ECLI:NL:RBDHA:2025:26657

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
17 januari 2026
Zaaknummer
C/09/695576 / JE RK 25-2069
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 2 Besluit gezagsregistersArt. 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp en ondertoezichtstelling voor vier minderjarigen

De rechtbank Den Haag behandelde op 17 december 2025 het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om vier minderjarigen onder toezicht te stellen en een machtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan één van hen. De moeder is belast met het ouderlijk gezag en de kinderen vertonen ernstige problematiek en onveilige thuissituaties. De jongste minderjarige verblijft reeds in een gesloten accommodatie.

De Raad onderbouwde het verzoek met zorgen over de overbelasting van de moeder en de instabiliteit van de thuissituatie, waardoor vrijwillige hulp onvoldoende effect heeft. De gecertificeerde instelling steunde het verzoek en benadrukte de noodzaak van een regierol voor de jeugdbeschermers. De moeder stemde in met de gesloten jeugdhulp voor de jongste, maar verzette zich tegen de ondertoezichtstelling voor de andere kinderen.

De kinderrechter oordeelde dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan vanwege de ernstige bedreiging van de ontwikkeling en veiligheid van de kinderen. De machtiging voor gesloten jeugdhulp werd toegekend voor vier maanden, korter dan verzocht, om de positieve gedragsveranderingen van de jongste te monitoren. De behandeling van het overige verzoek werd aangehouden voor een nader te bepalen zitting.

Uitkomst: De rechtbank stelt vier minderjarigen onder toezicht en verleent een machtiging voor gesloten jeugdhulp aan één minderjarige voor vier maanden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/695576 / JE RK 25-2069
Datum uitspraak: 17 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp en een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
’s-Gravenhage,
hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
advocaat: mr. B.S. van Haeften te Den Haag,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats 2] , [geboorteland] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats 2] , [geboorteland] ,
hierna te noemen: [minderjarige 3] ,
[minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 3] 2017 in [geboorteplaats 2] , [geboorteland] ,
hierna te noemen: [minderjarige 4] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. D.G.M. van den Hoogen te Leiden.
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 december 2025;
  • het rapport van de Raad van 2 december 2025;
  • de beschikking van 28 november 2025 waarbij een machtiging is verleend om [minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 18 december 2025 en de daarin ingediende instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 24 november 2025 die [minderjarige 1] op 22 november 2025 heeft onderzocht;
  • een door de advocaat van moeder op 9 december 2025 ingediend stuk met een bericht van [instelling 1] over de behandeling van [minderjarige 2] .
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 december 2025. Daarbij zijn het verzoek over de machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige 1] en het verzoek tot een ondertoezichtstelling los van elkaar behandeld.
Bij de behandeling over het verzoek van de ondertoezichtstelling waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- [naam 1] namens de Raad;
- [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
Bij de behandeling over het verzoek van de machtiging gesloten jeugdhulp waren aanwezig:
- [minderjarige 1] met haar advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
  • [naam 1] namens de Raad;
  • [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd voorafgaand aan de zitting met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] hebben geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] .
2.2.
[minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verblijven samen met de moeder, bij oma moederszijde.
2.3.
[minderjarige 1] verblijft in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 september 2025 [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] voorlopig onder toezicht gesteld tot 18 december 2025.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 november 2025 een machtiging verleend [minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 18 december 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ook verzoekt de Raad een machtiging te verlenen om [minderjarige 1] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
3.2.
De Raad heeft het verzoek over de ondertoezichtstelling als volgt onderbouwd.
De moeder doet haar best voor de kinderen, maar de Raad maakt zich zorgen om overbelasting bij de moeder. De kinderen hebben veel meegemaakt en er is sprake van forse problematiek bij de kinderen. De hulpverlening geeft aan dat inhoudelijke behandeling van deze problematiek niet mogelijk is, omdat de thuissituatie van de kinderen niet stabiel is. Met vrijwillige hulp lukt het de moeder niet de kinderen stabiliteit te geven, daarom is een ondertoezichtstelling noodzakelijk. De gecertificeerde instelling moet de regierol voeren. Het is belangrijk dat de jeugdbeschermers betrokken blijven om het gezin te monitoren en te zorgen dat de hulpverlening op gang komt. Ondersteuning is cruciaal om de zorgen over de opvoedsituatie te verminderen en het is van belang dat er rust en stabiliteit gaat komen voor de kinderen. Dit heeft tijd nodig waardoor een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar gewenst is.
3.3.
De Raad heeft het verzoek voor de machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige 1] als volgt onderbouwd. Het lukt de moeder op dit moment niet om voor [minderjarige 1] te zorgen waardoor zij uit huis is geplaatst. [minderjarige 1] is aanvankelijk op een open groep geplaatst, maar vanwege de grote zorgen over het gedrag en de veiligheid van [minderjarige 1] is zij op een gesloten groep geplaatst. [minderjarige 1] onttrekt zich aan het gezag, staat niet open voor hulpverlening en loopt weg. Zij weigert onderwijs te volgen en er zijn vermoedens van middelengebruik. [minderjarige 1] heeft rust, regelmaat en structuur, basale zorg, nabijheid en veiligheid nodig. Gezien de grote zorgen over het gedrag en de emotionele en fysieke veiligheid van [minderjarige 1] is de gesloten plaatsing nog noodzakelijk. Ter zitting is verder toegelicht door de jeugdbeschermer dat de afgelopen twee weken een positieve verandering is gezien in het gedrag van [minderjarige 1] . De Raad blijft wel bij het verzoek, omdat het belangrijk is om te kijken hoe [minderjarige 1] zich verder ontwikkelt en of zij het positieve gedrag kan vasthouden.

