ECLI:NL:RBDHA:2025:26537

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
C/09/692626 / FA RK 25-7525
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gezagsuitoefening en verwijzing Ouderschapsbemiddeling bij eindbeschikking

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 16 december 2025 een beschikking gegeven inzake de gezagsuitoefening en de zorgregeling voor de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021. De ouders, [de moeder] en [de vader], zijn geregistreerd partners geweest van [datum 1] 2021 tot [datum 2] 2025 en hebben gezamenlijk gezag over hun kind. De rechtbank heeft kennisgenomen van de verzoeken van beide ouders, waarbij de moeder verzocht heeft om een wijziging van de zorgregeling en de vader zelfstandig verzoeken heeft ingediend met betrekking tot de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige]. De rechtbank heeft op de zitting van 18 november 2025 de zaak behandeld, waarbij beide ouders en hun advocaten aanwezig waren, evenals een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming.

De moeder heeft verzocht om een zorgregeling waarbij [de minderjarige] om de veertien dagen bij de vader verblijft, en heeft daarnaast verzocht om toestemming voor inschrijving bij een fysiotherapeut. De vader heeft verweer gevoerd en heeft zelf verzocht om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij hem vast te stellen. De rechtbank heeft de verzoeken van de vader afgewezen en de zorgregeling vastgesteld, waarbij [de minderjarige] om het weekend bij de vader verblijft. De rechtbank heeft ook de ouders verwezen naar een traject van ouderschapsbemiddeling om hun communicatie te verbeteren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

De rechtbank heeft in haar beoordeling het belang van [de minderjarige] vooropgesteld en benadrukt dat de ouders samen moeten blijven werken aan de zorgregeling en de opvoeding van hun kind. De rechtbank heeft de ouders aangespoord om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling, zodat zij beter kunnen communiceren en samenwerken in het belang van [de minderjarige].

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7525
Zaaknummer: C/09/692626
Datum beschikking: 16 december 2025
Gezagsuitoefening
Beschikkingop het op 6 oktober 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.F. van Galen te [plaats 2] .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.J. Boven te Leusden.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift met bijlagen;
  • het F9 formulier van 8 oktober 2025 met bijlage van de moeder;
  • de brief van 9 oktober 2025, houdende een aanvullend verzoek, met bijlagen van de moeder;
  • het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek;
  • de brief van 13 november 2025 met bijlagen van de moeder;
  • het bericht van 14 november 2025 van de vader met bijlagen van de vader.
Op 18 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat, de vader met zijn advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Verzoek en verweer
De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:
I. met wijziging van de beschikking van 11 december 2024 van deze rechtbank en artikel 3.1 van het ouderschapsplan:
a) te bepalen dat met ingang van 6 oktober 2025 tussen de vader en [de minderjarige] een zorgregeling geldt die inhoudt dat [de minderjarige] eenmaal per veertien dagen van vrijdag 12.15 uur tot zondag 16.00 uur bij de vader zal verblijven, waarbij de vader [de minderjarige] haalt en brengt;
b) de volgende vakantie- en feestdagenregeling te bepalen:
 in de even jaren verblijft [de minderjarige] de eerste helft van de zomervakantie en de kerstvakantie bij de vader en de tweede helft daarvan bij de moeder en in de oneven jaren is dit andersom;
 in de even jaren verblijft [de minderjarige] op eerste paasdag, eerste pinksterdag en eerste kerstdag van 9.00 uur tot 18.00 uur bij de moeder en in de oneven jaren is dit andersom;
 in de even jaren verblijft [de minderjarige] op tweede paasdag, tweede pinksterdag en tweede kerstdag van 9.00 uur tot 18.00 uur bij de vader en in de oneven jaren is dit andersom;
 op de verjaardag van de vader en op Vaderdag is [de minderjarige] van 10.00 uur tot 18.00 uur bij de vader;
 op de verjaardag van de moeder en op Moederdag is [de minderjarige] van 10.00 uur tot 18.00 uur bij de moeder;
 de vakantie- en feestdagenregeling heeft voorrang op de reguliere zorgregeling;
 de vader brengt en haalt [de minderjarige] ;
II. de vader te veroordelen tot strikte en nauwgezette uitvoering/nakoming van de zorgregeling en de vakantie- en feestdagenregeling, dit op verbeurte van een dwangsom van € 350,- voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat de vader na betekening van de in deze zaak te wijzen beschikking in gebreke blijft aan een of meer van de veroordelingen/verplichtingen te voldoen;
III. de moeder toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader vervangt, [de minderjarige] in te schrijven bij [fysiotherapeut] te [adres 1] , althans te bepalen dat de vader daarvoor zijn toestemming dient te verlenen op verbeurte van een dwangsom van € 350,- voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat de vader na betekening van de in deze zaak te wijzen beschikking in gebreke blijft aan deze verplichting te voldoen;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Ook heeft de vader zelfstandig verzocht:
Primair:
  • te bepalen dat [de minderjarige] naar school gaat in [plaats 1] , zodat zijn dagelijkse structuur aansluit bij de bestaande zorgverdeling, de nabijheid van zijn grootouders en het evenwichtige contact met beide ouders;
  • te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] wordt vastgesteld bij de vader in [plaats 1] , zodat zijn formele inschrijving aansluit bij de feitelijke zorgverdeling en de gekozen schoolomgeving;
  • een zorgverdeling vast te stellen zoals beschreven, waarbij [de minderjarige] doordeweeks bij de vader is en in de weekenden bij de moeder en de vakanties gelijkelijk verdeeld worden.
