ECLI:NL:RBDHA:2025:26735

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
C/09/674551 / FA RK 24-7609
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 815 RvArt. 3:300 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding geregistreerd partnerschap met zorgregeling, kinderalimentatie en verdeling vermogen

De rechtbank Den Haag heeft op 19 december 2025 het verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap tussen partijen, aangegaan in 2018, toegewezen. De ouders zijn het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind en de hoofdverblijfplaats wordt bij de vrouw vastgesteld. De zorgregeling bepaalt omgangsrechten voor de man met vaste tijden en verantwoordelijkheden voor halen en brengen.

De rechtbank heeft een kinderalimentatie vastgesteld van € 60,- per maand, met een verplichting voor de man om zijn belastingaangifte over 2025 aan de vrouw te verstrekken. De vrouw krijgt het voortgezet gebruik van de echtelijke woning voor zes maanden toegekend om een nieuwe woonruimte te vinden.

De verdeling van de beperkte gemeenschap van goederen is vastgesteld, waarbij de woning aan de man wordt toegedeeld onder voorwaarden van taxatie, financiering en mogelijke verkoop. De inboedel, bankrekeningen, auto, fatbike en huisdier zijn verdeeld conform de wensen van partijen. Daarnaast zijn vergoedingsrechten en woonlasten geregeld met maandelijkse betalingen en verrekeningen.

De rechtbank heeft partijen verwezen naar een traject ouderschapsbemiddeling en parallel ouderschap om de communicatie en uitvoering van de zorgregeling te bevorderen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de ontbinding zelf.

Uitkomst: Het geregistreerd partnerschap is ontbonden met vaststelling van zorgregeling, kinderalimentatie, voortgezet gebruik woning en verdeling van vermogen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-7609 (ontbinding geregistreerd partnerschap)
FA RK 25-4756 (verdeling)
Zaaknummer: C/09/674551 (ontbinding geregistreerd partnerschap)
C/09/687441 (verdeling)
Datum beschikking: 19 december 2025

Ontbinding geregistreerd partnerschap met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 24 oktober 2024 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.B. Peters te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.G. de Jong te ‘s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 12 november 2024 van de zijde van de vrouw, met bijlagen;
- het F9-formulier van 14 november 2024 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
- het verweerschrift, tevens houdende zelfstandige verzoeken;
- het F9-formulier van 17 april 2025 van de zijde van de vrouw;
- het verweerschrift op zelfstandige verzoeken, tevens aanvullend verzoekschrift;
- het F9-formulier van 10 juni 2025 van de zijde van de man;
- het F9-formulier van 26 juni 2025 van de zijde van de vrouw;
- het F9-formulier van 12 november 2025 van de zijde van de vrouw, met als bijlage de akte houdende verzochte wijze van verdelen en verrekenen met bijlagen;
- het F9-formulier van 13 november 2025 van de zijde van de man, met als bijlage een aanvullend verzoekschrift;
- het F9-formulier van 16 november 2025 van de zijde van de man, met bijlagen;
- het verweerschrift op aanvullende verzoeken tevens aanvulling en wijziging van verzoeken van de zijde van de vrouw.
Op 26 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vrouw met haar advocaat;
- de man met zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Door de advocaat van de vrouw is een nieuwe alimentatieberekening overgelegd.
Feiten
- Partijen zijn een geregistreerd partnerschap met elkaar aangegaan op [datum] 2018 te [plaats] .
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
- [de minderjarige] verblijft bij de vrouw.
- Deze rechtbank heeft op 8 november 2024 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende dat met ingang van 9 december 2024:
- de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het [adres] ;
- de minderjarige aan de vrouw wordt toevertrouwd;
- de man gerechtigd is om [de minderjarige] bij zich te hebben om het weekend van vrijdagmiddag uit school tot dinsdagochtend naar school, waarbij de man [de minderjarige] vrijdagmiddag uit school haalt en hem dinsdagochtend naar school brengt;
- de man voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige] aan de vrouw moet betalen van € 84,- per maand, bij vooruitbetaling.

