3.1.Eiser heeft op 16 mei 2024 een iMMO-rapport overgelegd. Eiser heeft verweerder verzocht om de kosten van het laten opstellen van dit iMMO-rapport te vergoeden, te weten € 6000,-.
4. Verweerder stelt de volgende relevante elementen vast:
Nationaliteit, identiteit en herkomst;
Niet-praktiserende moslim;
Homoseksuele geaardheid;
Problemen met vader vanwege homoseksuele geaardheid.
Verweerder vindt de eerste twee relevante elementen geloofwaardig, maar de laatste twee relevante elementen niet. Het eerste en tweede relevante element vindt verweerder onvoldoende zwaarwegend. Het derde en vierde relevante element vindt verweerder ongeloofwaardig omdat hij de verklaringen van eiser hierover vaag en onvoldoende diepgaand vindt.
Moet verweerder een aanvullend voornemen uitbrengen ten aanzien van de afvalligheid?
5. Eiser doet een beroep op uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 19 januari 2022waaruit volgt dat de beoordeling van afvalligheid door verweerder in het algemeen een herziening behoeft. De uitspraken dateren van na het voornemen, dus verweerder dient gelet hierop een nieuw voornemen uit te brengen. Eiser heeft op pagina 17 van het nader gehoor verklaard dat hij door zijn vader werd mishandeld indien hij weigerde om zijn religie te praktiseren. Anders dan verweerder in het bestreden besluit heeft overwogen, blijkt wel dat eiser problemen in Irak heeft gehad vanwege zijn afvalligheid. Verweerder miskent in zijn stelling dat eiser als volwassen man in Irak zijn eigen keuzes kan maken, dat eiser ook als volwassen man door zijn vader geacht wordt de Islam te volgen en dat als eiser dit niet doet, hij door zijn vader gemarteld, vervolgd en vermoord zal worden.
6. De rechtbank overweegt als volgt. Eiser heeft verklaard dat zijn vader streng was op het praktiseren van het geloof. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in zijn bestreden besluit voldoende heeft gemotiveerd dat eiser vanwege zijn niet-praktiseren van het geloof, geen risico op een schending van artikel 3 van het EVRMloopt dan wel aangemerkt dient te worden als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Van belang hierbij is dat eiser, behalve de strengheid van zijn vader, nooit problemen heeft ondervonden vanwege zijn afvalligheid. Bovendien dateert het bestreden besluit van na de uitspraken waar eiser een beroep op doet en is verweerder in het bestreden besluit ook meegegaan met de nieuwe werkinstructie door eiser aan te duiden als afvallige, in plaats van niet-praktiserend moslim. Op deze wijze heeft verweerder ook besloten over het asielmotief. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Heeft verweerder de homoseksualiteit van eiser ongeloofwaardig kunnen vinden?
7. Eiser voert aan dat de motivering van verweerder over dit asielmotief in strijd is met de uitspraak van 2 september 2021. Verweerder verwijst bij het ongeloofwaardig vinden van de homoseksualiteit van eiser naar het voornemen van 23 december 2021, wat onvoldoende is. Verweerder past zijn eigen werkwijze niet goed toe door de verklaringen van eiser onvoldoende in onderlinge samenhang te beoordelen. Verweerder mag niet verwachten dat eiser diepgaand kan verklaren over gevoelens die hij had op zijn 10e, enkel omdat eiser nu een volwassen man is. Eiser heeft bovendien wel verklaard over hoe hij zich voelde en wat hij ervaarde. Dit heeft verweerder onvoldoende betrokken in zijn beoordeling, waardoor verweerder wederom onvoldoende rekening houdt met het referentiekader van eiser. Verweerder heeft te veel nadruk gelegd op het gevoel dat eiser zou moeten hebben bij zijn seksuele partners. Verweerder heeft daarnaast onvoldoende gemotiveerd waarom hij de relatie van eiser en [naam 2] niet gelooft en welke verklaringen van eiser verweerder daarbij heeft betrokken. Ook heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met dat de verkrachting door de neef van eiser een traumatiserende gebeurtenis is, waardoor de verklaringen van eiser beïnvloed zijn. Ook heeft verweerder niet, zoals wel uit de overwegingen van de uitspraak van 2 september 2021 volgt, geen acht genomen van de positie van homoseksuelen in Irak. Verweerder heeft bovendien geen vragen gesteld aan eiser over zijn betrokkenheid bij de LHBTI+ gemeenschap in Nederland, zoals het contact van eiser met COC. Eiser heeft zijn betrokkenheid in de huidige beroepsfase verder onderbouwd met stukken van Rainbow Anonymous, COC Amsterdam, foto’s van eiser op verschillende LHBtI+ activiteiten en Whatsapp-gesprekken.
8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat de homoseksualiteit van eiser niet geloofwaardig is. Hierbij overweegt de rechtbank als volgt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zijn standpunt dat eiser ongeloofwaardig heeft verklaard over zijn beleving van zijn homoseksuele geaardheid wederom onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 2 september 2021 al geoordeeld dat verweerder bij het ongeloofwaardig achten van de homoseksuele geaardheid van eiser verwijst naar algemene vragen die zijn gesteld in het gehoor en niet naar vragen over de persoonlijke visie, ervaring en gevoelens van eiser over homoseksualiteit. Uit het voornemen en het bestreden besluit blijkt dat verweerder dit wederom niet heeft gedaan. Verweerder verwijst voornamelijk naar verklaringen over hoe eiser heeft ontdekt dat hij seks met mannen lekker vond, maar houdt hierbij rekening dat eiser dit heeft ontdekt nadat hij verkracht is door zijn neef hetgeen voor eiser een traumatische gebeurtenis was.