Feiten
- Partijen zijn geregistreerd partners geweest van [datum 1] 2021 tot [datum 2] 2025.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] ;
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
- [de minderjarige] staat ingeschreven op het adres van de moeder in [plaats 2] .
- De vader woont in [plaats 1] .
- Bij beschikking van deze rechtbank van 11 december 2024 is de ontbinding van het geregistreerd partnerschap van partijen uitgesproken en is het aan die beschikking gehechte en door partijen op respectievelijk 16 en 17 december 2023 ondertekende ouderschapsplan opgenomen. In het ouderschapsplan zijn partijen – voor zover hier van belang – overeengekomen:

“ Artikel 2  Hoofdverblijfplaats/verhuizing/paspoort

De hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] is bij de moeder en [de minderjarige] zal op haar adres ín het bevolkingsregister van de gemeente ingeschreven staan. Aan haar komt daarom het recht toe om de kinderbijslag, kindgebondenbudget en kinderalimentatie te innen.
Ouders spreken hierbij af dat [de minderjarige] wordt ingeschreven in [plaats 2] . Hierin wordt [plaats 2] als basis gezien, tenzij verdeling van dagen anders wordt. Dit dient in gezamenlijk overleg aangepast te worden.
Bij een voorgenomen verhuizing zullen de ouders vooraf met elkaar in overleg treden,
Het paspoort van [de minderjarige] (…).
Mocht één van de ouders willen verhuizen dan kan dit met schriftelijke toestemming van de andere ouder als dit verder dan tien kilometer van [plaats 2] is. De ouder die verder dan tien kilometer van [plaats 2] verhuisd zorgt ervoor dat [de minderjarige] gehaald en gebracht wordt naar de andere ouder. Gedurende het opstellen van dit plan is bekend dat de vader in [plaats 1] gaat wonen. Derhalve gaat moeder akkoord met deze verhuizing en zal [de minderjarige] gebracht en gehaald worden door de vader.”

Artikel 3  Verzorging en opvoeding

Artikel 3.1 - Zorg- en contactregeling / verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Tot het moment dat [de minderjarige] de 4-jarige leeftijd bereikt, geldt tussen [de minderjarige] en de vader de volgende zorg- en contactregeling:
In de even weken verblijft [de minderjarige] van woensdagmiddag uit de kinderopvang tot zondagochtend om11:00 bij de vader. In de oneven weken verblijft [de minderjarige] van woensdagmiddag uit de kinderopvang tot zaterdagmiddag om 17:00 bij de vader. De vader verzorgt het brengen en halen van [de minderjarige] .
Voor het moment dat [de minderjarige] 4 jaar is zullen de ouders advies inwinnen bij onafhankelijke adviseurs t.b.v. de gezonde verdeling tezamen met het naar de basisschool gaan. De zorgregeling zal later dus besproken worden.
In bijlage 1 ís een regeling opgenomen ter zake de verdeling van vakanties en bijzondere dagen.
Indien specifieke, zwaarwegende omstandigheden dit vragen, kan de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de toekomst aangepast worden.