Verzoek en verweer

Het verzoek vrouw zoals dat aanvulling en wijziging luidt, strekt tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap, met nevenvoorzieningen tot:
- vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over [de minderjarige] in die zin dat hij eenmaal per twee weken het weekend van zaterdagochtend 09.00 uur tot zondagavond 19.00 uur bij de man verblijft, waarbij de man haalt en brengt;
- vaststelling van kinderalimentatie van (tenminste) € 287,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen;
- vaststelling van de verdeling van de partnerschapsgemeenschap als volgt:
ten aanzien van de woning:
- te bepalen dat de man onvoorwaardelijk dient mee te werken aan de verkoop van de woning aan het [adres] ;
- te bepalen dat hij met de vrouw onverwijld een opdracht tot verkoop van de woning dient te verstrekken aan [makelaar] te Zoetermeer dient te verschaffen;
- volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan alle feitelijke handelingen die de makelaar nodig of nuttig acht om tot verkoop van de woning te komen, waaronder in ieder geval: de woning in schone, opgeruimde, verzorgde en representatieve staat brengen voorafgaande aan de komst van de makelaar en potentiële kopers, de toegang verlenen aan de makelaar en potentiële kopers, niet aanwezig zijn bij de bezichtigingen die de makelaar ten behoeve van de woning organiseert, alle verkoopduidingen die op het erf en/of de woning door de makelaar zullen worden aangebracht ongewijzigd in stand laten en;
- een bod op de woning binnen een week nadat deze is uitgebracht te accepteren, zulks indien de makelaar dit adviseert;
- te bepalen dat de man na verkoop van de woning onverwijld en onvoorwaardelijk dient mee te werken aan levering van zijn/haar aandeel in van die woning en daarbij te bepalen dat de man na verkoop van de woning en uiterlijk drie weken voor de goederenrechtelijke overdracht van die woning aan de koper(s):
- de woning zal hebben ontruimd en verlaten;
- de woning in ordentelijke staat en zonder gebreke achter zal laten voor de koper(s);
- de sleutels van de woning aan de kopende partij of makelaar zal hebben gegeven;
- te bepalen dat indien de man niet meewerkt aan de verkoop en levering van de woning na verkoop, de beschikking in de plaats treedt van de medewerking van de man aan (al) het vorenstaande en aldus de vrouw zonder medewerking van de man de verkoopopdracht kan geven aan het in de beschikking genoemde makelaarskantoor en de volledige eigendom van de woning en grond bij de notaris kan leveren aan de koper(s), zulks op de voet van het bepaalde in artikel 3:300 lid 2 BW Pro;
- te bepalen dat de netto verkoopopbrengst zoals die zal staan vermeld in de nota van afrekening van de notaris aan ieder der partijen bij helfte toekomt en dat de notaris die belast is met de overdracht van de woning aan elk van partijen de helft van die netto-opbrengst zal betalen;
- althans een verdeling te bepalen die de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
- te bepalen dat de inboedelgoederen op de in productie 6 overgelegde lijst aan de vrouw worden toebedeeld, en te bepalen dat de overige inboedel aan de man wordt toebedeeld;
- te bepalen dat de rekening bij de Rabobank, [rekeningnummer 1] , wordt toebedeeld aan de man, onder verrekening van het saldo bij helfte op de peildatum;
- te bepalen dat de rekening bij de ING Bank, [rekeningnummer 2] , wordt toebedeeld aan de vrouw, zonder verrekening van het saldo;
- te bepalen dat de rekening bij de ING Bank, [rekeningnummer 3] , wordt toebedeeld aan de vrouw, zonder verrekening van het saldo;
- te bepalen dat de rekening bij de ING Bank, [rekeningnummer 4] , wordt toebedeeld aan de man, onder verrekening van het saldo van € 550,- bij helfte;
- te bepalen dat de auto wordt toebedeeld aan de vrouw, onder de verplichting dat zij de schuld die is aangegaan voor de lease van de auto voor eigen rekening dient te nemen en als eigen schuld zal voldoen met vrijwaring van de man;
- te bepalen dat de fatbike wordt toebedeeld aan de man, onder de verplichting de helft van de waarde van de fatbike, door de vrouw geschat op € 500,-, aan haar te betalen;
- te bepalen dat de kat van partijen wordt toegedeeld aan de vrouw;
- te bepalen dat de man een bedrag van € 5.838,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van indiening van dit verzoek, aan de vrouw moet betalen;
