ECLI:NL:RBDHA:2025:26535

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
C/09/692763 / FA RK 25-7612
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling in het belang van de kinderen na echtscheiding

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 16 december 2025 een beschikking gegeven inzake de wijziging van de zorgregeling voor de minderjarige kinderen van partijen, die in het kader van hun echtscheiding gezamenlijk gezag uitoefenen. De moeder heeft verzocht om de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen, omdat de vader nog steeds geen geschikte woonruimte heeft om de kinderen te ontvangen. De rechtbank heeft kennisgenomen van de omstandigheden, waaronder de overbelasting van de moeder en de langdurige zoektocht van de vader naar een woning. De rechtbank heeft vastgesteld dat de zorgregeling moet worden aangepast, zodat de kinderen bij de vader kunnen zijn, zelfs als hij nog geen eigen woning heeft. De rechtbank heeft de zorgregeling zodanig gewijzigd dat de kinderen op bepaalde dagen bij de vader zijn, met inachtneming van de huidige woonomstandigheden van de vader en de zorgbehoeften van de kinderen. De rechtbank heeft de verzoeken van de moeder voor verdere wijzigingen afgewezen, maar heeft wel de zorgverdeling aangepast in het belang van de kinderen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7612
Zaaknummer: C/09/692763
Datum beschikking: 16 december 2025

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 8 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G. Alkilic te Den Haag .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D. Vurdelja te Den Haag .

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift.
De minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek.
Op 18 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat, de vader met zijn advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Verzoek en verweer

De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:
- de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van ieder der ouders te wijzigen, in die zin dat de kinderen bij de vader zullen zijn:
I. tot hij een woning heeft:
- iedere vrijdag uit school tot 21.00 uur;
- iedere zaterdag van 9.00 uur tot 21.00 uur;
- iedere zondag van 10.00 uur tot 20.30 uur;
II. vanaf het moment dat hij een woning heeft:
- wekelijks van vrijdag uit school tot zondag 19.30 uur;
III. te bepalen dat de vakanties en feestdagen conform onderstaand schema bij helfte worden verdeeld:
Vakanties
Moeder
Vader
Herfstvakantie
Even jaren
Oneven jaren
Kerstvakantie (2 weken)
Even jaren de eerste week en oneven jaren de tweede week
Oneven jaren de eerste week en even jaren de tweede week
Voorjaarsvakantie
Oneven jaren
Even jaren
Meivakantie (2 weken)
Even jaren de eerste week en oneven jaren de tweede week
Oneven jaren de eerste week en even jaren de tweede week
Zomervakantie (6 weken)
Eerste drie weken in de oneven jaren en laatste drie weken in de even jaren
Eerste drie weken in de even jaren en laatste drie weken in de oneven jaren
Moederdag
Altijd
Vaderdag
Altijd
Suikerfeest
Even jaren
Oneven jaren
Offerfeest
Oneven jaren
Even jaren
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2013 tot [datum 2] 2024.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2021 te [geboorteplaats 2] .
- De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 15 december 2023 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken en is, voor zover hier van belang, bepaald dat:
de kinderen bij de vader zullen zijn
zolang de vader nog geen eigen/grotere woning heeft:
- iedere zaterdag van 12.00 uur tot 20.00 uur, waarbij de vader de kinderen haalt en brengt;
- iedere woensdag van 17.00 uur tot 19.00/19.30 uur, waarbij de moeder de kinderen naar het sporten brengt en de vader de kinderen na het eten naar de moeder brengt;
zodra de vader een eigen/grotere woning heeft:
- in de eerste week: van vrijdag uit school/opvang tot zondag 18.30 uur, waarbij de vader de kinderen op vrijdag ophaalt en de moeder de kinderen op zondag ophaalt;
- in de tweede week: op woensdag van 08.00 uur tot 18.30 uur, waarbij de vader de kinderen brengt naar en haalt van de sportactiviteiten, waarna hij de kinderen naar de moeder brengt;
gedurende de helft van de vakanties- en feestdagen, in onderling overleg te bepalen in de eerste week van de start van het schooljaar, waarbij het ene jaar (het eerste jaar) de moeder een voorstel doet aan de vader en het andere jaar (het tweede jaar) de vader een voorstel doet aan de moeder.

