ECLI:NL:RBDHA:2025:26522
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen verwijderingsmaatregel wegens ontbreken rechtmatig verblijf Unieburger
Eiser, een Poolse Unieburger, verblijft sinds 2020 in Nederland en leidt een zwervend bestaan zonder arbeid. De minister stelde bij besluit vast dat eiser geen rechtmatig verblijf meer heeft op grond van het Unierecht, mede vanwege het ontbreken van voldoende middelen van bestaan en eerdere overlast en winkeldiefstal.
Eiser stelde dat het verwijderingsbesluit niet duidelijk was over de wijze waarop hij zijn verblijf effectief kan beëindigen om een nieuwe vrije termijn te verkrijgen, en dat het besluit neerkomt op een inreisverbod. De rechtbank oordeelt dat de minister in het besluit voldoende duidelijkheid heeft gegeven over de inhoud en gevolgen van de maatregel, conform de Verblijfsrichtlijn.
De rechtbank wijst het beroep af omdat de minister niet verplicht is om in het verwijderingsbesluit voorwaarden te stellen voor een nieuwe vrije termijn en omdat het besluit terecht is genomen op basis van de feiten en omstandigheden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het verwijderingsbesluit wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf.