ECLI:NL:RBDHA:2025:26709

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 januari 2026
Zaaknummer
C/09/678347 / FA RK 25-170
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoofdverblijfplaats, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 18 december 2025 een beschikking gegeven met betrekking tot de hoofdverblijfplaats, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de kinderalimentatie voor de minderjarige [de minderjarige 1]. De vader en moeder zijn in deze procedure betrokken, waarbij de vader wordt bijgestaan door mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink en de moeder door mr. E.A. Kazzaz-De Hoog. De rechtbank heeft vastgesteld dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] bij de moeder zal zijn, aangezien de vader heeft ingestemd met dit verzoek. De zorgregeling is vastgesteld, waarbij [de minderjarige 1] iedere maandag uit school tot dinsdag naar school en om het weekend van vrijdag uit school tot zondag 19:30 uur bij de vader verblijft. Beide ouders zijn het erover eens dat deze regeling goed verloopt en willen deze vastleggen. De rechtbank heeft ook de kinderalimentatie vastgesteld op € 300,- per maand, met ingang van 1 december 2025, en heeft de alimentatie onderworpen aan indexering per 1 januari 2026. De rechtbank heeft de ouders complimenten gegeven voor de stappen die zij hebben gemaakt in de zorgregeling en heeft de hoop uitgesproken dat het contact tussen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hersteld kan worden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders verzochte is afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-170
Zaaknummer: C/09/678347
Datum beschikking: 18 december 2025 (bij vervroeging)
Hoofdverblijfplaats, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie

Beschikking op het op 10 januari 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink in ’s-Gravenhage
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.A. Kazzaz-De Hoog in ’s-Gravenhage.

Procedure

Bij beschikking van 14 maart 2025 zijn partijen verwezen naar een mediator om te trachten hun geschil door middel van mediation tot een oplossing te brengen. Iedere verdere beslissing ten aanzien van de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling en de vervangende toestemming inschrijving bassischool en adres van de moeder is pro forma aangehouden tot 1 september 2025.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het bericht met bijlage van 21 november 2025 van de vader;
  • het aanvullend verzoek met bijlagen van 27 november 2025 van de moeder;
  • het bericht met bijlagen van 1 december 2025 van de vader;
  • het bericht met bijlagen van 3 december 2025 van de moeder.
De minderjarige [de minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zijn mening te geven, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
Op 4 december 2025 is de behandeling op een zitting van deze rechtbank voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat, de moeder bijgestaan door haar advocaat en [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De moeder heeft op de zitting haar verzoeken ten aanzien van de vervangende toestemming inschrijving BRP en basisschool ingetrokken.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Hoofdverblijfplaats
Op de zitting heeft de vader ingestemd met het verzoek van de moeder om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] bij de moeder te bepalen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen, nu het belang van [de minderjarige 1] zich daar niet tegen verzet.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Op dit moment is [de minderjarige 1] iedere maandag uit school tot dinsdag naar school, en om het weekend van vrijdag uit school tot zondag 19:30 uur bij de vader. Volgens beide ouders verloopt deze regeling goed. Zij zijn het er dan ook over eens dat deze zorgregeling moet worden vastgelegd.
De vader heeft daarbij wel nadrukkelijk de wens uitgesproken dat hij uiteindelijk wil toewerken naar een co-ouderschapsregeling waarbij de zorg voor [de minderjarige 1] 50/50 verdeeld is. De moeder vindt het daar op dit moment nog te vroeg voor. Zij vindt het belangrijk dat de zorgregeling eerst goed blijft lopen.
De rechtbank wil de ouders allereerst complimenteren voor de stappen die zij hebben gemaakt. Het is fijn dat het gelukt is om afspraken te maken over het contact tussen de vader en [de minderjarige 1] . Tegelijkertijd is het spijtig dat dit niet is gelukt met [de minderjarige 2] . Hoewel [de minderjarige 2] niet het biologische kind is van de vader, is hij vanaf kleins af aan wel opgegroeid in dit gezin. De rechtbank spreekt de hoop uit dat alle betrokkenen zich ervoor gaan inzetten dat dit contact weer wordt hersteld. Ten aanzien van de wens van de vader over de co-ouderschapsregeling overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank acht het van belang dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] als broers ook veel tijd samen kunnen doorbrengen, en ziet daarom geen aanleiding om een 50/50 verdeling vast te leggen. De huidige zorgregeling verloopt nu goed en de rechtbank wil daarbij niet vooruitlopen op de zaken in de toekomst.