Beoordeling

Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a in samenhang met artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing inzake de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
Wijziging van omstandigheden
De rechtbank is gebleken dat de omstandigheden zijn gewijzigd. De ouders zijn er bij het maken van de afspraken over de zorgregeling allebei vanuit gegaan dat de vader binnen afzienbare termijn andere woonruimte zou krijgen en dat dan een andere zorgregeling zou gaan gelden. Inmiddels is het twee jaar later en heeft de vader nog steeds geen woning die geschikt is om de kinderen langere tijd te laten verblijven. Bovendien is de moeder structureel overbelast en heeft zij om die reden vijf maanden niet kunnen werken. De enige manier waarop zij nu haar vierentwintig contracturen kan invullen in combinatie met haar zorgtaken, is door in het weekend een nachtdienst te draaien van 15:00 ‘s middags tot 11.00 de andere ochtend, in combinatie met een dagdienst doordeweeks. Dit betekent dat de moeder in weekend altijd een nacht niet thuis is. Bovendien zijn de ouders van de moeder ook twee jaar ouder geworden en zijn zij niet meer in staat om evenveel zorg te geven aan hun kleinkinderen als zij voorheen deden. De moeder is daarom ontvankelijk in haar verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder stelt dat van de vader verwacht mag worden dat hij meer zorg voor de kinderen gaat dragen dan nu het geval is. De vader voert aan dat er geen sprake is van onwil van zijn kant. Het is zeer lastig voor hem om een woning in [plaats] te vinden waar hij de kinderen kan opvangen. Het duurt gemiddeld elf á twaalf jaar om in aanmerking te komen voor een woning en hij staat inmiddels al tien jaar ingeschreven. De regeling die hij en de moeder nu uitvoeren, is het maximaal haalbare voor hem, vooral omdat hij genoodzaakt is met de kinderen naar buiten te gaan. De mogelijkheden om terug te vallen op zijn ouders zijn beperkt omdat zij inmiddels op leeftijd zijn.
De rechtbank is alles afwegende van oordeel dat de zorgregeling moet worden gewijzigd. De rechtbank zal, voor de situatie dat de vader nog geen eigen/grotere woning heeft, een regeling vaststellen waarbij de kinderen bij de vader zijn:
  • iedere zaterdag van 9.00 uur, of vroeger als dat nodig is voor de voetbal, tot 20.00 uur, waarbij de vader de kinderen haalt en brengt;
  • iedere woensdag van 17.00 uur tot 19.00/19.30 uur, waarbij de moeder kinderen naar het sporten brengt en de vader de kinderen na het eten naar de moeder brengt;
  • iedere vrijdag uit school tot 20.00 uur.
Deze regeling acht de rechtbank in het belang van de kinderen. De rechtbank overweegt daartoe dat de woensdag al op deze manier door de ouders wordt uitgevoerd. De zaterdag was weliswaar anders overeengekomen tussen de ouders, maar de vader heeft op de zitting aangegeven dat hij de kinderen feitelijk al vroeger ophaalt. Als de vader ook op vrijdag de zorg voor de kinderen heeft, kan de moeder dan haar nachtdienst draaien, waarbij de moeder al verantwoordelijk is om er voor te zorgen dat er ‘s nachts opvang is voor de kinderen. De moeder heeft op de zitting uitgelegd dat het voor haar ouders nog wel te doen is om
‘s nachts op te passen als zij dan vervolgens niet ook de zorg voor de kleinkinderen overdag hebben. De rechtbank begrijpt dat het lastig is voor de vader die geen geschikte woonruimte heeft om de kinderen daar op te vangen. Het kan echter niet zo zijn dat de moeder helemaal alleen verantwoordelijk is voor alle zorg. Bovendien missen de kinderen de vader en willen zij meer tijd met hem doorbrengen. De vader heeft een grote familie in [plaats] en het zal voor de vader niet ideaal zijn steeds met de kinderen bij familie te moeten verblijven, maar als dat wel nodig is zolang hij geen eigen geschikte woonruimte heeft, mag dat wel van de vader worden verlangd.
Het meer of anders door de moeder verzochte ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zal worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 15 december 2023 van deze rechtbank – :
bepaalt dat de kinderen bij de vader zullen zijn:
zolang de vader nog geen eigen/grotere woning heeft:
  • iedere zaterdag van 9.00 uur, of vroeger als dat nodig is voor de voetbal, tot 20.00 uur, waarbij de vader de kinderen haalt en brengt;
  • iedere woensdag van 17.00 uur tot 19.00/19.30 uur, waarbij de moeder kinderen naar het sporten brengt en de vader de kinderen na het eten naar de moeder brengt;
  • iedere vrijdag uit school tot 20.00 uur;
zodra de vader een eigen/grotere woning heeft:
  • in de eerste week: van vrijdag uit school/opvang tot zondag 18.30 uur, waarbij de vader de kinderen op vrijdag ophaalt en de moeder de kinderen op zondag ophaalt;
  • in de tweede week: op woensdag van 08.00 uur tot 18.30 uur, waarbij de vader de kinderen brengt naar en haalt van de sportactiviteiten, waarna hij de kinderen naar de moeder brengt;
gedurende de helft van de vakanties- en feestdagen, in onderling overleg te bepalen in de eerste week van de start van het schooljaar, waarbij het ene jaar (het eerste jaar) de moeder een voorstel doet aan de vader en het andere jaar (het tweede jaar) de vader een voorstel doet aan de moeder;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. I.E. Moerkerk-van Kersbergen als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van
16 december 2025.