Uitspraak
Gezag, omgang
Beschikking op het op 15 januari 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- het F9-formulier van 29 augustus 2025 van de vader;
- het F9-formulier van 15 september 2025 van de moeder.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 19 december 2025 het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kind te verkrijgen. De vader wenste meer betrokkenheid en meebeslissing over belangrijke zaken, terwijl de moeder het eenhoofdig gezag wilde behouden vanwege een volledig verstoorde relatie en gebrek aan communicatie.
De rechtbank overwoog dat gezamenlijk gezag alleen toewijsbaar is indien ouders in staat zijn tot behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en overleg. Ondanks eerdere hulpverlening en stappen is er nog steeds geen communicatie mogelijk tussen de ouders, en de moeder staat niet open voor verdere hulpverlening. Gezien de mogelijke negatieve gevolgen voor het kind werd het verzoek afgewezen.
De omgangsregeling, waarbij de minderjarige op woensdag na schooltijd en om de week in het weekend bij de vader verblijft, verloopt goed en wordt definitief vastgesteld. De huidige regeling voor het halen en brengen via een derde partij blijft gehandhaafd om directe communicatie tussen ouders te vermijden.
De rechtbank wijst tevens het verzoek van de moeder af om een bijzondere curator te benoemen, aangezien dit niet langer noodzakelijk wordt geacht. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot gezamenlijk gezag wordt afgewezen en de omgangsregeling wordt definitief vastgesteld zoals overeengekomen.