- te bepalen dat de vrouw een bedrag van € 1.206,- van de man krijgt aan misgelopen kindgebonden budget, te vermeerderen met wettelijke rente;
- voortgezet gebruik van de echtelijke woning;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bovendien heeft de man na wijziging en aanvulling, zelfstandig verzocht om de ontbinding van het geregistreerd partnerschap, met nevenvoorzieningen tot:
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw;
- vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over [de minderjarige] , in die zin dat hij [de minderjarige] vrijdagmiddag uit school op haalt en [de minderjarige] bij hem is tot zondag 20.00 uur, waarbij de vrouw hem bij de man ophaalt, alsmede iedere dinsdag uit de BSO tot 20.00 uur, waarbij de man [de minderjarige] uit de BSO ophaalt en de vrouw [de minderjarige] bij de man ophaalt, alsmede de helft van de schoolvakanties en feestdagen, in onderling overleg te verdelen;
- te bepalen dat de man een vergoedingsvordering op de gemeenschap heeft van € 52.115,78 in verband met aflossing op de hypotheek uit privévermogen;
- vaststelling van de verdeling van de partnerschapsgemeenschap als volgt:
- de woning aan het [adres] wordt toebedeeld aan de man, onder de verplichting om de vrouw te doen ontslaan uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire schuld bij Rabobank (3072971366 en 3072971528) en onder verrekening van de overwaarde (te weten de taxatiewaarde van de woning van € 500.000,- minus de hypothecaire schuld ad € 216.000,- en minus de vergoedingsvordering van de man op de gemeenschap ad € 52.115,78 en te vermeerderen met de waarde van de Rabo OpbouwSpaarrekeningen (1477562753 en 1477562931) op de datum van de notariële overdracht) bij helfte met de vrouw;
- de aan de hypothecaire geldleningen gekoppelde OpbouwSpaarrekeningen 1477562753 en 1477562931 aan de man toe te bedelen;
- de inboedel te verdelen conform bijlage 6 van de vrouw;
- de bankrekeningen toe te bedelen aan de partij op wiens naam de rekening is gesteld zonder verrekening van de saldi;
- te bepalen dat de vrouw met ingang van 24 oktober 2024 tot aan de datum van de levering van de woning aan de man (of aan een derde) een bedrag van € 587,- per maand aan de man dient te voldoen ter zake de verrekening van de eigenaarslasten van de woning;
- te bepalen dat de vrouw met ingang van 9 december 2024 tot aan de datum van de levering van de woning aan de man (of aan een derde) een bedrag van € 249,06 per maand aan de man dient te voldoen ter zake de gebruikerslasten van de woning;
- te bepalen dat de vrouw met ingang van 9 december 2024 tot de datum van de levering van de woning aan de man (of aan een derde) een bedrag van € 400,- per maand aan de man dient te voldoen als gebruiksvergoeding van de woning;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Ontbinding geregistreerd partnerschap
Ontvankelijkheid – ontbreken ouderschapsplan
Op grond van artikel 815, zesde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geldt het overleggen van een ouderschapsplan als een processuele vereiste bij een verzoek tot ontbinding van een geregistreerd partnerschap. De rechtbank kan een verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap niet-ontvankelijk verklaren indien een ouderschapsplan ontbreekt, tenzij aannemelijk is dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om een dergelijk plan over te leggen.
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende gebleken dat het voor partijen op dit moment niet mogelijk is om een door hen beiden in zijn geheel akkoord bevonden ouderschapsplan over te leggen. De rechtbank zal partijen dan ook, ondanks het ontbreken van een ouderschapsplan, ontvangen in hun verzoeken tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap met nevenvoorzieningen.
Inhoudelijke beoordeling
De man en de vrouw hebben beiden gesteld dat hun geregistreerd partnerschap duurzaam is ontwricht, zodat de over en weer gedane verzoeken tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap als op de wet gegrond zullen worden toegewezen.
Hoofdverblijfplaats
De man verzoekt de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw te bepalen. De vrouw verzet zich niet hiertegen.
De rechtbank zal daarom bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw zal zijn, nu ook niet is gebleken dat zijn belang zich hiertegen verzet.