4.De standpunten

4.1.
De gecertificeerde instelling sluit zich aan bij de verzoeken van de Raad. De moeder heeft een goede samenwerking met de jeugdbeschermers en blijft goed in contact. De afgelopen tijd zijn de jeugdbeschermers vooral druk geweest met de zorgen rond [minderjarige 1] en de plaatsing van [naam 3] voor de weekenden. Bij [naam 3] is gebleken dat de ondertoezichtstelling niet helpend was, dus er is nu geen ondertoezichtstelling meer voor hem nodig. Bij [minderjarige 1] is de situatie stabieler geworden. Hierdoor kan er nu ook meer aandacht komen voor de andere kinderen. De ondertoezichtstelling is nodig zodat de jeugdbeschermers de regierol kunnen pakken.
De machtiging voor gesloten jeugdhulp voor [minderjarige 1] is nodig, omdat [minderjarige 1] gedrag liet zien dat niet aan te sturen was. [minderjarige 1] had contact met oudere jongens en liep in de avonden weg. De afgelopen twee weken zien de jeugdbeschermers wel een positieve verandering in haar gedrag. [minderjarige 1] gedraagt zich goed en zij heeft nu al wat vrijheden. Deze vrijheden worden langzaam uitgebreid zodat zij uiteindelijk weer naar een open groep kan. De machtiging voor gesloten jeugdhulp voor zes maanden geeft duidelijkheid en voldoende tijd om [minderjarige 1] voor te bereiden op een open groep en school. Als het eerder goed gaat, is een eerdere overstap ook mogelijk.
4.2.
De moeder heeft gesteld dat zij het eens is met het verzoek tot ondertoezichtstelling voor [minderjarige 1] , maar niet voor de andere kinderen. De moeder ziet een regierol bij de jeugdbeschermers voor het gezin niet zitten. De moeder vindt dat de jeugdbeschermers onvoldoende beschikbaar zijn en dus juist de hulpverlening vertragen. Moeder is zelf heel goed in staat om alles voor haar kinderen te regelen en zij heeft dit de afgelopen periode ook gedaan. De moeder heeft toegelicht dat dat [minderjarige 2] weer is gestart bij [instelling 1] en ook de moeder krijgt daar begeleiding. Hier is moeder zelf achteraan gegaan om dit te regelen. Zij heeft bij [instelling 1] het gezin aangemeld voor [instelling 2] , die kunnen het dan overnemen als de ondertoezichtstelling eindigt. Op dit moment staat het gezin op de wachtlijst bij [instelling 2] , dit zal waarschijnlijk 4 tot 6 weken duren. De advocaat voert aan dat de samenwerking met de jeugdbeschermers goed is, maar dat de moeder zelf sneller kan schakelen. De advocaat verzoekt primair het verzoek tot ondertoezichtstelling af te wijzen voor [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] en subsidiair het verzoek toe te wijzen voor een kortere duur dan is verzocht, namelijk voor twee maanden.
Moeder stemt in met de machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige 1] , zeker nu ze op zitting heeft gehoord dat als het goed blijft gaan met [minderjarige 1] zij weer naar een open groep kan gaan.
4.3.
[minderjarige 1] wil dat het verzoek tot een gesloten machtiging wordt afgewezen. [minderjarige 1] vindt dat ze nog wel therapie nodig heeft om weer thuis te kunnen wonen. De advocaat heeft aangevoerd dat [minderjarige 1] de afgelopen periode meer zelfinzicht heeft gekregen en meer rust heeft. Het contact tussen [minderjarige 1] en haar moeder verloopt op dit moment goed. Als [minderjarige 1] de juiste hulp krijgt als ze naar huis gaat, dan denkt [minderjarige 1] dat er geen conflicten meer zullen plaatsvinden. [minderjarige 1] keert het liefst terug naar huis bij haar moeder en oma zodat zij weer naar haar oude school kan gaan en zij haar vriendinnen weer kan zien. Als een thuisplaatsing niet mogelijk is, wil [minderjarige 1] zo snel mogelijk naar de open woongroep in [plaats] . De advocaat verzoekt daarom primair namens [minderjarige 1] om het verzoek af te wijzen en subsidiair om de machtiging gesloten voor kortere duur dan is verzocht toe te wijzen, maximaal voor drie maanden.

