De rechtbank Den Haag heeft op 16 december 2025 uitspraak gedaan in een zaak over wijziging van de zorgregeling tussen ouders die gezamenlijk gezag uitoefenen over vier minderjarige kinderen. De moeder verzocht om aanpassing van de zorgregeling omdat de vader nog steeds geen geschikte woonruimte heeft om de kinderen langere tijd te ontvangen, terwijl de oorspronkelijke afspraken uitgingen van een spoedige woning.
De vader voert aan dat het verkrijgen van een woning in de betreffende plaats zeer moeilijk is en dat hij momenteel het maximale doet om zorg te bieden, mede gezien de beperkte ondersteuning van zijn ouders. De rechtbank constateert dat de moeder structureel overbelast is en haar werk slechts kan combineren met nachtdiensten in het weekend, waardoor zij behoefte heeft aan meer zorg door de vader.
De rechtbank wijzigt de zorgregeling zodanig dat de kinderen bij de vader zijn op vrijdag na school tot 20.00 uur, iedere woensdagavond en iedere zaterdag van 9.00 uur tot 20.00 uur, waarbij de vader de kinderen haalt en brengt. Zodra de vader een eigen of grotere woning heeft, geldt een uitgebreidere regeling met weekendverblijf. De vakanties en feestdagen worden verdeeld volgens een schema in onderling overleg. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
De beslissing is genomen met het belang van de kinderen voorop, waarbij rekening is gehouden met de woonomstandigheden van de vader, de zorgbelasting van de moeder en de wens van de kinderen om meer tijd met hun vader door te brengen.