Zorgregeling
Ouders zijn het erover eens dat [de minderjarige] om de week van vrijdag uit school tot zondag én elke dinsdag uit de BSO bij de man is. Ouders zijn het alleen niet eens over de eindtijd op de zondag en de dinsdag en wie verantwoordelijk is voor het halen en brengen.
De rechtbank bepaalt dat [de minderjarige] bij de man zal zijn om de week van vrijdag uit school tot zondag 19.00 uur en iedere dinsdag uit de BSO tot 19.00 uur. De rechtbank overweegt hierbij dat [de minderjarige] nog jong is en dat een latere eindtijd, mede ook gelet op wat de raadsmedewerker ter zitting hierover zei, niet passend is bij zijn leeftijd. De rechtbank bepaalt daarnaast dat de man verantwoordelijk is voor het ophalen van [de minderjarige] op school en de BSO. De vrouw is verantwoordelijk voor het ophalen van [de minderjarige] bij de man. Hierbij geldt dat als de vrouw [de minderjarige] ophaalt, zij in de auto blijft zitten. De man begeleidt [de minderjarige] tot de voordeur, en loopt niet mee naar de auto. Op die manier worden (hopelijk) confrontaties vermeden.
Ouders willen beiden vastgelegd hebben dat de zomervakantie bij helfte verdeeld wordt, waarbij [de minderjarige] in 2026 de eerste drie weken bij de vrouw is, en de laatste drie weken bij de man. Dit wisselt jaarlijks. De kerstvakantie wordt ook bij helfte verdeeld. In 2025 is [de minderjarige] de eerste week bij de vrouw en de tweede week bij de man, en ook dit wordt jaarlijks afgewisseld. Voor de overige vakanties geldt dat ouders die in onderling overleg bij helfte verdelen.
De ouders hebben op zitting verklaard zich te realiseren dat zij op een goede wijze met elkaar moeten kunnen communiceren om deze zorgregeling uit te kunnen voeren. Beiden hebben daarom op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap. De rechtbank zal de ouders en [de minderjarige] in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.
De rechtbank geeft nog aan de ouders mee dat zij tijdens de gesprekken samen tot andere afspraken kunnen komen, bijvoorbeeld ten aanzien van het halen en brengen en de vakanties.
Kinderalimentatie
De advocaat van de vrouw heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling aan de advocaat van de man een nieuwe berekening van de kinderalimentatie gegeven. Ter zitting is deze berekening ook aan de rechtbank overhandigd. De advocaat van de man heeft vervolgens laten weten dat de man instemt met het bedrag van € 60,- aan kinderalimentatie per maand dat uit die berekening volgt.
De rechtbank zal daarom bepalen dat de man met ingang van datum beschikking een bedrag van € 60,- per maand aan kinderalimentatie voor [de minderjarige] zal voldoen. De rechtbank neemt daarbij wel op in het dictum van deze beschikking dat, zoals door de vrouw is verzocht, de man uiterlijk op 1 juni 2026 zijn belastingaangifte over 2025 stuurt. Op die manier kan zij nagaan of het vastgestelde bedrag aan kinderalimentatie overeenkomt met de financiële situatie van de man.
Voortgezet gebruik
De vrouw verzoekt het voortgezet gebruik van de echtelijke woning. Partijen zijn het erover eens dat [de minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats bij de vrouw heeft, maar zij heeft nog geen andere plek om met hem naartoe te gaan. De vrouw verzoekt daarom nog zes maanden in de woning, om een andere woonruimte te kunnen vinden.
De man heeft zich niet inhoudelijk tegen dit verzoek verweerd.
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw toewijzen en bepalen dat zij nog gedurende zes maanden na inschrijving van deze beschikking in de echtelijke woning mag wonen. De rechtbank overweegt hierbij dat de man zich niet heeft verweerd. Daarnaast vindt de rechtbank het belangrijk dat de vrouw een geschikte woning kan vinden om met [de minderjarige] te wonen, daar is tijd voor nodig.
Verdeling
De man en de vrouw zijn op [datum] 2018 een geregistreerd partnerschap aangegaan, zodat sprake is van een wettelijk beperkte gemeenschap van goederen. Dit betekent dat alleen hetgeen de partners tijdens hun partnerschap hebben opgebouwd, alsmede de goederen die vóór het geregistreerd partnerschap aan hen gezamenlijk toebehoorden, tot de gemeenschap behoren. Het vermogen dat ieder van partijen voor het aangaan van het geregistreerd partnerschap had, alsmede schenkingen en erfenissen, blijven behoren tot privévermogen.