Ten aanzien van de vakanties en feestdagen hebben de ouders op de zitting aangegeven dat zij deze nu in onderling overleg bij helfte verdelen. Dit verloopt goed, en willen zij graag aanhouden.
De rechtbank zal het bovenstaande vastleggen in het dictum, omdat niet gebleken is dat het belang van [de minderjarige 1] zich hier tegen verzet.
Kinderalimentatie
Bij de vaststelling van de kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport Alimentatienormen als uitgangspunt.
Behoefte van [de minderjarige 1]
Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) ten tijde van de samenleving worden bepaald. Het NBGI bestaat uit het netto besteedbaar inkomen (NBI) van beide partijen samen, eventueel inclusief kindgebonden budget. De rechtbank zal rekenen met de tarieven van periode 2025-I, nu de moeder met de kinderen sinds januari 2025 niet meer in de gezamenlijke woning verblijft.
Voor het inkomen van de moeder gaat de rechtbank uit van een bruto inkomen van
€ 47.519,- in 2024, zoals volgt uit de jaaropgave 2024.
Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:
  • de algemene heffingskorting;
  • de arbeidskorting;
  • de inkomensafhankelijke combinatiekorting.
Uitgaande van bovenstaande gegevens, berekent de rechtbank het NBI van de moeder op
€ 3.375,- per maand.
Voor de berekening van het NBI van de vader gaat de rechtbank uit van een bruto inkomen van € 80.673,- in 2024, zoals volgt uit de jaaropgave 2024.
Tussen de ouders is in geschil of het bruto inkomen van de vader gecorrigeerd dient te worden met de fiscale bijtelling van de auto.
De rechtbank overweegt dat conform de uitgangspunten in het Rapport Alimentatienormen bij de berekening van het NBGI geen rekening wordt gehouden met de bijtelling vanwege een auto van de zaak. Uit de overgelegde salarisspecificaties van april 2025 blijkt een fiscale bijtelling van € 352,27 per maand, zodat de rechtbank het inkomen uit de jaaropgave dat inclusief de bijtelling is, zal corrigeren met (352, 27 x 12 = € 4.227,24. Dit leidt tot een bruto inkomen van afgerond € 76.446,- in 2024.
Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:
  • de algemene heffingskorting;
  • de arbeidskorting.
Uitgaande van bovenstaande gegevens, berekent de rechtbank het NBI van de vader op
€ 4.324,- per maand.
Het NBGI van de ouders bedraagt dus (3.375 + 4.324 =) € 7.699,- per maand. Met dit NBGI hebben de ouders geen recht op kindgebonden budget.
De rechtbank zal bij de tabel ‘Eigen Aandeel Kosten Kinderen’ uitgaan van twee kinderen, nu [de minderjarige 2] – de zoon van de moeder uit een eerdere relatie – altijd in het gezin heeft gewoond. Dit levert een behoefte op van € 1.700,- per maand, te weten € 850,- per kind per maand.
Draagkracht
Vervolgens dient te worden beoordeeld in welke verhouding de ouders dienen bij te dragen in de behoefte van de kinderen. De rechtbank volgt bij het vaststellen van die verhouding de uitgangspunten in het Rapport Alimentatienormen, waaruit volgt dat het eigen aandeel in de kosten van de kinderen tussen de ouders moet worden verdeeld naar rato van hun draagkracht. De omvang van de draagkracht in 2025 wordt vastgesteld aan de hand van de formule: 70% (NBI – (0,3 x NBI + € 1.310). De rechtbank zal in het hiernavolgende de draagkracht van partijen vaststellen.
Draagkracht vader
Voor de berekening van de draagkracht van de vader gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 5.928,- per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld, zoals volgt uit de salarisspecificatie september 2025. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met ANW-hiaat premie van € 30,- per maand.
