Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Een verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing
Een verlenging ondertoezichtstelling
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift (zaaknummer C/09/690125) met bijlagen, ontvangen op 15 augustus 2025;
- het bericht van de gecertificeerde instelling van 27 augustus 2025 inhoudende het verzoek tot aanhouding met één maand:
- het bericht van de gecertificeerde instelling van 2 oktober 2025, met bijlage, tevens houdende het verzoek tot aanhouding met drie maanden;
- het verzoekschrift (zaaknummer C/09/694215) met bijlagen, ontvangen op 6 november 2025, tevens houdende het verzoek tot gecombineerde behandeling met het verzoek in de zaak met zaaknummer C/09/690125;
- het verweerschrift van de zijde van de moeder, ingekomen 10 december 2025, met bijlagen;
- het bericht van de zijde van de moeder van 16 december 2025, met bijlagen;
- het bericht van de gecertificeerde instelling van 16 december 2025, met bijlage, tevens houdende een verzoek tot machtiging uithuisplaatsing voor alle kinderen voor de duur van zes maanden.
- [naam 1] en [naam 2] , namens de gecertificeerde instelling
- de moeder met haar advocaat;
- [de stiefvader] , de stiefvader als toehoorder.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
uiterlijk één weekvoor de nader te plannen zitting een update aan de rechtbank en belanghebbenden toe te sturen, met daarin ook het standpunt ten aanzien van het aangehouden verzoek. Het verzoek tot het verlenen van een machtiging uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling in de zaak met zaaknummer C/09/690125 zal worden afgewezen, nu dit verzoek zag op de lopende ondertoezichtstelling die liep tot 24 december 2025.
6.De beslissing
een nader te bepalen zitting, gelegen voor 1 april 2026, bij voorkeur te plannen bij mr. O.F. Bouwman, tegen welke zitting de gecertificeerde instelling, de vader en de moeder met haar advocaat dienen te worden opgeroepen;
uiterlijk één weekvoorafgaand aan voornoemde zitting een schriftelijke update te overleggen aan de rechtbank en de belanghebbenden en haar standpunt ten aanzien van het aangehouden verzoek kenbaar te maken;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.