ECLI:NL:RBDHA:2025:26448

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
C/09/673917 / FA RK 24-7311
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:56 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning huurrecht echtelijke woning aan vrouw bij echtscheiding na belangenafweging

Partijen zijn gehuwd sinds 1995 en hebben twee meerderjarige kinderen. De rechtbank heeft eerder in een voorlopige voorzieningenprocedure het verzoek tot uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door geen van beide partijen toegewezen. Beide partijen wonen nog samen met hun kinderen in de woning en verzoeken nu om het huurrecht toe te kennen.

De vrouw stelt dat zij met de kinderen in de woning wil blijven wonen en geen alternatieve woonruimte kan vinden, terwijl de man wel familie heeft waar hij tijdelijk kan verblijven. De man betwist dat de vrouw de huur kan betalen en stelt zelf geen alternatieve woonruimte te hebben vanwege familieruzies.

De rechtbank weegt de belangen af en oordeelt dat het belang van de vrouw zwaarder weegt, mede omdat de kinderen bij haar willen blijven en zij financieel ondersteund kan worden. De man krijgt een termijn van drie maanden na inschrijving van de beschikking om andere woonruimte te vinden. De echtscheiding wordt uitgesproken en het huurrecht wordt aan de vrouw toegekend, het verzoek van de man wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en kent het huurrecht van de echtelijke woning toe aan de vrouw met een termijn van drie maanden voor de man om andere woonruimte te vinden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-7311
Zaaknummer: C/09/673917
Datum beschikking: 15 december 2025

Echtscheiding

Beschikking op het op 11 oktober 2024 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

volgens de huwelijksakte [de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Seker te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. Polat te Rijswijk.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het op 11 oktober 2024 ingekomen verzoekschrift, met bijlagen, namens de vrouw;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift van 18 december 2024 namens de man;
- het verweerschrift van 15 januari 2025 tegen het zelfstandig verzoek namens de
vrouw.
Op 17 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en tolk Turks, G. Günes, en de advocaat van de man.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 1995 te [plaats 1], [land].
- Zij zijn de ouders van de volgende meerderjarige kinderen:
- [meerderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 1996 te [geboorteplaats];
- [meerderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 1998 te [geboorteplaats].
- De man en de vrouw hebben in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
- Deze rechtbank heeft op 5 december 2024 in een voorlopige voorzieningenprocedure de verzoeken van de man en de vrouw tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning afgewezen.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot echtscheiding, met een nevenvoorziening tot toedeling aan de vrouw van het huurrecht van de echtelijke woning aan de [adres], te [postcode] [plaats 2]; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert – onder referte voor het overige – verweer tegen de verzochte toedeling van het huurrecht van de echtelijke woning, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. De man heeft eveneens zelfstandig verzocht tot toedeling aan hem van het huurrecht van de echtelijke woning aan de [adres], te [postcode] [plaats 2];
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat op het moment van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van partijen zich in Nederland bevond, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding. Op grond van artikel 10:56 van Pro het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.
Inhoudelijke beoordeling
Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan.
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man refereert zich aan het oordeel van de rechtbank, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Huurrecht echtelijke woning
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de echtelijke woning in Nederland is gelegen, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe met betrekking tot het verzoek tot toekenning van het huurrecht van de echtelijke woning en wordt dit verzoek volgens Nederlands internationaal privaatrecht door Nederlands recht beheerst.
Inhoudelijke beoordeling
In de voorlopige voorzieningenprocedure, ruim een jaar geleden, is beslist om aan geen van de partijen het uitsluitend gebruik van de woning toe te kennen. De man en vrouw wonen nadien nog steeds met hun twee (meerderjarige) zonen samen in de echtelijke woning.
Beide partijen verzoeken nu om het toekennen van het huurrecht van de echtelijke woning.
De vrouw stelt dat zij meer belang heeft bij het huurrecht van de echtelijke woning omdat zij met de kinderen in de woning wenst te blijven wonen. Volgens de vrouw willen de kinderen liever bij haar wonen. De kinderen kunnen haar ook financieel ondersteunen. Zij stelt geen andere mogelijkheden te hebben om woonruimte te verkrijgen ook niet via haar netwerk. Verder stelt de vrouw dat de man de mogelijkheid heeft om (tijdelijk) elders te verblijven. Zo heeft de man drie zussen en een broer in Nederland waar hij zou kunnen verblijven, terwijl de vrouw geen familie of derden heeft waar ze kan verblijven. Ook stelt de vrouw dat zij altijd de huur van de woning heeft betaald en ook in staat is om de huur te blijven betalen.
Het inkomen van de man is iets hoger dan de vrouw. De man stelt dat de vrouw de huur van de woning niet kan betalen. Daarnaast stelt de man dat de vrouw via haar netwerk, te weten een verschillende religieuze groepering, sneller aan een woning kan komen. De man stelt geen alternatieve woonruimte te hebben. Hij kan niet bij familie wonen. Met zijn zusters is hij gebrouilleerd en zij hebben ook een uitkering op basis van de Participatiewet, zij willen daarom geen inwoners. De echtgenote van zijn broer wil ook niet dat hij intrekt bij haar en zijn broer.
De rechtbank is zich ervan bewust dat beide partijen belang hebben bij het huurrecht van de echtelijke woning. In de huidige woningmarkt, waarin de woningschaarste zeer groot is, is het voor beiden moeilijk om alternatieve woonruimte te vinden. Ieder van partijen heeft zijn of haar eigen redenen waarom hij respectievelijk zij graag in de woning wil blijven.
De rechtbank zal bij toewijzing van de huurwoning een belangenafweging maken. De belangen van partijen tegen elkaar afwegende, is de rechtbank van oordeel dat het belang van de vrouw bij het toekennen van het huurrecht van de echtelijke woning zwaarder weegt dan het belang van de man. Daarbij hecht de rechtbank met name waarde aan het feit dat de vrouw geen alternatieve woonruimte kan verkrijgen en dat de meerderjarige kinderen bij haar wensen te blijven wonen. Met haar kinderen zal zij in staat zijn om de woonlasten van de woning te dragen. Daarnaast is gebleken dat de man een hogere uitkering heeft dan de vrouw. De man heeft daardoor iets meer kans dan de vrouw om zelfstandig (tijdelijke) woonruimte te vinden. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw daarom toewijzen, onder afwijzing van het verzoek van de man.
De rechtbank zal de man – nu de situatie naar het oordeel van de rechtbank niet dusdanig nijpend is dat de man de woning direct dient te verlaten – een redelijke termijn gunnen om vervangende woonruimte te vinden. De rechtbank zal het huurrecht van de echtelijke woning toewijzen aan de vrouw met ingang van drie maanden nadat deze beschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Op deze manier heeft de man de tijd om andere woonruimte te vinden.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 1995 te [plaats 1], [land];
*
bepaalt dat de vrouw met ingang van drie maanden nadat deze beschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand huurster zal zijn van de woning aan de [adres], [postcode] [plaats 2];
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, bijgestaan door
mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van
15 december 2025.