ECLI:NL:RBDHA:2025:26742

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
C/09/681489 / FA RK 25-1735
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:199 BWArt. 1:200 BWArt. 1:207 BWArt. 1:212 BWArt. 3 sub a Rv
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontkenning vaderschap en gerechtelijke vaststelling ouderschap na huwelijk en DNA-onderzoek

De moeder verzocht de rechtbank om ontkenning van het vaderschap van de juridische vader over de minderjarige en gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van de vermeende vader. De moeder en de juridische vader waren gehuwd toen de minderjarige werd geboren. De moeder diende het verzoek tot ontkenning vaderschap niet binnen de wettelijke termijn van één jaar na geboorte in, waardoor zij niet-ontvankelijk werd verklaard.

De bijzondere curator, benoemd om de belangen van de minderjarige te behartigen, diende een zelfstandig verzoek tot ontkenning vaderschap in, dat wel tijdig was. Uit DNA-onderzoek bleek met 99,9% zekerheid dat de vermeende vader de biologische vader is. De juridische vader erkende het vaderschap niet en was niet bij de opvoeding betrokken.

De rechtbank oordeelde dat de ontkenning van het vaderschap van de juridische vader gegrond is en stelde onder de voorwaarde van onherroepelijkheid het ouderschap van de vermeende vader vast. De werkzaamheden van de bijzondere curator werden hiermee beëindigd. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de bijzondere curator tot ontkenning van het vaderschap toe en stelt het ouderschap van de vermeende vader vast.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1735
Zaaknummer: C/09/681489
Datum beschikking: 19 december 2025

Ontkenning vaderschap en gerechtelijke vaststelling ouderschap

Beschikking op het op 17 februari 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. S. Kara in Rotterdam.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
ten aanzien van de ontkenning van het vaderschap:

[de juridische vader] ,

de juridische vader (hierna: [de juridische vader] ),
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
ten aanzien van de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap:

[de vermeende vader] ,

de vermeende vader (hierna: [de vermeende vader] ),
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
ten aanzien van de ontkenning van het vaderschap en de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap:

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats 1] ,

de minderjarige (hierna: [de minderjarige] ),
in rechte vertegenwoordigd door mr. E.G.S.N. Asselbergs, advocaat in Den Haag,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlage, namens de moeder;
  • de instemmingsverklaring van [de juridische vader] , ingekomen op [geboortedatum 3] 2025;
  • het bericht van 4 juni 2025, met bijlage, namens de moeder;
  • het verslag van de bijzondere curator, met verweerschrift en met zelfstandige verzoeken, ingekomen op 28 augustus 2025;
  • de instemmingsverklaring van [de vermeende vader] , ingekomen op 29 september 2025;
  • het bericht van 3 oktober 2025 namens de moeder;
  • de instemmingsverklaring van [de juridische vader] , ingekomen op 12 november 2025.

Feiten

  • De moeder en [de juridische vader] zijn gehuwd op [datum 1] 2020 in [plaats] , Turkije, welk huwelijk op [datum 2] 2025 is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.
  • Tijdens het huwelijk van de moeder en [de juridische vader] is [de minderjarige] geboren.
  • Volgens de Basisregistratie Personen hebben de moeder, [de minderjarige] en [de vermeende vader] in ieder geval de Nederlandse nationaliteit. [de juridische vader] heeft de Turkse nationaliteit.
  • Bij beschikking van 17 juni 2025 van deze rechtbank is mr. E.G.S.N. Asselbergs voornoemd benoemd tot bijzondere curator om de minderjarige op grond van artikel 1:212 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift van de moeder strekt tot:
  • benoeming van een bijzondere curator die namens [de minderjarige] een verzoek zal indienen voor de ontkenning van het vaderschap van [de juridische vader] over [de minderjarige] ;
  • gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van [de juridische vader] over [de minderjarige] ,
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De bijzondere curator voert verweer tegen het verzoek van de moeder tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap. Daarnaast verzoekt de bijzondere curator zelfstandig:
  • gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van [de juridische vader] over [de minderjarige] ;
  • gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van [de vermeende vader] over [de minderjarige] .
De moeder, [de juridische vader] en [de vermeende vader] hebben met het door de bijzondere curator verzochte ingestemd.

