De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voor een minderjarige na een scheiding tussen de ouders. Na een rapport en advies van de Raad voor de Kinderbescherming en een zitting op 18 november 2025, werd de bestaande omgang tussen vader en kind geëvalueerd. De Raad adviseerde een stapsgewijze uitbreiding van de zorgregeling, waarbij de vader om de week een weekend met de minderjarige doorbrengt. Er waren geen zorgen over de veiligheid van het kind bij de vader.
De moeder uitte zorgen over het contact tussen de minderjarige en de opa en oma van vaderszijde, en wilde niet dat het kind zonder haar aanwezigheid naar de vader ging. De rechtbank oordeelde dat het belang van onbelast contact met beide ouders voorop staat en dat er onvoldoende aanwijzingen waren voor veiligheidsrisico's. De omgang met opa en oma tijdens de zorgmomenten bij de vader werd toegestaan, waarbij de verzoeken van opa en oma tot een eigen omgangsregeling als ingetrokken werden beschouwd.
De rechtbank legde een zorgregeling vast die start met een bezoek op Tweede Kerstdag 2025, gevolgd door om de week een weekend bij de vader vanaf januari 2026, met een opbouw naar langere verblijven. De overdracht vindt plaats in de omgeving van een tussenliggende plaats. Vakanties en feestdagen worden vanaf het moment dat het kind naar school gaat, gelijk verdeeld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de continuïteit van het contact te waarborgen.