ECLI:NL:RBDHA:2025:26795

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
C/09/695717 / FA RK 25-9222
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Zorgmachtiging voor betrokkene met genderdysforie en psychische stoornissen

Op 19 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven inzake een zorgmachtiging voor een betrokkene, geboren in 1999, die lijdt aan genderdysforie en andere psychische stoornissen. De officier van justitie had op 8 december 2025 een verzoek ingediend voor een zorgmachtiging van zes maanden, gebaseerd op een medische verklaring en andere relevante documenten. Tijdens de mondelinge behandeling op 19 december 2025 was de betrokkene niet aanwezig, maar had zij haar standpunten schriftelijk overgedragen aan de rechtbank. De rechtbank heeft vastgesteld dat de betrokkene niet in staat is om zichzelf in de maatschappij te handhaven en dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van de betrokkene te stabiliseren. De rechtbank verleende de zorgmachtiging en bepaalde dat deze geldt tot en met 19 juni 2026. De beschikking is gegeven door mr. L. Kelkensberg, rechter, en uitgesproken ter openbare zitting.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/695717 / FA RK 25-9222
Datum beschikking: 19 december 2025

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling], te [plaats],
advocaat: mr. M. Lindhout te Den Haag.
De rechtbank begrijpt uit de ingezonden stukken dat bij betrokkene genderdysforie speelt en dat betrokkene met ‘zij/haar’ wil worden aangesproken. In de beschikking zal verder overeenkomstig deze wens gebruik worden gemaakt van vrouwelijke voornaamwoorden.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 8 december 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 3 december 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht, maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 25 november 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 5 december 2025;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een uittreksel uit het curateleregister.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 december 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de verpleegkundig specialist psychiatrie, de heer [naam 2];
- de verpleegkundige, de heer [naam 3].
De curator van betrokkene heeft per e-mail van 17 december 2025 de rechtbank bericht niet aanwezig te zullen zijn bij de zitting.
Betrokkene heeft bij aanvang van de zitting aangegeven dat zij niet bij de verdere mondelinge behandeling aanwezig wil zijn. De uitkomst van de zitting heeft ingrijpende gevolgen voor haar, waardoor zij het moeilijk vindt om de zitting bij te wonen. Zij heeft haar standpunten in een brief uiteengezet en deze overgedragen aan de rechter. De rechtbank heeft daarmee vastgesteld dat betrokkene niet verder wenst te worden gehoord en heeft de zitting voortgezet buiten aanwezigheid van betrokkene.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is verweer gevoerd tegen het verzoek.
Blijkens de brief van betrokkene is zij bereid om zorg te accepteren, maar niet in het verplichte kader. Zij staat wel open voor behandeling op vrijwillige basis. Daarnaast wil betrokkene dat haar medicatie verlaagd wordt.
De advocaat heeft ter zitting namens betrokkene afwijzing van het verzoek bepleit. Betrokkene neemt de medicatie op vrijwillige basis in en vraagt de rechtbank om vertrouwen hierin.
De verpleegkundig specialist heeft ter zitting verklaard dat betrokkene langere tijd op de open afdeling verbleef, maar dat dit zorgde voor een onveilige situatie voor andere cliënten en het personeel. Inmiddels is zij overgeplaatst naar de gesloten indeling en ingesteld op medicatie. Wel is nog sprake van desorganisatie en is de zelfzorg van betrokkenen niet op orde. Door de medicatie zijn de bedreigingen inmiddels niet meer aan de orde. De komende periode zal betrokkene zoveel mogelijk worden gestabiliseerd zodat zij weer terug naar de open afdeling kan. Medewerking van betrokkene is een voorwaarde voor meer vrijheden.
De verpleegkundige heeft ter zitting aangevuld dat vanuit achterdocht het slaapritme van betrokkene ernstig verstoord is geraakt. Betrokkene is verder zeer ambivalent ten aanzien van het ontvangen van zorg. Zij zal de medicatie alleen willen innemen zo lang dat een voorwaarde is om vrijheden te krijgen.

Beoordeling

Op 17 november 2025 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 8 december 2025.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten autisme, genderdysforie en schizofreniespectrumstoornis.
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Uit de stukken en hetgeen is besproken ter zitting blijkt dat sinds november 2025 bij betrokkene een toename van de psychotische klachten zichtbaar is, met onder meer gedesorganiseerd en afdelingsontwrichtend gedrag. Daarnaast is zij dreigend geweest richting bewoners en het personeel van de accommodatie. Verder is sprake van desorganisatie en is betrokkene bekend met zelfverwaarlozing en zelfbeschadigend gedrag. Bij kamercontrole zijn (gevaarlijke) voorwerpen aangetroffen, zoals een alarmpistool, mes, sleutels van derden, ID-kaarten van medebewoners en een dreigbrief. Ook heeft zij aangegeven een luchtbuks te hebben gekocht, zonder uitleg te kunnen reven over de reden daartoe. Op dit moment kan betrokkene zichzelf niet in de maatschappij handhaven.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Hoewel betrokkene in haar brief en bij monde van haar advocaat aangeeft de medicatie in het vrijwillig kader in te willen nemen, heeft zij zeer beperkt ziektebesef en -inzicht. Daarnaast hebben de behandelaren ernstige twijfels bij de motivatie om medicatie te gebruiken en is betrokkene eerder op vrijwillige basis niet te motiveren geweest voor de inname van medicatie. Zo is zij direct gestopt met de medicatie nadat het vorige verplichte kader eind 2024 is geëindigd. Ook is tijdens de huidige opname het verlenen van andere vormen van verplichte zorg, zoals verblijf in een EBK, noodzakelijk geweest. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten in het kader van het kamerprogramma van de instelling;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Gelet op hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het toewijzen van verplichte zorg in de vormen van:
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- verrichten medische controles;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek.
Niet gebleken is dat deze vormen van zorg in het verleden noodzakelijk zijn geweest en niet voorzienbaar is dat het verlenen van deze zorg noodzakelijk zal zijn.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten in het kader van het kamerprogramma van de instelling;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 juni 2026;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. Kelkensberg, rechter, bijgestaan door P.S.R. Nieman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 december 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 9 januari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.