Beoordeling

Ontkenning vaderschap
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Op grond van artikel 3 sub a Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe, nu de moeder, [de minderjarige] en [de juridische vader] hun woonplaats in Nederland hebben.
Op grond van artikel 10:93 lid 1 BW Pro in samenhang met artikel 10:92 lid 1 BW Pro wordt – voor zover hier van belang – de vraag of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekkingen komt te staan tot de vrouw uit wie het kind is geboren en de met haar gehuwde persoon bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vrouw en die persoon, of indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de vrouw en die persoon elk hun gewone verblijfplaats hebben, of indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Op grond van het derde lid van dit artikel is het tijdstip van de geboorte van het kind bepalend.
Ten tijde van de geboorte van [de minderjarige] had de moeder de Nederlandse nationaliteit en had [de juridische vader] de Turkse nationaliteit. Aangezien zij geen gemeenschappelijke nationaliteit hadden, maar wel beiden hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden, is Nederlands recht van toepassing op het verzoek tot ontkenning van het vaderschap.
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:200 lid 5 BW Pro moet het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning door de moeder bij de rechtbank zijn ingediend binnen een jaar na de geboorte van het kind.
De moeder heeft haar verzoek niet binnen een jaar na de geboorte van [de minderjarige] ingediend, nu [de minderjarige] is geboren op [geboortedatum 1] 2021 en het verzoek is ingediend op 17 februari 2025. De moeder wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek.
In haar verzoekschrift heeft de bijzondere curator aangegeven dat zij van mening is dat ontkenning van het vaderschap in het belang van [de minderjarige] is. De bijzondere curator heeft daarom een zelfstandig verzoek hiertoe gedaan. De bijzondere curator heeft het verzoek, gezien het bepaalde in artikel 1:200 lid 6 BW Pro, tijdig ingediend, zodat zij daarin kan worden ontvangen.
Inhoudelijke beoordeling
Aangezien [de juridische vader] ten tijde van de geboorte van [de minderjarige] met de moeder was gehuwd, is hij op grond van artikel 1:199 onder Pro a BW de juridische vader van [de minderjarige] .
Op grond van artikel 1:200 lid 1 BW Pro kan het vaderschap worden ontkend op de grond dat de juridische vader niet de biologische vader van het kind is.
De bijzondere curator voert ter onderbouwing van het verzoek aan dat [de juridische vader] niet de biologische vader van [de minderjarige] kan zijn, omdat uit het DNA-onderzoek blijkt dat [de vermeende vader] de biologische vader is. Uit het ingediende DNA-rapport blijkt dat praktisch bewezen is (afgerond 99,9%) dat [de vermeende vader] de biologische vader is van [de minderjarige] . De rechtbank is niet gebleken van feiten die het mogelijk maken dat [de juridische vader] toch de biologische vader is van [de minderjarige] . Zo heeft de moeder verklaard dat zij slechts een korte periode met hem heeft samengeleefd. Daarnaast heeft [de juridische vader] ingestemd met het verzoek. Hij heeft ook verklaard dat hij [de minderjarige] nooit heeft erkend en niet bij haar opvoeding betrokken is geweest. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank het verzoek van de bijzondere curator tot gegrondverklaring van de ontkenning van het ouderschap van [de juridische vader] over [de minderjarige] toewijzen.
Gerechtelijke vaststelling ouderschap
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Op grond van artikel 3 sub a Rv Pro komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe, nu de moeder, [de minderjarige] en [de vermeende vader] hun woonplaats in Nederland hebben.
Op grond van artikel 10:97 BW Pro wordt de vraag of en onder welke voorwaarden ouderschap van de biologische vader gerechtelijk kan worden vastgesteld bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de biologische vader en de moeder of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de biologische vader en de moeder elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Bezitten de biologische vader en de moeder meer dan een gemeenschappelijke nationaliteit, dan worden zij geacht geen gemeenschappelijke nationaliteit te bezitten. Bepalend is het tijdstip van de indiening van het verzoek.
Ten tijde van de indiening van het verzoek hadden de moeder en [de vermeende vader] de Nederlandse nationaliteit, zodat Nederlands recht van toepassing is op het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap.
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:207 lid 1 BW Pro kan het ouderschap van een persoon op de grond dat deze de verwekker is van het kind door de rechtbank worden vastgesteld op verzoek van:
de moeder, tenzij het kind de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt;
het kind.
Voor het kind geldt geen termijn waarbinnen een verzoek moet worden ingediend. Gelet op het voorgaande is de bijzondere curator ontvankelijk in haar verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Door de gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap in deze beschikking is hierna in principe de weg vrijgemaakt voor [de vermeende vader] om tot erkenning over te gaan. De rechtbank acht gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, dat terugwerkt tot de geboorte
van de minderjarige, zoals ook door de bijzondere curator is verzocht, echter het meest aangewezen. In dit kader is van belang dat [de minderjarige] al een juridische vader had ten tijde van haar geboorte, waardoor zij op dat moment niet door [de vermeende vader] erkend kon worden.
Uit het door de bijzondere curator overgelegde rapport van DNA-onderzoek blijkt dat met (afgerond) 99,9% zekerheid is aangetoond dat [de vermeende vader] de verwekker is van [de minderjarige] . Daarnaast heeft de moeder aangegeven dat zij al langer een relatie heeft met [de vermeende vader] , dat zij met hem samenwoont, dat hij bij de bevalling aanwezig was en dat hij vanaf de geboorte een vader voor [de minderjarige] is geweest. Nu van overige bezwaren als bedoeld in artikel 1:207 BW Pro niet is gebleken, ligt het verzoek – onder de voorwaarde dat de beslissing tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap onherroepelijk is geworden – voor toewijzing gereed.
Bijzondere curator
Uit de te nemen beslissingen volgt dat vertegenwoordiging van [de minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.

Beslissing

De rechtbank:
*
verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap;
*
verklaart gegrond het verzoek van de bijzondere curator tot ontkenning van het vaderschap van:
[de juridische vader] , geboren op [geboortedatum 2] 1983 in [geboorteplaats 2] , Turkije,
over de minderjarige:
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats 1] ,
uit:
[de moeder] , geboren op [geboortedatum 3] 1987 in [geboorteplaats 3] ;
*
stelt – onder de voorwaarde dat de beslissing tot ontkenning van het vaderschap onherroepelijk is geworden – vast het ouderschap van:
[de vermeende vader] , geboren op [geboortedatum 4] 1987 in [geboorteplaats 2] , Turkije,
over:
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats 1] ,
uit:
[de moeder] , geboren op [geboortedatum 3] 1987 in [geboorteplaats 3] ;
*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, ook kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van
19 december 2025.