Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
hierna te noemen: de Raad,
1.Het verloop van de procedure
- het rapport van de Raad van 2 december 2025;
- de beschikking van 28 november 2025 waarbij een machtiging is verleend om [minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 18 december 2025 en de daarin ingediende instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 24 november 2025 die [minderjarige 1] op 22 november 2025 heeft onderzocht;
- een door de advocaat van moeder op 9 december 2025 ingediend stuk met een bericht van [instelling 1] over de behandeling van [minderjarige 2] .
Bij de behandeling over het verzoek van de ondertoezichtstelling waren aanwezig:
- [naam 1] namens de Raad;
- [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
2.De feiten
3.Het verzoek
De moeder doet haar best voor de kinderen, maar de Raad maakt zich zorgen om overbelasting bij de moeder. De kinderen hebben veel meegemaakt en er is sprake van forse problematiek bij de kinderen. De hulpverlening geeft aan dat inhoudelijke behandeling van deze problematiek niet mogelijk is, omdat de thuissituatie van de kinderen niet stabiel is. Met vrijwillige hulp lukt het de moeder niet de kinderen stabiliteit te geven, daarom is een ondertoezichtstelling noodzakelijk. De gecertificeerde instelling moet de regierol voeren. Het is belangrijk dat de jeugdbeschermers betrokken blijven om het gezin te monitoren en te zorgen dat de hulpverlening op gang komt. Ondersteuning is cruciaal om de zorgen over de opvoedsituatie te verminderen en het is van belang dat er rust en stabiliteit gaat komen voor de kinderen. Dit heeft tijd nodig waardoor een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar gewenst is.
4.De standpunten
5.De beoordeling
schriftelijke updatete verzenden waarin zij hun standpunt kenbaar maken ten aanzien van het aangehouden gedeelte van het verzoek.
6.De beslissing
,gelegen voor 18 april 2026, tegen welke zitting de gecertificeerde instelling, de moeder met haar advocaat en [minderjarige 1] met haar advocaat dienen te worden opgeroepen;
uiterlijk twee weken voorafgaand aan de nader te bepalen zittingaan de kinderrechter en de belanghebbenden
een schriftelijke updatetoe te zenden ten aanzien van hetgeen hiervoor overwogen, waarin zij ook haar standpunt kenbaar maakt ten aanzien van het aangehouden deel van het verzoek;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.