ECLI:NL:RBDHA:2025:26407
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen eerdere uitspraak in asielzaak gegrond verklaard, verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen
In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een asielprocedure. Verzoeker heeft op 23 september 2023 een asielaanvraag ingediend. Op 10 februari 2025 heeft hij beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag, wat resulteerde in een eerdere uitspraak van de rechtbank op 24 maart 2025, waarin het beroep gegrond werd verklaard. De rechtbank heeft verweerder opgedragen om binnen zestien weken een beslissing te nemen op de aanvraag van verzoeker. Verweerder heeft echter op 6 mei 2025 verzet ingediend tegen deze uitspraak. Op 28 augustus 2025 heeft de rechtbank het verzet gegrond verklaard en het eerdere beroep van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder heeft op 24 september 2025 alsnog op de asielaanvraag beslist. Verzoeker heeft op 25 september 2025 het tweede beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten. De rechtbank heeft in haar overwegingen uiteengezet dat partijen niet voor een zitting worden uitgenodigd, omdat dit niet nodig is volgens de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank heeft ook aangegeven dat de veroordeling in proceskosten afhankelijk is van de omstandigheden waaronder het beroep is ingetrokken. Uiteindelijk heeft de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen, omdat het tweede beroep niet-ontvankelijk was verklaard en verzoeker geen nieuwe ingebrekestelling had ingediend.