De rechtbank Den Haag heeft op 22 december 2025 een beschikking gegeven inzake de zorgregeling van een minderjarige. Na eerdere voorlopige beslissingen en rapportages van een bijzondere curator, is vastgesteld dat de minderjarige feitelijk bij de moeder verblijft en geen contactregeling met de vader wenst. De vader is niet in persoon verschenen, maar via zijn advocaat is bevestigd dat de minderjarige ingeschreven blijft op zijn adres om de continuïteit van de hulpverlening te waarborgen.
De bijzondere curator rapporteerde zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige en adviseerde de hoofdverblijfplaats te wijzigen naar de moeder. De rechtbank volgt dit advies deels door het feitelijke verblijf bij de moeder vast te leggen, maar wijzigt de formele hoofdverblijfplaats niet vanwege de hulpverlening die afhankelijk is van het inschrijvingsadres.
De rechtbank acht het belang van de minderjarige leidend en respecteert haar wens geen contact met de vader te hebben, waarbij het initiatief voor toekomstig contact bij haar ligt. De voorlopige zorgregeling wordt beëindigd. De bijzondere curator wordt ontslagen uit haar functie. De rechtbank benadrukt het belang van verbetering van de communicatie tussen ouders en het ondersteunen van de hulpverlening voor de minderjarige.