De vader heeft aangevoerd dat ook rekening moet worden gehouden met een lijfrentepremie van € 350,- per maand. Dit is zijn pensioenvoorziening en is tijdelijk stopgezet vanwege de overname van de gezamenlijke woning. Op termijn wil de vader dit wel weer gaan betalen. De moeder voert verweer. Zij is van mening dat moet worden uitgegaan van de huidige situatie van de vader.
De rechtbank zal geen rekening houden met de lijfrentepremie, en overweegt daartoe als volgt. De vader heeft niet onderbouwd met stukken wanneer hij wel weer deze lijfrentepremie gaat betalen. Vaststaat dat de vader op dit moment geen geld daarvoor afdraagt, zodat de rechtbank voorbij gaat aan het standpunt van de vader.
Tussen de ouders is ook hier discussie over de fiscale bijtelling voor de auto van de zaak. De rechtbank heeft hiervoor reeds overwogen hoe deze bijtelling in acht te nemen, en zal dat hier op dezelfde wijze doen. Omdat de rechtbank rekent aan de hand van de salarisspecificatie en niet een jaaropgave, zal de rechtbank uitgaan van de bovenstaande bedragen.
Verder houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:
  • de algemene heffingskorting;
  • de arbeidskorting.
Gelet op de ingangsdatum, zoals hierna wordt overwogen, zal de rechtbank rekenen met de tarieven van 2025-II.
Uitgaande van bovenstaande gegevens, berekent de rechtbank het huidige NBI van de vader op € 4.324,- per maand en de draagkracht op € 1.202,- per maand.
Draagkracht moeder
Bij de berekening van de draagkracht van de moeder gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 3.575,- bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld en een eindejaarsuitkering van € 107,- per maand, zoals blijkt uit de salarisspecificaties van september, oktober en november 2025.
De rechtbank houdt daarnaast rekening met de volgende premies:
  • de pensioenpremie van € 190,- per maand,
  • de WGA-hiaat premie van € 6,- per maand;
  • de PAWW bijdrage van € 4,- per maand;
  • de FLOW premie van € 3,- per maand;
Verder houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:
  • de algemene heffingskorting;
  • de arbeidskorting;
  • de inkomensafhankelijke combinatiekorting;
  • het kindgebonden budget;
  • de alleenstaande ouderkop.
Uitgaande van bovenstaande gegevens berekent de rechtbank het huidige NBI van de moeder op € 3.275,- per maand. De draagkracht van de moeder bedraagt € 688,- per maand.
Zorgkorting
Gelet op de hierboven vastgestelde zorgregeling, is de rechtbank van oordeel dat een zorgkorting van 25% passend is. De behoefte van [de minderjarige 1] bedraagt € 850,- per maand, waardoor de zorgkorting (0,25 x 850 =) € 212,- per maand bedraagt.
Draagkrachtvergelijking
De draagkracht van de ouders bedraagt (1.202 + 688 =) € 1.890,- per maand. Dit is voldoende om in de behoefte van [de minderjarige 1] te voorzien. De rechtbank zal daarom een draagkrachtvergelijking maken. Hiervoor gebruikt de rechtbank de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte, oftewel:
het eigen aandeel van de vader: 1.202 / 1.890 x 850 = 541
het eigen aandeel van de moeder: 688 /1.890 x 850 = 309
samen 850
Van de totale behoefte van [de minderjarige 1] komt dus een gedeelte van € 541,- per maand voor rekening van de vader en een gedeelte van € 309,- per maand voor de moeder.
Rekening houdend met de hiervoor vastgestelde zorgkorting van € 212,- per maand, is de vader in staat aan de moeder een kinderalimentatie betalen van (541 – 212 =) € 329,- per maand.
Ingangsdatum
Tussen de ouders is de ingangsdatum in geschil. De moeder verzoekt om de kinderalimentatie vast te stellen vanaf datum indiening zelfstandig verzoek, te weten
1 december 2025. De vader voert verweer, en stelt dat de datum van de beschikking als ingangsdatum moet worden gehanteerd.
De rechtbank zal als ingangsdatum van de kinderalimentatie bepalen dat dit is vanaf de datum van de indiening van het zelfstandige verzoek, te weten 1 december 2025. De rechtbank overweegt dat de vader vanaf dat moment rekening heeft kunnen houden met het betalen van kinderalimentatie.
