ECLI:NL:RBDHA:2025:26448
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning huurrecht echtelijke woning aan vrouw bij echtscheiding na belangenafweging
Partijen zijn gehuwd sinds 1995 en hebben twee meerderjarige kinderen. De rechtbank heeft eerder in een voorlopige voorzieningenprocedure het verzoek tot uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door geen van beide partijen toegewezen. Beide partijen wonen nog samen met hun kinderen in de woning en verzoeken nu om het huurrecht toe te kennen.
De vrouw stelt dat zij met de kinderen in de woning wil blijven wonen en geen alternatieve woonruimte kan vinden, terwijl de man wel familie heeft waar hij tijdelijk kan verblijven. De man betwist dat de vrouw de huur kan betalen en stelt zelf geen alternatieve woonruimte te hebben vanwege familieruzies.
De rechtbank weegt de belangen af en oordeelt dat het belang van de vrouw zwaarder weegt, mede omdat de kinderen bij haar willen blijven en zij financieel ondersteund kan worden. De man krijgt een termijn van drie maanden na inschrijving van de beschikking om andere woonruimte te vinden. De echtscheiding wordt uitgesproken en het huurrecht wordt aan de vrouw toegekend, het verzoek van de man wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en kent het huurrecht van de echtelijke woning toe aan de vrouw met een termijn van drie maanden voor de man om andere woonruimte te vinden.