5.De beoordeling

Ondertoezichtstelling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wordt ernstig bedreigd.
Er bestaan zorgen over het ontwikkelperspectief en de fysieke en emotionele veiligheid van de kinderen. De kinderen hebben lange tijd in een onveilige thuissituatie gezeten en hebben allemaal persoonlijke problematiek. De juiste vorm van hulpverlening in het vrijwillige kader is onvoldoende van de grond gekomen en heeft onvoldoende stabiliteit gegeven. Dit ondanks het feit dat moeder gemotiveerd is om de thuissituatie beter te maken en zelf ook actief hulpverlening voor de kinderen heeft opgezocht. De kinderrechter ziet de meerwaarde van een regierol voor de jeugdbeschermers zodat de kinderen de hulpverlening krijgen die ze nodig hebben. Hierbij kunnen zij de moeder ondersteunen die wel heel veel op haar bordje heeft met de zorg voor haar kinderen die allemaal hun eigen problematiek en zorgelijk gedrag hebben. De jeugdbeschermers zijn nog maar kort bij het gezin betrokken en hebben in die tijd vooral veel aandacht moeten geven aan de concrete zorgen en problemen die speelden ten aanzien van [minderjarige 1] en [naam 3] . Juist de komende periode kunnen de jeugdbeschermers beter zicht gaan krijgen op het gehele gezin en gaan kijken waar het gezin en ook [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] behoefte aan hebben. Daarom vindt de kinderrechter dat een gedwongen kader op dit moment nodig is.
De kinderrechter acht de ondertoezichtstelling nodig voor de duur van een jaar gelet op de ernst van de problematiek van de kinderen en de stappen die nog gezet moeten worden. Het is van belang dat de jeugdbeschermers zicht gaan krijgen op de ontwikkeling van de kinderen en onderzoeken welke hulp zij nodig hebben. De jeugdbeschermers moeten hier de tijd voor krijgen.
5.3.
De beslissing tot ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2] De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Machtiging gesloten jeugdhulp
5.4.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige 1] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige 1] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [3] De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
De kinderrechter is van oordeel dat er op dit moment geen minder ingrijpende mogelijkheden beschikbaar zijn dan een voortzetting van de gesloten plaatsing. Het is op dit moment niet mogelijk dat [minderjarige 1] thuis bij moeder gaat wonen. Er is nog niet voldoende gewijzigd in de omstandigheden om al te kunnen kijken naar een thuisplaatsing. Plaatsing op een open groep vinden de jeugdbeschermers op dit moment nog te vroeg. [minderjarige 1] heeft de afgelopen periode wel positieve stappen gezet binnen het gesloten kader, maar dit is nog een prille vooruitgang. Het is van belang dat [minderjarige 1] deze positieve ontwikkeling de komende periode vasthoudt. Zoals ter zitting is toegelicht heeft [minderjarige 1] al wat vrijheden en zullen deze de komende periode verder worden uitgebouwd totdat zij weer terug kan naar een open groep. Zodra [minderjarige 1] laat zien dat haar gedrag structureel positief is veranderd dan zal de jeugdbeschermer kijken naar de plaatsing op een open groep. Op dit moment is er al een algemene intake gepland bij een open woongroep in [plaats] en dit is ook een plek waar [minderjarige 1] graag naar toe zou willen gaan. De kinderrechter hoopt dan ook dat [minderjarige 1] snel weer naar een open groep kan, maar zal voor dit moment de machtiging voor een gesloten plaatsing toewijzen. De kinderrechter ziet wel aanleiding om de machtiging voor een kortere periode te verlenen dan is verzocht. Een gesloten machtiging heeft niet de voorkeur en [minderjarige 1] heeft de afgelopen tijd laten zien dat zij haar gedrag positief kan veranderen. De kinderrechter wil [minderjarige 1] dan ook de gelegenheid geven om te laten zien dat zij deze positieve stappen weet vast te houden.
5.5.
De kinderrechter machtigt de gecertificeerde instelling om [minderjarige 1] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier maanden en houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan. De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling uiterlijk twee weken voor de nader te bepalen zitting een
schriftelijke updatete verzenden waarin zij hun standpunt kenbaar maken ten aanzien van het aangehouden gedeelte van het verzoek.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 17 december 2025 tot 17 december 2026;
6.2.
verleent een machtiging om [minderjarige 1] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 18 december 2025 tot 18 april 2026:
6.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting
,gelegen voor 18 april 2026, tegen welke zitting de gecertificeerde instelling, de moeder met haar advocaat en [minderjarige 1] met haar advocaat dienen te worden opgeroepen;
6.4.
gelast de gecertificeerde instelling
uiterlijk twee weken voorafgaand aan de nader te bepalen zittingaan de kinderrechter en de belanghebbenden
een schriftelijke updatetoe te zenden ten aanzien van hetgeen hiervoor overwogen, waarin zij ook haar standpunt kenbaar maakt ten aanzien van het aangehouden deel van het verzoek;
6.5.
verklaart de beslissing onder 6.1 uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025 door
mr. M.J.L. van der Waals, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. B. van der Laken als griffier, en op schrift gesteld op 13 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.
3.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).