[de minderjarige] mag zelf over omgang met zijn beide ouders beslissen. Het staat [de minderjarige] vrij zowel omgang te hebben met de moeder als met de vader. De vader en de moeder zullen [de minderjarige] niet belemmeren om omgang met de andere ouder te hebben (…)
[de minderjarige] is ingeschreven bij moeder als hoofdverblijfplaats. Zodra [de minderjarige] 18 jaar is (…)
Beide ouders zullen contact hebben met elkaar over [de minderjarige] gedrag en eventuele bijzonderheden. Ouders zullen elkaar ondersteunen waar dit mogelijk is en als het nodig is bij elkaar langs komen.
Artikel 3.2 - Vervoer
In de huidige omstandigheden haalt en brengt de vader [de minderjarige] . Wanneer er situaties wijzigen in inkomsten, beweging van een van de ouders wordt dit opnieuw geëvalueerd.
Artikel 3.3 - Onderhouden van contacten
Als [de minderjarige] bij de ene ouder is, zal deze ouder telefonisch, via Whatsapp en via email contact met de andere ouder, mits dit geschiedt op een voor alle betrokkenen aanvaardbare wijze, niet in de weg staan. Bij de wissel komt er een update en tussentijds zullen de ouders foto's sturen. Er zullen niet dagelijks updates zijn, tenzij dit nodig is in verband met gezondheid van [de minderjarige] . Mocht [de minderjarige] contact willen met een van de ouders, dan kan dit.
Artikel 3.4 - Dagelijkse zorg
Gedurende de tijd dat [de minderjarige] bij de vader verblijft is de vader verantwoordelijk voor de dagelijkse zorg en gedurende de tijd dat [de minderjarige] bij de moeder verblijft is de moeder daarvoor verantwoordelijk. Zaken als lichamelijke verzorging, het dagritme, thuiskom tijden, bedtijd, zakgeld, zullen de ouders eerst in onderling overleg met elkaar en vervolgens, afhankelijk van de leeftijd en de omstandigheden, met [de minderjarige] afstemmen.
Wanneer [de minderjarige] ziek is bij een ouder zorgt de ouder waar [de minderjarige] is voor [de minderjarige] , gaat dit níet dan kan er overlegd worden voor een wissel dag. Moet [de minderjarige] naar het ziekenhuis wordt dit gecommuniceerd met elkaar en zullen indien nodig beide ouders aanwezig zijn voor [de minderjarige] en samen beslissingen maken over wat [de minderjarige] nodíg heeft. Beide ouders zullen elkaar nooit verwijten als er een dusdanige gebeurtenis gebeurt met [de minderjarige] .
Artikel 3.5 - Schoolkeuze
Een keuze voor een (type) school maken de ouders gezamenlijk. De ouders zullen [de minderjarige] afhankelijk van zijn leeftijd en de omstandigheden betrekken bij deze keuze. [de minderjarige] zal in [plaats 2] naar school gaan.
Artikel 3.6 - Schoolinformatie
(…)
Beoordeling
Inleiding
Uit de overgelegde stukken en het besprokene op de zitting is de rechtbank het volgende gebleken. De vader is opgegroeid in de omgeving van [plaats 3] en de moeder in [plaats 2] . De ouders hebben eerst een half jaar samengewoond in [plaats 3] . Daarna, in 2019, zijn de ouders in [plaats 2] gaan wonen. In 2021 zijn zij een geregistreerd partnerschap aangegaan en is [de minderjarige] geboren. [de minderjarige] ging op dinsdag en woensdag naar het kinderdagverblijf en op donderdag pasten opa en oma (vaderszijde) op, volgens de moeder omdat er nog geen kinderopvang beschikbaar was. De moeder was op maandag en vrijdag met [de minderjarige] thuis. Eind 2023 hebben de ouders een ouderschapsplan opgesteld. Op dat moment was al duidelijk dat de vader wilde verhuizen naar [plaats 1] . Hij is daar gaan samenwonen met zijn nieuwe partner en haar dochter. Sinds de ouders uit elkaar zijn volgen zij de zorgregeling die in het ouderschapsplan is opgenomen, waarbij [de minderjarige] totdat hij vier jaar is geworden in de even weken van woensdagmiddag uit de kinderopvang tot zondagochtend om 11:00 uur bij de vader is en in de oneven weken van woensdagmiddag uit de kinderopvang tot zaterdagmiddag om 17:00 uur. Ook is daarbij afgesproken dat de vader het halen en brengen van [de minderjarige] verzorgt. Totdat [de minderjarige] naar de basisschool ging hebben de ouders deze zorgregeling gevolgd. Omdat [de minderjarige] in oktober vier jaar ging worden hebben de ouders, eerst zelf en daarna samen met hun advocaten, geprobeerd afspraken te maken over de zorgregeling vanaf het moment dat [de minderjarige] naar basisschool zou gaan. Dat is niet gelukt. De moeder werkt op dit moment op maandag, dinsdag en donderdag van 9.00 uur tot 18.00 uur bij Karwei. De moeder heeft BSO geregeld voor in ieder geval de maandag en de dinsdag. De vader heeft een eigen bedrijf. Zijn kantoor is in Amsterdam en hij werkt fulltime, waarbij hij zelf zijn werktijden kan indelen.
