ECLI:NL:RBDHA:2025:2681
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Eritrese verzoeker
Verzoeker, van Eritrese nationaliteit en geboren in 2006, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag bij besluit van 11 november 2024 af als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL24.44648) op 4 februari 2025. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting, terwijl de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaak, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk.
Op grond hiervan wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en oordeelde dat er geen reden was voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. A.M. den Dulk en is uitgesproken in het openbaar op 21 februari 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld en uitspraak is gedaan.