ECLI:NL:RBDHA:2025:26759

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
C/09/678442 / FA RK 25-217
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Definitieve zorgregeling en verdeling vakanties na mislukte mediation

De rechtbank Den Haag heeft op 19 december 2025 een definitieve zorgregeling vastgesteld voor twee minderjarige kinderen na een eerdere voorlopige regeling en een mislukte mediation tussen de ouders.

De mediation tussen de vader en moeder is niet geslaagd, maar partijen zijn het eens over het vastleggen van de voorlopige zorgregeling als definitief. De vader wenst een vakantieregeling, maar concrete afspraken hierover zijn niet gemaakt. Uit overgelegde Whatsapp-berichten blijkt dat de moeder niet afwijzend staat tegenover vakanties bij de vader.

De rechtbank verwijst naar een eerdere beschikking van 27 januari 2025 waarin is bepaald dat bij onvoldoende resultaat van mediation, de vader het initiatief moet nemen voor aanmelding bij een zorginstantie voor ouderschapsbemiddeling. De rechtbank bepaalt dat vakanties en feestdagen in onderling overleg worden verdeeld en dat de vader het initiatief neemt voor het traject ouderschapsbemiddeling.

De beschikking regelt de verblijfsregeling: de kinderen verblijven in even weken van donderdag na school tot vrijdag naar school bij de vader, en in oneven weken van donderdag na school tot zondag 19.00 uur. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank stelt een definitieve zorgregeling vast en bepaalt dat vakanties en feestdagen in onderling overleg worden verdeeld met initiatief voor ouderschapsbemiddeling door de vader.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-217
Zaaknummer: C/09/678442
Datum beschikking: 19 december 2025

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 10 januari 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. A.A.G. Balkenende te Katwijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. R.W. van den Hoek te Leiden.

Procedure

Deze rechtbank heeft bij tussenbeschikking van 27 januari 2025, een voorlopige zorgregeling bepaald en partijen verwezen naar mediation.
De rechtbank heeft opnieuw kennis genomen van de stukken waaronder nu ook:
  • Het F9-formulier zijdens de vader van 2 juli 2025;
  • Het F9-formulier zijdens de moeder van 27 augustus 2025;
  • Het F9-formulier zijdens de vader van 8 september 2025;
  • Het bericht zijdens de moeder van 7 november 2025;
  • Het bericht zijdens de vader van 12 december 2025, met bijlage.

Nadere beoordeling

De mediation tussen partijen is niet geslaagd. Wel zijn partijen het erover eens dat de eerder als voorlopig vastgelegde zorgregeling, kan worden vastgelegd als definitieve regeling. De vader wenst daarbij dat een vakantieregeling wordt vastgelegd.
Uit de overgelegde stukken, in het bijzonder de Whatsapp-berichten die zijdens de vader als bijlage bij zijn laatste bericht zijn overgelegd, blijkt de rechtbank dat de moeder er niet afwijzend tegenover staat als de kinderen ook in de vakanties deels bij de vader verblijven, maar dat het partijen niet gelukt is daar concrete afspraken over te maken.
In de beschikking van 27 januari 2025 heeft de rechtbank het volgende overwogen:
“Op de zitting is afgesproken dat mocht de mediation niet voldoende resultaat opleveren, partijen zich zullen aanmelden bij [zorginstantie] voor het traject ouderschapsbemiddeling. Het is in dat geval aan de vader om die aanmelding feitelijk te doen. Hij kan daarvoor contact opnemen met de huisarts of het wijkteam dan wel centrum voor jeugd en gezin.”
De rechtbank zal daarom bepalen dat de schoolvakanties en feestdagen worden verdeeld in onderling overleg en gaat er vanuit dat de vader het initiatief neemt om partijen aan te melden voor het traject ouderschapsbemiddeling. Daar dienen ouders te werken aan verbetering van hun onderlinge communicatie, zodat zij in de toekomst samen afspraken kunnen maken over de verdeling van de schoolvakanties en feestdagen.
Het meer of anders verzochte wordt door de rechtbank afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats 1],
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2],
bij de vader zullen zijn
  • in de even weken van donderdag uit school tot vrijdag naar school;
  • in de oneven weken van donderdag uit school tot zondag 19.00 uur;
  • gedurende een deel van de schoolvakanties en feestdagen, in onderling overleg te bepalen.
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, kinderrechter, bijgestaan door A.M.C. Guit van den Berg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2025.