De rechtbank ziet aanleiding om eerst in te gaan op de verzoeken van de vader met betrekking tot het hoofdverblijf en de schoolgang. Daarna beoordeelt de rechtbank de verzoeken van beide ouders met betrekking tot de zorgregeling.
Hoofdverblijf en school
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen, in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag, geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Op grond van lid 2, onderdeel b, van genoemd artikel kan de rechtbank eveneens op verzoek van de ouders of een van hen beslissen over bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft.
Inhoudelijke beoordeling
Zoals de rechtbank op de zitting al heeft aangegeven, wordt het verzoek van de vader om het hoofdverblijf en de schoolgang van [de minderjarige] bij de vader in [plaats 1] te bepalen, afgewezen.
Volgens de vader hebben de ouders bij het opstellen van het ouderschapsplan voor ogen gehad om bij de overgang van [de minderjarige] naar de basisschool opnieuw vast te stellen of de basis van [de minderjarige] in [plaats 2] dan wel elders zou zijn. De vader wil dat het hoofdverblijf van [de minderjarige] bij hem in [plaats 1] wordt vastgesteld, omdat hij het zo kan organiseren dat hij [de minderjarige] dan iedere dag uit school ophaalt. Onder die omstandigheden vindt hij het niet goed om [de minderjarige] drie middagen in de week naar de BSO te laten gaan zoals volgens hem het geval is als [de minderjarige] het hoofdverblijf heeft bij de moeder in [plaats 2] .
De rechtbank gaat daar niet in mee. [de minderjarige] heeft vanaf zijn geboorte in [plaats 2] gewoond. Dat was geen toevallige woonplaats, maar de plek waar de ouders samen naar toe zijn verhuisd en waar de moeder is geboren en getogen. De ouders hebben in het ouderschapsplan nadrukkelijk gekozen voor [plaats 2] als basis (artikel 2).
De zinssnede “
tenzij verdeling van dagen anders wordt” ondersteunt het standpunt van de vader niet. Een redelijke uitleg brengt mee dat partijen hebben bedoeld dat in het geval er een verdeling van dagen komt waarbij [plaats 2] feitelijk niet langer de basis is, dan de inschrijving in overleg kan worden aangepast. Daarmee hangt de hoofdverblijfplaats weliswaar samen met de zorgregeling, maar het uitgangspunt daarbij is dat [plaats 2] de basis is. Dat de zorgregeling moet worden aangepast op moment dat [de minderjarige] naar de basisschool gaat, zoals in artikel 3.1 is bepaald, betekent dan ook niet dat dit uitgangspunt opnieuw ter discussie staat, maar alleen dat bij schoolgang van [de minderjarige] in [plaats 2] , door ouders moet worden gesproken welke zorgregeling met de vader daarbij passend is.