Conclusie
De moeder verzoekt een kinderalimentatie vast te stellen van € 300,- per maand. De rechtbank concludeert dat dit een lager is dan uit de berekening volgt. De rechtbank is gehouden aan de rechtsstrijd tussen partijen en zal het verzoek van de moeder daarom toewijzen, en bepalen dat de vader aan de moeder, met ingang van 1 december 2025, een kinderalimentatie moet betalen van € 300,- per maand.
Indexering
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1:402a BW de kinderalimentatie van rechtswege zal worden geïndexeerd per 1 januari 2026.
Aanhechten beschikking
De rechtbank heeft berekeningen gemaakt van de behoefte van [de minderjarige 1] en de draagkracht van de ouders. Deze berekeningen zijn aan de beschikking gehecht en maken daarvan onderdeel uit.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op
[geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] , de hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder;
*
bepaalt als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken dat [de minderjarige 1] als volgt bij de vader is:
  • iedere maandag uit school tot dinsdag naar school;
  • om het weekend van vrijdag uit school tot zondag 19:30 uur;
*
bepaalt dat de vakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte worden gedeeld;
*
bepaalt de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige 1] , met ingang van 1 december 2025, op € 300,- per maand, vanaf heden telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 18 december 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Partij
Man (678347)
Zaak
Man (678347) / Vrouw (678347) (C/09/678347)
Berekening
Behoefteberekening
Tarieven
2025-1
Datum uitdraai
10-12-2025
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon volgens jaaropgaaf
(60)
60
Loon volgens jaaropgaaf
80.673
In het loon volgens jaaropgaaf begrepen
- fiscale bijtelling voor het privé gebruik van de zakelijke auto
-
4.227
Op het bruto loon ingehouden
59
Inkomsten (transport)
76.446
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
76.446
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
76.446
- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)
13.769
- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817
14.244
95
Inkomensheffing box 1
28.013
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
76.446
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
28.013
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
3.451
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
24.562
Inkomen na aftrek inkomensheffing
51.884
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
24
jaar
Arbeidskorting
3.427
jaar
Totale inkomsten
51.884
120
Besteedbaar inkomen
51.884
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
51.884
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
4.324
Partij
Vrouw (678347)
Zaak
Man (678347) / Vrouw (678347) (C/09/678347)
Berekening
Behoefteberekening
Tarieven
2025-1
Datum uitdraai
10-12-2025
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon volgens jaaropgaaf
(60)
60
Loon volgens jaaropgaaf
47.519
Op het bruto loon ingehouden
59
Inkomsten (transport)
47.519
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
47.519
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
47.519
- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)
13.769
- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817
3.402
95
Inkomensheffing box 1
17.171
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
47.519
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
17.171
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
10.153
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
7.018
Inkomen na aftrek inkomensheffing
40.501
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
1.857
jaar
Arbeidskorting
5.31
jaar
Combinatiekorting
2.986
jaar
Totale inkomsten
40.501
120
Besteedbaar inkomen
40.501
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
40.501
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
3.375
NBGI voor scheiding
Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding
NBI voor scheiding Man (678347)
4.324
NBI voor scheiding Vrouw (678347)
3.375
Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding
7.699
Eigen aandeel kosten kinderen
Eigen aandeel kosten kinderen
Ouders hebben in gezinsverband geleefd
ja
NBGI voor scheiding
7.699
Tabel aantal kinderen
2
Eigen aandeel ouders in de kosten kinderen volgens tabel
1.7
#
Indexeren
nee
Partij
Man (678347)
Zaak
Man (678347) / Vrouw (678347) (C/09/678347)
Berekening
Draagkrachtberekening
Tarieven
2025-1
Datum uitdraai
10-12-2025
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon (41-50)
41
Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking
71.136
44
Vakantietoeslag
5.691
Bruto inkomsten
76.827
Premies (51-59)