Peildatum
Voor het vaststellen van de omvang van de ontbonden partnerschapsgemeenschap geldt de datum van indiening van het verzoekschrift bij de rechtbank, namelijk 24 oktober 2024. Als peildatum voor de waardering van de te verdelen goederen geldt in beginsel de datum van verdeling, tenzij de man en de vrouw anders overeenkomen of op basis van de redelijkheid en billijkheid daarvan moet worden afgeweken.
Omvang
Partijen hebben gesteld dat de volgende vermogensbestanddelen in hun wettelijk beperkte gemeenschap vallen:
De echtelijke woning, gelegen aan het [adres] ;
Inboedelgoederen;
Bank- en spaarrekeningen:
Rekening bij de Rabobank, [rekeningnummer 1] ;
Rekening bij de ING Bank, [rekeningnummer 2] ;
Rekening bij de ING Bank, [rekeningnummer 3] ;
Rekening bij de ING Bank, [rekeningnummer 4] ;
Auto;
Fatbike;
Huisdier;
Ad a. De echtelijke woning
De man wenst de echtelijke woning toegedeeld te krijgen tegen vergoeding van de onderbedeling aan de vouw. De vrouw betwijfelt of de man dit daadwerkelijk kan en verzoekt daarom de verkoop van de echtelijke woning aan een derde. Partijen zijn het niet eens over de waarde van de woning. De man sluit aan bij een eerdere taxatie, die eventueel vernieuwd kan worden. De vrouw heeft recent een waardebepaling laten doen, waaruit zij de conclusie trekt dat de eerdere taxatie niet meer juist is. De vrouw wil daarom een nieuwe taxatie.
De rechtbank is van oordeel dat de man in de gelegenheid moet worden gesteld om de echtelijke woning over te kunnen nemen, nu hij ter zitting heeft aangegeven dat hij de financiering (eventueel met behulp van zijn ouders) rond zal krijgen. De woning zal hiervoor eerst getaxeerd moeten worden. Zoals partijen ter zitting hebben afgesproken, draagt de man drie makelaar-taxateurs aan waaruit de vrouw er een zal kiezen. De man heeft vervolgens vanaf de datum van de taxatie drie maanden de tijd om te beoordelen of hij in staat is de woning tegen de taxatiewaarde toegedeeld te krijgen onder de voorwaarde dat de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld. Indien de man niet in staat is om de overname van de woning te financieren, dient deze te worden verkocht en dienen partijen gezamenlijk een opdracht tot verkoop aan een makelaar te verstrekken. Indien er na de verkoop een overwaarde resteert, zal deze tussen partijen moeten worden verdeeld.
De rechtbank zal gelet op het voorgaande de echtelijke woning aan de man toedelen op de wijze en onder de voorwaarden die hierna in het dictum zijn vermeld. Indien de man niet in staat blijkt om binnen de gestelde termijn aan de voorwaarden te voldoen, moet de woning worden verkocht aan een derde, eveneens op de wijze en onder de voorwaarden die hierna in het dictum zijn vermeld.
Tot slot bepaalt de rechtbank, zoals ook afgesproken is op de zitting, dat geen van partijen in de echtelijke woning aanwezig zal zijn bij de taxatie. Het staat partijen wel vrij om de makelaar-taxateur per e-mail op de hoogte te brengen van eventuele dingen waar hij of zij op moet letten tijdens de taxatie.
Ad b. Inboedel
De vrouw heeft als productie 6 een lijst overgelegd van inboedelgoederen die zij wil hebben. De inboedel behoort volgens de man niet tot de partnerschapsgemeenschap, maar hij stemt ermee in dat die inboedelgoederen naar de vrouw gaan.
De rechtbank bepaalt daarom dat de door haar verzochte inboedelgoederen aan de vrouw worden toebedeeld, zonder nadere verrekening.
Ad c. Bank- en spaarrekeningen
Partijen zijn het erover eens dat alle bank- en spaarrekeningen toebedeeld kunnen worden aan degene op wiens naam de rekening staat, zonder nadere verrekening. De rechtbank bepaalt overeenkomstig.