Gelet op deze uitleg van het ouderschapsplan komt het verzoek van de vader feitelijk neer op een wijziging daarvan. Daartoe voert de vader aan dat hij het niet in het belang vindt van [de minderjarige] dat hij naar de BSO gaat omdat [de minderjarige] bij hem thuis opgevangen kan worden door hemzelf en eventueel zijn partner en ouders. Dit kwalificeert echter niet als een wijziging van omstandigheden ten aanzien van het hoofdverblijf, maar een als een andere visie op wat in het belang is van [de minderjarige] . Naleving van wat in het ouderschapsplan is bepaald over de hoofdverblijfplaats, gaat in ieder geval niet in tegen het belang van [de minderjarige] . Zoals de Raad voor de Kinderbescherming ook op de zitting heeft verteld, spelen bij het beoordelen van wat in het belang is van een kind veel meer aspecten mee. De vraag of [de minderjarige] naar de BSO mag/moet of niet is één aspect, maar de zorgregeling met de andere ouder speelt een veel fundamentelere rol. De enkele omstandigheid dat de BSO – volgens de vader – vermoeiend is, is dan ook onvoldoende reden voor wijziging van het ouderschapsplan. Bovendien heeft de moeder er op de zitting op gewezen dat de vermoeidheid van [de minderjarige] in ieder geval ook te wijten is aan de reistijd en dus niet alleen ligt aan het bezoeken van de BSO. [de minderjarige] was voordat hij naar school ging al gewend om twee dagen per week naar het kinderdagverblijf te gaan en werd daar op woensdag door de vader opgehaald en meegenomen naar [plaats 1] .
De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader om het hoofdverblijf van [de minderjarige] en de schoolgang van [de minderjarige] bij de vader in [plaats 1] te bepalen, afwijzen.
Zorgregeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a in samenhang met artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing over de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
Inhoudelijke beoordeling
Gebleken is dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden omdat [de minderjarige] inmiddels naar de basisschool gaat. De rechtbank heeft op de zitting geprobeerd om met de ouders een zorgregeling af te spreken, maar dat is niet gelukt.
Reguliere zorgregeling
In de situatie dat [de minderjarige] het hoofdverblijf heeft bij de moeder, wil de vader [de minderjarige] ieder weekend bij zich hebben en de moeder wil dat [de minderjarige] om het weekend naar de vader gaat. De moeder heeft voorgesteld dat [de minderjarige] daarnaast ook iedere woensdagmiddag, zonder overnachting, naar de vader gaat.
De rechtbank zal bepalen dat [de minderjarige] om het weekend bij de vader is, van vrijdag uit school tot maandag naar school, zodat [de minderjarige] en de moeder ook een weekend met elkaar kunnen doorbrengen en [de minderjarige] ook weekenden heeft om activiteiten in zijn woonplaats te doen, zoals sport, verjaardagspartijtjes en met (school)vriendjes spelen. De rechtbank zal niet daarnaast de woensdag bepalen omdat juist ook de woensdagmiddag een middag is dat het voor kinderen in de basisschool leeftijd de middag is dat ze gaan sporten en afspreken met schoolvriendjes. Het is niet handig voor [de minderjarige] als hij dan met de vader naar [plaats 1] moet gaan. Bovendien is de moeder op woensdag vrij van haar werk. De rechtbank zal bepalen dat [de minderjarige] van donderdag uit school tot vrijdag naar school naar de vader gaat in de week dat hij niet op vrijdag uit school het weekend naar de vader gaat. In de andere week gaat [de minderjarige] dan van donderdag uit school tot maandag naar school naar de vader.
Dit brengt mee dat [de minderjarige] inderdaad op een schooldag in de ochtend langer moet reizen. Dat weegt naar het oordeel van de rechtbank echter niet op tegen het belang van [de minderjarige] om tijd met vader door te brengen. Bovendien kan de vader, zolang [de minderjarige] nog niet leerplichtig is en in overleg met school, in de week dat [de minderjarige] van donderdag uit school tot maandag naar school bij de vader is, [de minderjarige] eventueel op vrijdag thuishouden, zoals de vader nu ook doet.
Studiedagen
In navolging van wat de moeder nog op zitting heeft voorgesteld, zal de rechtbank bepalen dat als [de minderjarige] wegens een studiedag van de leerkrachten geen school op vrijdag of maandag heeft, de vader [de minderjarige] dan – als de studiedag op vrijdag is – pas op vrijdagavond om 19.00 uur bij de moeder hoeft te brengen, dan wel  als de studiedag op maandag is  pas op dinsdagochtend naar school hoeft te brengen.
Vakanties en feestdagen
De rechtbank zal verder een regeling bepalen voor de verdeling van de vakanties en feestdagen tussen de ouders. De moeder heeft daartoe een concreet verzoek gedaan, dat door vader niet is weersproken, dus de rechtbank zal dat verzoek toewijzen.
