In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 16 december 2025 een beschikking gegeven inzake de wijziging van de zorgregeling voor de minderjarige kinderen van partijen, die in het kader van hun echtscheiding gezamenlijk gezag uitoefenen. De moeder heeft verzocht om de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen, omdat de vader nog steeds geen geschikte woonruimte heeft om de kinderen te ontvangen. De rechtbank heeft kennisgenomen van de omstandigheden, waaronder de overbelasting van de moeder en de langdurige zoektocht van de vader naar een woning. De rechtbank heeft vastgesteld dat de zorgregeling moet worden aangepast, zodat de kinderen bij de vader kunnen zijn, zelfs als hij nog geen eigen woning heeft. De rechtbank heeft de zorgregeling zodanig gewijzigd dat de kinderen op bepaalde dagen bij de vader zijn, met inachtneming van de huidige woonomstandigheden van de vader en de zorgbehoeften van de kinderen. De rechtbank heeft de verzoeken van de moeder voor verdere wijzigingen afgewezen, maar heeft wel de zorgverdeling aangepast in het belang van de kinderen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.