ECLI:NL:RBDHA:2025:2681

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 februari 2025
Publicatiedatum
24 februari 2025
Zaaknummer
NL24.44649
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Eritrese verzoeker

Verzoeker, van Eritrese nationaliteit en geboren in 2006, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag bij besluit van 11 november 2024 af als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL24.44648) op 4 februari 2025. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting, terwijl de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaak, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk.

Op grond hiervan wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en oordeelde dat er geen reden was voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. A.M. den Dulk en is uitgesproken in het openbaar op 21 februari 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld en uitspraak is gedaan.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.44649
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. E.H. Bokhorst),
en

de Minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: N. Ulutas).

Procesverloop

Bij besluit van 11 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.44648, op 4 februari 2025 op zitting behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Verzoeker stelt van Eritrese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2006.
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.44648, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Bruins, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
21 februari 2025

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.