Dwangsom
De moeder heeft verzocht een dwangsom te bepalen voor naar de rechtbank begrijpt de situatie dat de vader [de minderjarige] komt ophalen als hij daar volgens de door de rechtbank te bepalen zorgregeling niet toe gerechtigd is. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen. Er wordt nu een duidelijke zorgregeling bepaald en de rechtbank gaat ervan uit dat vader die nakomt. Dat de vader [de minderjarige] heeft opgehaald uit school terwijl dat niet strikt genomen zo was bepaald in het ouderschapsplan, berust op een verschillende uitleg van het ouderschapsplan en is geen reden om aan te nemen dat vader zich niet zal houden aan de door de rechtbank vast te stellen zorgregeling.
Vervangende toestemming fysiotherapie
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a lid 1 BW kunnen op verzoek van de ouders of van een van hen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een beslissing die haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De vader heeft op de zitting gezegd dat hij instemt met het verzoek van de moeder om [de minderjarige] in te schrijven voor fysiotherapie, maar dat hij graag had willen worden meegenomen in de besluitvorming. De rechtbank zal daarom de door de moeder verzochte vervangende toestemming verlenen.
Traject Ouderschapsbemiddeling
Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap, waarbij zij zullen gaan werken aan het verbeteren van hun onderlinge communicatie. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Jeugdteams Leidse Regio.
De rechtbank zal de zaak niet aanhouden in afwachting van het verloop van dit traject. Het verbeteren van de communicatie, en daarmee de invulling van het ouderschap, ligt in de handen van de ouders. De rechtbank geeft daarom een eindbeschikking af en benadrukt dat de ouders de kans om deel te nemen aan voornoemd traject in het belang van [de minderjarige] met beide handen moeten aangrijpen. [de minderjarige] is immers nog jong en de ouders zullen nog lang samen beslissingen voor [de minderjarige] moeten nemen.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] , bij de vader zal zijn:
  • de ene week van donderdag uit school tot vrijdag naar school, waarbij de vader, als [de minderjarige] wegens een studiedag van de leerkrachten geen school op vrijdag heeft, [de minderjarige] pas op vrijdagavond om 19.00 uur bij de moeder terug zal brengen;
  • de andere week van donderdag uit school tot maandag naar school, waarbij de vader, zolang [de minderjarige] nog niet leerplichtig is, [de minderjarige] , in overleg met school, eventueel op vrijdag kan thuishouden en waarbij de vader, als [de minderjarige] wegens een studiedag van de leerkrachten geen school op maandag heeft, [de minderjarige] pas op dinsdagochtend naar school zal brengen;
en dat de volgende vakantie- en feestdagenregeling zal gelden:
  • in de even jaren verblijft [de minderjarige] de eerste helft van de zomervakantie en de kerstvakantie bij de vader en de tweede helft daarvan bij de moeder en in de oneven jaren is dit andersom;
  • in de even jaren verblijft [de minderjarige] op eerste paasdag, eerste pinksterdag en eerste kerstdag van 9.00 uur tot 18.00 uur bij de moeder en in de oneven jaren is dit andersom;
  • in de even jaren verblijft [de minderjarige] op tweede paasdag, tweede pinksterdag en tweede kerstdag van 9.00 uur tot 18.00 uur bij de vader en in de oneven jaren is dit andersom;
  • op de verjaardag van de vader en op Vaderdag is [de minderjarige] van 10.00 uur tot 18.00 uur bij de vader;
  • op de verjaardag van de moeder en op Moederdag is [de minderjarige] van 10.00 uur tot 18.00 uur bij de moeder;
  • de vakantie- en feestdagenregeling heeft voorrang op de reguliere zorgregeling;
  • de vader brengt en haalt [de minderjarige] ;
*
verleent toestemming aan de moeder, welke toestemming die van de vader vervangt, om [de minderjarige] in te schrijven bij [fysiotherapeut] te [adres 1] ;
*
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de moeder](de moeder)
wonende: [adres 2] ,
en
[de vader](de vader)
wonende: [adres 3] ,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar Jeugdteams Leidse Regio, Haarlemmerstraatweg 31 – 8519 –, 2343 LA Oegstgeest;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. I.E. Moerkerk-van Kersbergen als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting
van 16 december 2025.