Uitspraak
Ontbinding geregistreerd partnerschap met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 24 oktober 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
[de man] ,
Procedure
Verzoek en verweer
Beoordeling
Beslissing
(de vader)
(de moeder)
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 19 december 2025 het verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap tussen partijen, aangegaan in 2018, toegewezen. De ouders zijn het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind en de hoofdverblijfplaats wordt bij de vrouw vastgesteld. De zorgregeling bepaalt omgangsrechten voor de man met vaste tijden en verantwoordelijkheden voor halen en brengen.
De rechtbank heeft een kinderalimentatie vastgesteld van € 60,- per maand, met een verplichting voor de man om zijn belastingaangifte over 2025 aan de vrouw te verstrekken. De vrouw krijgt het voortgezet gebruik van de echtelijke woning voor zes maanden toegekend om een nieuwe woonruimte te vinden.
De verdeling van de beperkte gemeenschap van goederen is vastgesteld, waarbij de woning aan de man wordt toegedeeld onder voorwaarden van taxatie, financiering en mogelijke verkoop. De inboedel, bankrekeningen, auto, fatbike en huisdier zijn verdeeld conform de wensen van partijen. Daarnaast zijn vergoedingsrechten en woonlasten geregeld met maandelijkse betalingen en verrekeningen.
De rechtbank heeft partijen verwezen naar een traject ouderschapsbemiddeling en parallel ouderschap om de communicatie en uitvoering van de zorgregeling te bevorderen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de ontbinding zelf.
Uitkomst: Het geregistreerd partnerschap is ontbonden met vaststelling van zorgregeling, kinderalimentatie, voortgezet gebruik woning en verdeling van vermogen.