Ad. d. Auto
De Opel Corsa met kenteken [kenteken] staat op naam van de vrouw en zij heeft hiervoor een leaseovereenkomst. De vrouw verzoekt toebedeling van de auto, waarbij geldt dat zij de lease voor haar rekening neemt.
De man stemt in met het verzoek van de vrouw onder de voorwaarde dat de vrouw de schuld bij de leasemaatschappij voor haar rekening neemt en de man vrijwaart.
De rechtbank bepaalt daarom dat de auto aan de vrouw wordt toebedeeld, zonder nadere verrekening, waarbij de vrouw verantwoordelijk is voor alle verplichtingen, en betalingen, die de overeenkomst van lease met zich mee brengt.
Ad e. Fatbike
De vrouw heeft ter zitting gezegd dat de fatbike kan worden toebedeeld aan de man, zonder nadere verrekening. De rechtbank zal overeenkomstig beslissen.
Ad f. Huisdier
Partijen zijn het erover eens dat de kat, [naam kat] , wordt toegedeeld aan de vrouw, zonder nadere verrekening. De rechtbank zal dit opnemen onder de beslissing.
Vergoedingsrechten en overige vorderingen
Partijen stellen over en weer vorderingen te hebben. Ter zitting zijn zij tot overeenstemming gekomen over de afwikkeling ervan. Partijen hebben in dat kader afgesproken dat de vrouw een bedrag van € 9.000,- betaalt aan de man bij de notariële overdracht van de woning. Daarnaast betaalt zij de man maandelijks een bedrag van € 821,65 (€ 687,15 + € 134,50) als bijdrage in de woonlasten. De man blijft verantwoordelijk voor de betaling van alle lasten van de echtelijke woning. De woonlasten betreffen zowel de eigenaarslasten, als de gebruikslasten zoals door de man opgesomd (energie, gas, water en licht). Tot slot hebben partijen afgesproken dat als uit de definitieve energieafrekening blijkt dat partijen teveel hebben betaald en geld terugkrijgen, de helft hiervan teruggestort wordt door de man aan de vrouw. Als blijkt dat partijen nog moeten bijbetalen draagt de vrouw de helft hiervan door betaling aan de man.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt de ontbinding van het geregistreerd partnerschap uit tussen partijen, aangegaan op [datum] 2018 te [plaats] ;
*
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] , de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vrouw;
*
bepaalt dat [de minderjarige] bij de man zal zijn:
- iedere dinsdag uit de BSO tot 19.00 uur;
- om de week van vrijdag uit school tot zondagavond 19.00 uur;
- waarbij de man [de minderjarige] ophaalt uit school of de BSO, en de vrouw [de minderjarige] ophaalt bij de man, en waarbij de vrouw in de auto blijft zitten en de man [de minderjarige] tot aan de voordeur (en niet verder) begeleidt;
- in de zomervakantie in de even jaren de laatste drie weken en de oneven jaren de eerste drie weken;
- in de kerstvakantie in de oneven jaren de laatste week en in de even jaren de eerste week;
- de helft van de overige vakanties, in onderling overleg tussen partijen te bepalen;
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de man] ,
(de vader)
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[de vrouw] ,
(de moeder)
wonende op een bij de rechtbank bekend adres;
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Jeugdteams Leidse Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden een kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige] van € 60,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
bepaalt dat de man uiterlijk op 1 juni 2026 een kopie van de belastingaangifte over 2025 aan de vrouw heeft doen toekomen;
*
bepaalt dat de vrouw jegens de man bevoegd is de bewoning van de echtelijke woning aan het [adres] en het gebruik van de zaken die behoren bij deze woning en tot de inboedel daarvan, voort te zetten gedurende zes maanden na de inschrijving van deze beschikking, onder de voorwaarde dat de vrouw deze woning op het moment van die inschrijving bewoont en aan de man uitsluitend of mede toebehoort of ten gebruike toekomt;
*
stelt de verdeling van de beperkte gemeenschap van goederen als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de beschikking van de ontbinding van het geregistreerd partnerschap in de registers van de burgerlijke stand:
a. met betrekking tot de woning, gelegen aan het [adres] en de daaraan gekoppelde hypothecaire geldlening en polissen:
1. de woning wordt toegedeeld aan de man op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
1.1
