ECLI:NL:RBDHA:2025:26617

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
17 januari 2026
Zaaknummer
C/09/675234 / FA RK 24-7938
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met nevenvoorzieningen en toedeling huurrecht aan de vrouw

Op 17 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen een man en een vrouw, die in 2001 zijn gehuwd. De man had verzocht om echtscheiding met een nevenvoorziening tot toedeling van het huurrecht van de echtelijke woning aan hem. De vrouw voerde verweer en vroeg voorwaardelijk om toedeling van het huurrecht aan haar, mocht de echtscheiding worden toegewezen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de man, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet is verschenen. De rechtbank heeft de zaak op 3 december 2025 behandeld, waarbij de vrouw en haar advocaat aanwezig waren, evenals een tolk. De rechtbank heeft geoordeeld dat de man volhardt in zijn wens om te scheiden, wat voldoende is om duurzame ontwrichting van het huwelijk aan te nemen. De rechtbank heeft het verzoek van de man tot echtscheiding toegewezen. Wat betreft het huurrecht van de echtelijke woning heeft de rechtbank een belangenafweging gemaakt. De vrouw heeft de huur volledig betaald sinds het vertrek van de man en heeft geen netwerk in Nederland. De man verblijft momenteel in het buitenland en heeft een eigen woning daar. De rechtbank heeft geoordeeld dat het belang van de vrouw bij toedeling van het huurrecht zwaarder weegt dan dat van de man. De rechtbank heeft daarom het verzoek van de vrouw toegewezen en het verzoek van de man afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, met uitzondering van de beslissing met betrekking tot de echtscheiding.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-7938
Zaaknummer: C/09/675234
Datum beschikking
:17 december 2025

Scheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 5 november 2024 ingekomen verzoek van:

[de man],

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr.
A.R. bissessur te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw],

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E. El-Sharkawi te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • de brief van 20 november 2024 van de zijde van de man, met bijlage;
  • het F9-formulier van 27 december 2024 van de zijde van de man, met bijlage;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift;
Op 3 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de advocaat van de man;
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en A. Fawzy, een tolk.
De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2001 te [plaats 1], [land].

Verzoek en verweer

Het verzoek luidt, strekt tot echtscheiding, met een nevenvoorziening tot:
- toedeling aan de man van het huurrecht van de echtelijke woning, inclusief het gebruik van de inboedel,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bovendien heeft de vrouw voorwaardelijk, indien de echtscheiding wordt toegewezen, verzocht om toedeling aan de vrouw van het huurrecht van de echtelijke woning, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan.
Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe.
De rechtbank zal krachtens artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
De man heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De vrouw betwist dat sprake is van duurzame ontwrichting. Zij is van mening dat de man om financiële redenen wenst te scheiden.
De rechtbank overweegt dat indien één van beide echtgenoten het huwelijk niet wenst voort te zetten, dit voldoende is om de duurzame ontwrichting van het huwelijk aan te nemen. Nu de man volhardt in zijn wens om van de vrouw te scheiden, stelt de rechtbank vast dat sprake is van duurzame ontwrichting van het huwelijk. De rechtbank zal het hierop steunende verzoek van de man tot echtscheiding als op de wet gegrond toewijzen.
Huurrecht echtelijke woning
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de echtelijke woning in Nederland is gelegen, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe met betrekking tot het verzoek tot toekenning van het huurrecht van de echtelijke woning aan de man en wordt dit verzoek volgens Nederlands internationaal privaatrecht door Nederlands recht beheerst.
Inhoudelijke beoordeling
Nu de echtscheiding wordt uitgesproken, verzoeken beide partijen het huurrecht van de echtelijke woning aan hen toe te delen. De rechtbank zal daarom een belangenafweging maken. De rechtbank neemt daarbij het volgende mee in overweging.
Uit de overgelegde stukken en wat op de zitting is besproken is het volgende gebleken. Partijen zijn in 2001 gehuwd te [land]. Zij zijn daar na hun huwelijk samen blijven wonen In 2002 is hun zoon geboren en in 20026 hun dochter. Blijkens de gegevens uit de basisregistratie personen (BRP), heeft de man zich in 2008 weer ingeschreven in Nederland. Op de zitting is door de vrouw toegelicht dat de man zich weer in Nederland heeft gevestigd om te gaan werken en dat hij iedere drie jaar naar [land] kwam om zijn gezin te bezoeken. In 2021 zijn de vrouw en de jongste dochter van partijen op verzoek van de man naar Nederland gekomen om bij de man te gaan wonen. Dat was volgens de vrouw omdat de man geen middelen meer had om zijn gezin in [land] financieel te kunnen onderhouden. De zoon van partijen was al in 2016 in Nederland komen wonen. Hij heeft tot zijn 18e jaar bij zijn vader gewoond en is daarna op zichzelf gaan wonen.
Op de zitting is verder gebleken dat de man inmiddels ruim zes maanden in het buitenland verblijft en dat de vrouw en de dochter in de echtelijke woning in Nederland verblijven. De advocaat van de man heeft op de zitting toegelicht dat de man de woning heeft verlaten om rust te creëren en om verdere escalaties te voorkomen. De man verblijft in [land] in een aan hem in eigendom toebehorend appartement en heeft een tweede appartement (de voormalige echtelijke woning) verkocht. Kennelijk is de man in staat om in zijn levensonderhoud te voorzien in [land]. Dat er voor de man een medische noodzaak is om in Nederland te wonen, zoals in het verzoekschrift is gesteld, kon de advocaat van de man niet nader onderbouwen. De vrouw heeft onbetwist gesteld dat zij, sinds het vertrek van de man, de huur volledig voor haar rekening neemt. Ook de huurachterstand die, volgens de vrouw, na het vertrek van de man is ontstaan, betaalt zij af. Zij kan dat doen met het inkomen dat zij in Nederland verdient.
De rechtbank houdt enerzijds rekening met de omstandigheid dat de vrouw op verzoek van de man naar Nederland is gekomen, hier geen netwerk of vrienden heeft en dat zij hier en baan heeft, waarmee zij in haar inkomen kan voorzien. Anderzijds houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat de man op dit moment in [land] verblijft in een eigen woning en kennelijk in staat is om aldaar in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het belang van de vrouw bij toedeling van het huurrecht aan haar zwaarder weegt dan het belang van de man. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw toewijzen en bepalen dat het huurrecht van de echtelijke woning aan haar zal toekomen. Het verzoek van de man tot toedeling van het huurrecht zal worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2001 te [plaats 1], [land];
*
bepaalt dat de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woonruimte te ([postcode]) [plaats 2], [adres];
*
verklaart deze beschikking, met uitzondering van de beslissing met betrekking tot de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, rechter, bijgestaan door
mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van
17 december 2025.