziet dat vader ook zelf met zijn persoonlijke problematiek aan de slag gaat.
Brief aan [minderjarige]
De kinderrechter vindt het belangrijk om de ouders te laten weten dat aan [minderjarige] vandaag een brief is gestuurd, waarin de beslissing is uitgelegd. In die brief staat het volgende:
Beste [minderjarige],
In een eerdere uitspraak heeft mijn collega een voorlopige contactregeling met je vader vastgelegd, waarbij je elke donderdag uit school tot na het avondeten bij je vader zou zijn. Ook is toen besloten dat je een aantal keer zou praten met een bijzondere curator, [naam 2].
Je hebt daarna een aantal gesprekken gehad met [naam 2] en ik heb daarvan een kort verslag ontvangen.
Jij en ik hebben elkaar daarna op 21 november jl. gesproken. Ik vond het fijn dat je zo open was tijdens ons gesprek. Je hebt me toen verteld dat je de laatste tijd niet meer op de donderdag naar je vader toegaat. Je hebt ook verteld dat je volledig bij je moeder wil wonen en (voorlopig) niet meer naar je vader toe wil. Ik heb hierover vervolgens weer met je moeder, de advocaat van je vader, [naam 2] en de Raad voor de Kinderbescherming gepraat om een definitieve beslissing te kunnen nemen naar aanleiding van jouw wensen.
Ik heb besloten dat je, zoals je graag wilt, volledig bij je moeder kan blijven wonen en dat er geen contactregeling met je vader wordt vastgelegd. Dat betekent dat je niet gedwongen zult worden om naar je vader te gaan als jij dat niet wilt. Je blijft (voorlopig) echter nog wel officieel ingeschreven staan op het adres van je vader en ik zal je hieronder uitleggen waarom.
Tijdens het gesprek met je moeder, haar advocaat, de advocaat van je vader en de bijzondere curator is duidelijk geworden dat het heel onverstandig zou zijn om je nu ook in te schrijven op het adres van je moeder, omdat de hulpverlening door [zorginstantie] dan zal moeten stoppen. Dan kom je opnieuw op een lange wachtlijst te staan en dat zou heel vervelend zijn. Dit komt omdat jouw moeder in een ander gebied woont dan je vader, en de hulpverlening afhankelijk is van het gebied waarin je ‘formeel’ woont. Jouw moeder, je vader, de bijzondere curator en ik waren het er over eens dat we niet willen dat de gesprekken met [zorginstantie] nu stoppen, omdat deze juist zo fijn kunnen zijn. Dat betekent dat je, zolang dat voor de hulpverlening nodig is, nog wel op het adres van je vader ingeschreven zal blijven staan. Daar zul je verder niet veel van merken, behalve dan dat officiële brieven die voor jou bestemd zijn, naar het adres van je vader worden gestuurd. Als dat gebeurt, dan zal je vader die post doorsturen naar het adres van je moeder.
Ik zal mijn beslissing in een officieel stuk voor je ouders (een beschikking) zetten en daarin ook de tekst van deze brief opnemen, zodat je ouders weten wat ik jou heb geschreven.
Ik gun jou voor nu rust en fijne gesprekken bij [zorginstantie] en bij de psycholoog. Heel misschien krijg je op een gegeven moment weer ruimte voor contact met je vader. Je kan dan altijd zelf contact zoeken met hem. Je vader heeft via zijn advocaat laten weten dat je altijd welkom bent.
Ik hoop dat mijn beslissing en de uitleg in deze brief duidelijk voor je is.
Ik wens je het allerbeste.
De kinderrechter
Ontslag bijzondere curator
Uit de te nemen beslissingen volgt dat vertegenwoordiging van [minderjarige] door de bijzondere curator niet meer nodig is. De rechtbank zal de bijzondere curator daarom ontslaan uit haar functie.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 6 februari 2025 – :
bepaalt dat [minderjarige] bij de moeder zal verblijven en dat er geen zorgregeling tussen [minderjarige] en de vader zal gelden en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
ontslaat de bijzondere curator van haar functie als bijzondere curator over [minderjarige].
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 22 december 2025.