voor zover partijen het niet eens worden over de keuze voor een onafhankelijke makelaar-taxateur dient de man aan de vrouw binnen één maand na de datum van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand drie onafhankelijke makelaar-taxateurs voor te stellen die bereid en in staat zijn de woning te taxeren, waaruit de vrouw er vervolgens binnen twee weken één kiest; partijen verstrekken vervolgens binnen één week een gezamenlijke opdracht aan deze makelaar-taxateur tot taxatie van de woning; deze makelaar-taxateur zal tussen partijen bindend de waarde vaststellen waartegen de man (de geregistreerd partner die krijgt toegedeeld ) de woning zal overnemen; bij de taxatie van de woning zal zowel de man als de vrouw niet aanwezig zijn;
als binnen de termijn van twee weken de vrouw geen makelaar-taxateur heeft gekozen dan zal de man één van de drie voorgestelde makelaar-taxateurs uitkiezen;
1.2
de man dient binnen drie maanden na de taxatie aan de vrouw aan te tonen dat hij de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen met ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen;
1.3
de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen; de over- dan wel onderwaarde bestaat uit de getaxeerde waarde, te vermeerderen met de waarde van de aan de woning gekoppelde polissen ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de makelaar-taxateur;
1.4
de kosten van de notariële overdracht worden door partijen gezamenlijk gedragen;
1.5
partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
2. indien de man de woning niet kan overnemen onder bovengenoemde voorwaarden dan wordt de woning verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
2.1
partijen dienen binnen één week nadat de onder 1.2 genoemde termijn is verstreken of nadat de man kenbaar heeft gemaakt de woning niet te kunnen overnemen aan de onder 1.1 genoemde makelaar-taxateur een gezamenlijke opdracht verstrekken tot verkoop van de woning aan een derde; deze makelaar-taxateur zal – als partijen het niet eens zijn – partijen bindend adviseren over de vast te stellen vraag- en laatprijs van de woning;
2.2
de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen; de over- dan wel onderwaarde bestaat uit de verkoopopbrengst van de woning, te vermeerderen met de waarde van de aan de woning gekoppelde polissen ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de verkoop en de overdracht, waaronder de kosten van de makelaar-taxateur;
2.3
partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
3. bepaalt dat deze beschikking in de plaats zal treden van de medewerking van een partij of van zijn/haar handtekening die nodig is voor het verstrekken van de opdracht tot taxatie, verkoop en/of ondertekening van de koopovereenkomst en/of leveringsakte indien een partij in gebreke is zijn medewerking te verlenen aan het laten taxeren, in de verkoop zetten danwel tekenen van de koopovereenkomst en notariële overdracht van de woning;
de inboedel van partijen wordt verdeeld in die zin dat nog bepaalde inboedelgoederen – volgens het bij partijen bekende lijstje (productie 6) – toekomen aan de vrouw, zonder nadere verrekening;
de bank- en spaarrekeningen van de man zullen worden toegedeeld aan de man, de bank- en spaarrekeningen van de vrouw zullen worden toegedeeld aan de vrouw, zonder nadere verrekening;
de (lease)auto Opel Corsa met kenteken [kenteken] wordt toebedeeld aan de vrouw, zonder nadere verrekening, waarbij de vrouw verantwoordelijk is voor de (financiële) verplichtingen die voortvloeien uit de leaseovereenkomst;
de fatbike wordt toegedeeld aan de man, zonder nadere verrekening;
de kat [naam kat] wordt toegedeeld aan de vrouw, zonder nadere verrekening;
*
bepaalt dat de vrouw een bedrag van € 9.000,- aan de man dient te vergoeden (te verrekenen met de over-, dan wel onderwaarde van de woning op het moment van de notariële overdracht) en dat er verder geen nadere verrekeningen zullen plaatsvinden;
*
bepaalt dat de vrouw maandelijks een bedrag van € 821,65 aan de man zal voldoen;
*
bepaalt dat de energieafrekening over de periode van het geregistreerd partnerschap bij helfte tussen partijen worden gedeeld; partijen zullen de helft van het terugontvangen bedrag c.q. bijbetaling binnen twee weken na eerste aanschrijving aan elkaar voldoen;
*
verklaart deze beschikking – met uitzondering van de ontbinding van het geregistreerd partnerschap – uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 19 december 2025.