Uitspraak
Scheiding
Beschikking op het op 4 juni 2024 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
[de vrouw] ,
Procedure
- het verzoekschrift van de zijde van de man, ingekomen op 4 juni 2024;
- het aanvullende verzoekschrift van de zijde van de man, ingekomen op 27 juni 2025;
- het verweerschrift met een zelfstandig verzoek van de zijde van de vrouw, ingekomen op 23 juli 2025;
- het verweerschrift tegen het zelfstandige verzoek van de zijde van de man, ingekomen op 5 augustus 2025;
- het verweerschrift tegen de aanvullende verzoeken van de zijde van de vrouw, ingekomen op 20 augustus 2025;
- de brief van 10 november 2025, met bijlagen, van de zijde van de man;
- de brief van 10 november 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw.
Feiten
Verzoek en verweer
Beoordeling
4 juni 2024 bedroeg het saldo op de beleggingsrekening € 32.208,77. Volgens de man betreft dit uitsluitend de ontslagvergoeding van € 17.500,- en het door de jaren heen ontvangen rendement. Aangezien in de vaststellingsovereenkomst is opgenomen dat de ontslagvergoeding een aanvulling is op uitkeringen of lager loon, is de man van mening dat de ontslagvergoeding en de vruchten daarvan aan hem verknocht zijn en dat om die reden het saldo op de beleggingsrekening bij Saxo volledig aan hem toekomt.
€ 10.000,- daarom volledig aan hem moet vergoeden. Subsidiair betoogt de man dat de vrouw het bedrag van € 10.000,- moet terugbetalen aan de gemeenschap, zodat hij recht heeft op een bedrag van € 5.000,-.
€ 10.000,- naar haar broer heeft overgemaakt. Het is niet zo dat de vrouw het betreffende geldbedrag op dit moment nog in haar bezit heeft, zodat zij haar aandeel daarin ook niet aan de man kan verbeuren. Er is eveneens geen grond om de vrouw te veroordelen om een bedrag van € 10.000,- terug te betalen aan de gemeenschap. De vrouw had immers geen toestemming van de man nodig om tijdens het huwelijk geld uit te geven.