ECLI:NL:RBDHA:2025:26511

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 november 2025
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
C/09/672091 / FA RK 24-6423
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek vader tot vaststelling zorgregeling voor minderjarige kinderen

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader om een zorgregeling vast te stellen voor zijn minderjarige kinderen, geboren in 2019 en 2022. Eerder was bepaald dat de kinderen voorlopig aan de moeder werden toevertrouwd en dat de vader beperkt videobelcontact mocht hebben. De Raad voor de Kinderbescherming voerde een onderzoek uit en bracht advies uit.

De rechtbank handhaafde de voorlopige regeling en overwoog dat vanwege ernstige zorgen over de veiligheid van moeder en kinderen, veroorzaakt door het onvoorspelbare, dreigende en agressieve gedrag van de vader, een fysieke zorgregeling niet in het belang van de kinderen is. De vader vertoont psychische problemen en middelengebruik, weigert hulp te accepteren en is momenteel spoorloos.

De videobelcontacten verliepen slecht, met woede-uitbarstingen en bedreigingen richting de moeder. De rechtbank benadrukte dat contact met de vader veilig, voorspelbaar en prettig moet zijn voor de kinderen. Gezien de omstandigheden acht zij het niet passend om nu een zorgregeling vast te stellen, wat duidelijkheid en voorspelbaarheid voor de kinderen biedt. De rechtbank sluit niet uit dat dit in de toekomst kan veranderen als de vader hulp accepteert.

Uitkomst: Verzoek vader tot vaststelling zorgregeling wordt afgewezen vanwege onveilige situatie en onvoorspelbaar gedrag.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-6423
Zaaknummer: C/09/672091
Datum beschikking: 13 november 2025

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 4 september 2024 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat voorheen: mr. M.P. Kloppenburg te Rotterdam ,
op dit moment zonder advocaat.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P. Celikkal te ‘s-Gravenhage.

Procedure

Bij beschikking van deze rechtbank van 14 november 2024 is, voor zover hier relevant,:
  • bepaald dat de minderjarigen [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats 1] ( [land] ) en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats 2] , voorlopig aan de moeder worden toevertrouwd;
  • bepaald dat de vader twee keer per week, op woensdag en zaterdag om 16.00 uur, gedurende maximaal tien minuten zal videobellen met de minderjarigen;
  • de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) verzocht een onderzoek te verrichten, alsmede de rechtbank te rapporteren en adviseren;
  • en is iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) aangehouden tot 15 april 2025 pro forma.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • de brief van de Raad van 22 januari 2025;
  • het rapport en advies van de Raad van 22 april 2025, kenmerk SK-1-62FEZ1;
  • het F9-formulier van 30 mei 2025 van de moeder;
  • het F9-formulier van 2 juni 2025 namens de vader;
  • het F9-formulier van 29 september 2025 namens de moeder, met bijlage.
Op 16 oktober 2025 is de behandeling ter zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat en vergezeld door de tolk T. Slimane en de begeleiders van moeder [naam 1] en [naam 2] van [zorginstantie] ;
  • [naam 3] namens de Raad.
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting verschenen.
Aanvullende feiten
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 10 september 2025 is, voor zover hier relevant, de moeder toestemming verleend, die de toestemming van de vader vervangt, voor onderzoek- en (trauma)behandeling van de kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij een GGZ-kinder- en jeugdinstelling althans een hulpinstelling voor de kinderen te bepalen bij Kracht, waarbij de betrokkenheid van de vader niet vereist is.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 6 oktober 2025 is de moeder toestemming verleend, die de toestemming van de vader vervangt, om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] volgens het rijksvaccinatieprogramma te laten vaccineren.
  • De door de moeder op 20 augustus 2025 aanhangig gemaakte echtscheidingsprocedure is bij deze rechtbank bekend onder zaak- en rekestnummer C/09/690156 / FA RK 25-6374.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
In de vorige beschikking is een voorlopige videobelregeling tussen de vader en de kinderen vastgelegd. Gelet op de grote zorgen over de veiligheid van de moeder en de kinderen die vanuit verschillende instanties zijn geuit, bestond op dat moment geen mogelijkheid voor een zorgregeling waarbij de kinderen fysieke omgang met hun vader hebben. Aan de vader is aangegeven dat als hij uitbreiding van het contact met de kinderen wil, hij zal moeten laten zien dat hij hulp zoekt voor en aan de slag gaat met zijn psychische problemen. Als hij laat zien dat hij geen agressief en bedreigend gedrag meer vertoont richting de moeder, kunnen de zorgen over de veiligheid worden weggenomen.
De Raad heeft in het onderzoeksrapport en op de zitting aangegeven dat een fysieke zorgregeling momenteel niet in het belang van de kinderen is. De vader heeft meerdere strafbare feiten gepleegd en meerdere keren vastgezeten. Het gedrag van de vader is en blijft onvoorspelbaar, dreigend en dus zorgelijk. Uit het onderzoek blijkt dat verschillende instanties (politie, CVD en Veilig Thuis) het vermoeden hebben dat de vader kampt met psychische problemen en dat daarnaast sprake is van middelengebruik. De vader zegt zelf geen hulp nodig te hebben, terwijl de kinderen recht hebben op veilig en voorspelbaar contact met de vader, zo heeft de Raad naar voren gebracht.
De moeder heeft aangegeven dat er sinds de vorige beschikking twee videobelmomenten hebben plaatsgevonden met de vader. Die zijn niet goed gegaan. De vader had geen aandacht voor de kinderen maar ontstak in woede die uitmondde in scheldpartijen en bedreigingen richting de moeder. Op dit moment weet de moeder niets over de vader. Hij is al enige tijd spoorloos. Ze weet niet waar hij woont. Zijn advocaat staat hem ook niet meer bij. In de echtscheidingsprocedure heeft de vader tot op heden ook nog geen verweer gevoerd. De kinderen rekenen erop contact te hebben met de vader en het is heel teleurstellend voor hen als dat niet doorgaat.
Met de moeder en de Raad is de rechtbank van oordeel dat het contact met de vader veilig, voorspelbaar en prettig voor de kinderen moet zijn. Dat het contact dat zij met de vader hadden vooral bestond uit schelden en bedreigingen richting de moeder, is allesbehalve in het belang van de kinderen. Gelet op het gedrag van de vader acht de rechtbank het op dit moment niet in het belang van de kinderen dat er een zorgregeling wordt vastgesteld. Dat brengt tenminste mee dat de kinderen weten waar zij aan toe zijn en voorkomt dat zij telkens weer worden teleurgesteld als de contactmomenten niet doorgaan of uitmonden in het onwenselijke gedrag van de vader. Hoewel dit voor de kinderen ook heel verdrietig is, brengt dit voor hen in ieder geval duidelijkheid en voorspelbaarheid. Wellicht dat in de toekomst, als het beter met de vader gaat en hij hulp heeft geaccepteerd om te werken aan zijn problematiek, dit anders kan zijn.
Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank het nog voorliggende verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling zal afwijzen.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 14 november 2024 – :
wijst het verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door mr. R.P. Bas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 november 2025.