Uitspraak
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
zaaknummer C/09/693468kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van de vader van 4 november 2025;
- het F9-formulier van de moeder van 25 november 2025, met bijlage;
- het verweerschrift;
- het F9-formulier van de vader van 2 december 2025;
- het F9-formulier van de vader van 3 december 2025, met bijlage, tevens zelfstandig verzoek.
zaaknummer C/09/693264kennis genomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van de vader van 12 november 2025;
- het F9-formulier van de moeder van 25 november 2025, met bijlage;
- het verweerschrift;
- het F9-formulier van de vader van 2 december 2025;
- het F9-formulier van de vader van 3 december 2025, met bijlage, tevens zelfstandig verzoek.
zaaknummer C/09/695564kennis genomen van het verzoekschrift.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Verzoek en verweer
C/09/693468heeft de moeder verzocht:
- primairte bepalen dat de moeder voortaan alleen wordt belast met het gezag over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] en
subsidiairte bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de moeder zal zijn; - primairte bepalen dat tussen de vader en [minderjarige] geen contact zal plaatsvinden gedurende een periode van twee jaar en
subsidiairpartijen te verwijzen naar begeleid contact bij [zorginstantie] te [plaats 1] ; - het huurrecht van de woning aan de [adres] , [postcode] [plaats 1] aan de vader toe te wijzen;
- te bepalen dat de vader een bedrag van € 13.050,- dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag dient te voldoen aan de moeder op bankrekening nummer [rekeningnummer] ten name van [de moeder] binnen zeven dagen na de datum van de beschikking dan wel binnen een door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn;
zaaknummer C/09/693264heeft de moeder in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:
zaaknummer C/09/695564heeft de moeder bij wijze van voorlopige voorziening voor de duur van de procedure verzocht:
- [minderjarige] toe te vertrouwen aan de moeder;
- geen contact vast te stellen tussen de vader en [minderjarige] ;
zaaknummers C/09/693468 en C/09/693264heeft de vader tevens zelfstandig verzocht:
- een zorgregeling vast te stellen, waarbij de vader en [minderjarige] iedere week van maandagochtend 10.00 uur tot en met donderdag 19.00 uur bij de vader zal verblijven en eens in de veertien dagen een weekend bij haar vader kan doorbrengen van vrijdag na school tot zondag 17.00 uur;
- mocht de rechtbank van mening zijn dat deze zorgregeling niet haalbaar is, een zorgregeling vast te stellen welke de rechtbank redelijk en juist acht, op straffe van een aan de vader te verbeuren dwangsom van € 500,- per keer dat de moeder har medewerking niet verleent;
- te bepalen dat de moeder verplicht is om met [minderjarige] terug te verhuizen naar
- aan de moeder een voorlopige informatieplicht op te leggen, waarbij de moeder ten minste maandelijks aan de vader schriftelijke informatie zal verschaffen ten aanzien van de ontwikkeling en het welzijn van [minderjarige] , alsmede over haar vermogen, en te bepalen dat de moeder verplicht is de vader te consulteren over de schoolkeuze, gezondheid en noodzakelijke medische zaken en/of ingrepen van [minderjarige] alsmede hun verblijf gedurende vakantie of anderszins buiten Nederland;
Feiten
Beoordeling
De moeder heeft op 26 mei 2025 bij de politie aangifte gedaan van mishandeling. Op 15 november 2025 heeft zij nadere aangifte gedaan waarin zij in 24 pagina’s lang relaas vertelt wat er tijdens de relatie is voorgevallen. Daarin beschrijft zij gedetailleerd hoe de vader haar veelvuldig ernstig fysiek mishandelde. Ook sloot hij de moeder tegen haar wil op en bond haar vast, isoleerde hij de moeder van haar familie en vrienden, en bepaalde hij hoe zij zich moest kleden. Zij mocht zich niet opmaken. Verder vertelt de moeder onder meer dat hij tegen haar wil en zonder haar toestemming naaktfoto’s van haar maakte die hij vervolgens online verspreidde. Tot slot beheerde de vader de bankrekeningen van de moeder waardoor zij niet over haar eigen geld kon beschikken. De moeder stelt dat zij hierdoor psychische schade heeft opgelopen. De moeder heeft ter onderbouwing onder andere een verklaring van een voormalige leerkracht, een voormalige collega, haar moeder en haar zus overgelegd.
Onder al deze omstandigheden kan ook niet van de moeder worden verwacht dat zij samen met de vader beslissingen neemt over [minderjarige] , aldus de moeder.
Beslissing
wijst af het verzoek van de moeder tot het treffen van voorlopige voorzieningen;
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats]
voorlopigde hoofdverblijfplaats zal hebben bij de moeder, en verklaart deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat het contact tussen de vader en [minderjarige]
voorlopigslechts begeleid plaatsvindt op de wijze en met een frequentie die naar het oordeel van Jeugd- en Gezinshulp in het belang van [minderjarige] is;
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
indien de raad van mening is dat een zorg-/omgangsregeling niet in strijd is met de zwaarwegende belangen van de minderjarige terwijl er geen contact/omgang is tussen de vader en de minderjarige, verzoekt de rechtbank de raad een vervolgonderzoek te doen naar de wijze waarop contact/omgang gerealiseerd kan worden, indien nodig met behulp van proefcontacten;
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;
houdt de behandeling aan tot
15 juni 2026 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht
bepaalt dat, ná ontvangst van het rapport en advies, de behandeling ter terechtzitting, op een nader te bepalen datum en tijdstip, zal worden voortgezet in aanwezigheid van de Raad voor de Kinderbescherming;
beveelt de griffier partijen tegen het tijdstip van de nadere behandeling ter terechtzitting ieder via de eigen advocaat op te roepen;
houdt iedere verdere beslissing
ten aanzien van het gezag, de hoofdverblijfplaats, de omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, en de informatie- en consultatieregeling aan tot 15 juni 2026 pro forma;
verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – voor aanmelding van [minderjarige] bij een bassischool in de buurt van de woonplaats van de moeder en [minderjarige] ;
verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt -voor aanmelding van [minderjarige] voor een psychologische behandeling op doorverwijzing van de huisarts van de moeder naar een gespecialiseerde behandelaar;
beveelt dat de moeder ([de moeder]) op haar kosten overgaat tot verbetering of aanvulling van het inleidende processtuk;
verwijst de zaak hiertoe naar de rolzitting van
woensdag 14 januari 2026 te 10.00 uur;
ten aanzien van het huurrecht en de betaling van het bedrag van € 13.050,- aan;