De rechtbank Den Haag behandelde op 16 december 2025 een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap en kinderalimentatie voor een minderjarige geboren in 2022. Uit DNA-onderzoek bleek praktisch bewezen dat de man de biologische vader is, wat hij erkende. Omdat ouders er niet in slaagden de erkenning samen te regelen, wees de rechtbank het verzoek tot vaderschapsvaststelling toe.
De bijzondere curator, die de minderjarige vertegenwoordigde, werd ontslagen omdat zijn taak was vervuld. De rechtbank bepaalde dat de kosten van het DNA-onderzoek gelijkelijk door de ouders moeten worden gedragen, waarbij de moeder de helft aan de vader moet terugbetalen omdat hij de kosten voorschoot.
De moeder trok haar verzoek tot omgang in, zodat hierover niet werd beslist. Voor de kinderalimentatie stelde de rechtbank de ingangsdatum vast op 1 mei 2025, aansluitend op de datum van het DNA-rapport. De behoefte van het kind werd berekend op €262 per maand, gebaseerd op het gemiddelde van de inkomens van beide ouders en rekening houdend met het bestaan van twee andere kinderen van de vader.
De draagkracht van de ouders werd vastgesteld op €314 voor de vader en €25 voor de moeder, waarbij de vader een maandelijkse alimentatie van €243 moet betalen. De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.