Pensioenpremie
53
Aanvullende pensioenpremie / premie reparatie WAO/WIA-gat
-
360
54
Loon voor de premies werknemersverzekeringen
76.467
Specificaties voor post: 53 (Optellen)
ANW hiaat
360
jaar
59
Inkomsten
76.467
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
76.467
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
76.467
- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)
13.769
- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817
14.252
95
Inkomensheffing box 1
28.021
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
76.467
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
28.021
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
3.448
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
24.573
Inkomen na aftrek inkomensheffing
51.894
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
23
jaar
Arbeidskorting
3.425
jaar
120
Besteedbaar inkomen
51.894
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
51.894
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
4.324
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
4.324
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122a
Kosten van levensonderhoud
1.31
123a
Woonbudget
1.297
135a
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie
2.607
136a
Draagkrachtruimte
1.717
137a
Draagkrachtpercentage
%
70
Beschikbaar
1.202
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
1.202
Partij
Vrouw (678347)
Zaak
Man (678347) / Vrouw (678347) (C/09/678347)
Berekening
Draagkrachtberekening
Tarieven
2025-1
Datum uitdraai
10-12-2025
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon (41-50)
41
Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking
42.9
44
Vakantietoeslag
3.432
48
Belaste gratificaties, tantièmes, eindejaarsuitkering
1.284
Bruto inkomsten
47.616
Premies (51-59)
Pensioenpremie
51
Ingehouden pensioenpremie
-
2.28
53
Aanvullende pensioenpremie / premie reparatie WAO/WIA-gat
-
84
54
Loon voor de premies werknemersverzekeringen
45.252
Specificaties voor post: 51 (Optellen)
Flexpensioen
2.28
jaar
Specificaties voor post: 53 (Optellen)
PAWW
48
jaar
FLOW
36
jaar
59
Inkomsten
45.252
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
45.252
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
45.252
- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)
13.769
- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817
2.553
95
Inkomensheffing box 1
16.322
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
45.252
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
16.322
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
10.445
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
5.877
Inkomen na aftrek inkomensheffing
39.375
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
2.001
jaar
Arbeidskorting
5.458
jaar
Combinatiekorting
2.986
jaar
Af: Netto premie (WGA/WHK)
72
120
Besteedbaar inkomen
39.303
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
39.303
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
3.275
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
3.275
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122a
Kosten van levensonderhoud
1.31
123a
Woonbudget
982
135a
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie
2.292
136a
Draagkrachtruimte
983
137a
Draagkrachtpercentage
%
70
Beschikbaar
688
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
688

Berekening en verdeling van de kosten van de kinderen

Zaak
Man (678347) / Vrouw (678347)
Tarieven
2025-1
Datum uitdraai
10-12-2025
Man (678347)
Vrouw (678347)
Kindgebonden budget na scheiding
Alleenstaande ouderkop
Totaal netto besteedbaar inkomen na scheiding (NBI incl. KGB/AOK)
4.324
3.275
Aantal kinderen
1
[de minderjarige 1]
Leeftijd
10
Woont bij
AP
AG
1
Ex-partner
Zorgkorting Vrouw (678347)
%
Zorgkorting Man (678347)
%
25
Zorgkorting tbv.
AP
[de minderjarige 1]
Totaal
Bijdrage ouders in kosten kinderen
€ p/m
850
850
Netto kinderopvangkosten na scheiding
€ p/m
Overige kosten kinderen na scheiding
€ p/m
Totale kosten kinderen na scheiding
€ p/m
850
850
Zorgkorting
€ p/m
212
212
Draagkracht
Man (678347)
Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte
€ p/m
1.202
1.202
Draagkracht Man (678347) per kind
€ p/m
1.202
1.202
Draagkracht Man (678347)
€ p/m
1.202
1.202
Vrouw (678347)
Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte
€ p/m
688
688
Draagkracht Vrouw (678347) per kind
€ p/m
688
688
Draagkracht Vrouw (678347)
€ p/m
688
688
Gezamenlijke draagkracht onderhoudsplichtige(n) per kind
€ p/m
1.89
1.89
Bijdrage kosten kinderen
Aandeel Man (678347)
€ p/m
541
541
Af: zorgkorting
€ p/m
- 212
- 212
Ten laste van Man (678347) na aftrek zorgkorting
€ p/m
329
329
Aandeel Vrouw (678347)
€ p/m
309
309
Af: zorgkorting
€ p/m
- 0
- 0
Ten laste van Vrouw (678347) na aftrek zorgkorting
€ p/m
309
309