Uitspraak
Beschikking op het op 19 juli 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader],
[de moeder],
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het F9-formulier van 26 juli 2024 van de vader, met bijlage;
- het verweerschrift met zelfstandig verzoek, met bijlagen, ingekomen op 14 augustus 2025;
- het F9-formulier van 26 september 2025 van de vader, met wijziging petitum en bijlagen;
- het F9-formulier van 12 oktober 2025 van de moeder, met brief en bijlagen;
- het F9-formulier van 15 oktober 2025 van de vader, met brief en bijlagen.
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad tot juni 2023.
- Zij zijn de ouders van de nu nog minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats].
- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast.
- [minderjarige] verblijft bij de moeder.
Verzoek en verweer
- de ouders gezamenlijk te belasten met het ouderlijk gezag over [minderjarige];
- een zorg- dan wel omgangsregeling vast te stellen waarbij de vader zorg draagt voor [minderjarige]:
- om de week van vrijdagavond tot zondagavond, waarbij de moeder [minderjarige] op vrijdag na de files naar de vader brengt en de vader [minderjarige] zondagavond weer naar de moeder brengt;
- alsmede elke week van woensdag uit school tot donderdagochtend naar school inclusief overnachting, waarbij de vader [minderjarige] ophaalt uit school en haar op donderdagochtend weer naar school brengt;
- een vakantie- en feestdagenregeling vast te stellen zoals geformuleerd door de moeder in randnummer 4 van haar verweerschrift, met aanvulling dat [minderjarige] gedurende de studiedagen bij de vader verblijft;
- te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de moeder zal zijn;
- een omgangs- dan wel zorgregeling vast te leggen zoals uiteengezet in punt 3 en 4;
- de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de moeder te bepalen, indien partijen gezamenlijk met het ouderlijk gezag worden belast;
Beoordeling
je ziet wel wanneer ze terugkomt’. In augustus 2025 zou [minderjarige] ook terugkomen op 10 augustus 2025, maar de vader bleef voortdurend vragen of zij langer mocht blijven, waarbij hij [minderjarige] die vraag ook steeds aan moeder liet stellen tijdens de telefoongesprekken. Deze verantwoordelijkheid moet niet bij [minderjarige] worden gelegd. Op deze manier wordt zij voor het blok gezet en kan een loyaliteitsconflict ontstaan. De vader weigert directe communicatie met de moeder, blokkeert haar op whatsapp en communiceert via [minderjarige]. Dit is schadelijk en niet in het belang van [minderjarige]. De bedreigingen die de vader uit, komen niet overeen met zijn beweerdelijk goede intenties. De moeder ervaart dat de vader een zekere mate van controle op de moeder wil blijven uitoefenen en dat vergroot haar angst op misbruik van het gezag.
- even weken: vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 18.00 uur naar school, waarbij de vader [minderjarige] op vrijdag uit school haalt en de moeder [minderjarige] zondagavond bij de vader ophaalt;
- oneven weken: woensdagmiddag uit school tot 18.00 uur, waarbij de vader [minderjarige] naar zwemles en taekwondo brengt en [minderjarige] na het eten terug bij de moeder brengt.
voorlopigeregeling. Om op dit moment deze regeling uit te breiden naar iedere week van woensdag na school tot donderdagochtend acht de rechtbank te belastend voor [minderjarige]. Zij gaat in [plaats 2] naar school terwijl haar vader in [plaats 1] woont. Dat zou betekenen dat de vader [minderjarige] iedere donderdagochtend naar [plaats 2] moet brengen. Dat is gelet de reisafstand niet in het belang van [minderjarige]. Ook zal de rechtbank bepalen dat het halen en brengen zal worden verdeeld zoals de ouders hebben afgesproken, namelijk dat de vader [minderjarige] op vrijdag ophaalt en de moeder [minderjarige] zondagavond bij de vader ophaalt. De vader heeft niet onderbouwd waarom hij het halen en brengen wil omwisselen terwijl de moeder heeft aangegeven waarom het voor haar grote praktische gevolgen heeft als zij [minderjarige] op vrijdag naar de vader moet brengen. De rechtbank zal deze regeling voorlopig vaststellen en het verzoek ten aanzien van de definitieve omgang c.q. zorgregeling aanhouden tot na te melden pro forma datum.
Beslissing
voorlopigbij de vader zal zijn:
- even weken: vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 18.00 uur naar school, waarbij de vader [minderjarige] op vrijdag uit school haalt en de moeder [minderjarige] zondagavond bij de vader ophaalt;
- oneven weken: woensdagmiddag uit school tot 18.00 uur, waarbij de vader [minderjarige] naar zwemles en taekwondo brengt en [minderjarige] na het eten terug bij de moeder brengt;
- gedurende de voorjaarsvakantie verblijft [minderjarige] bij de vader en gedurende de herfstvakantie bij de moeder, waarbij een schoolvakantie begint na de laatste schooldag voor de vakantie (meestal vrijdagmiddag uit school) en loopt tot de eerste schooldag na de vakantie (meestal maandagochtend naar school);
- gedurende het Suikerfeest brengt [minderjarige] bij beide ouders een dagdeel door, hetgeen in
de vader),
de moeder),
gezag en de definitieve omgang c.q. zorgregelingaan tot
1 mei 2026 pro forma.