ECLI:NL:RBDHA:2025:26366

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
C/09/690903 / FA RK 25-6600
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling en doorverwijzing ouderschapsbemiddeling na conflict tussen minderjarige en vader

De minderjarige heeft de rechtbank verzocht om wijziging van de zorgregeling omdat zij niet meer naar haar vader wil gaan vanwege fysieke mishandeling en manipulatie. Tijdens een gesprek met de kinderrechter heeft zij haar brief toegelicht en aangegeven zelf te willen bepalen wanneer zij contact heeft met haar vader.

De schoolmaatschappelijk werker, op verzoek van de rechtbank, heeft een rapport uitgebracht waarin zij het verhaal van de minderjarige bevestigt en adviseert het contact tijdelijk te onderbreken met een maximale duur van drie maanden, gevolgd door begeleid contactherstel en ouderschapsbegeleiding. Tevens adviseert zij psychologische hulp voor zowel de vader als de minderjarige.

Op de zitting zijn de wensen van de minderjarige, het advies van de schoolmaatschappelijk werker en de standpunten van beide ouders besproken. De vader erkent incidenteel een tik te hebben gegeven, maar stelt dat dit stoeien betrof en dat hij hulp zoekt voor zijn emotieregulatie. De moeder wil het contact herstellen maar vindt het moeilijk haar dochter naar de vader te laten gaan zolang zij zich onveilig voelt.

De ouders zijn het erover eens dat het contact moet worden hersteld, maar verschillen over de wijze waarop. De rechtbank verwijst hen naar een traject ouderschapsbemiddeling bij een gespecialiseerde instelling en beveelt aan het contact stapsgewijs op te bouwen met als einddoel de oorspronkelijke regeling. De rechtbank acht het belang van de minderjarige gediend bij spoedig contactherstel en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot wijziging van de zorgregeling toe en verwijst ouders naar een traject ouderschapsbemiddeling voor stapsgewijs contactherstel.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-6600
Zaaknummer: C/09/690903
Datum beschikking: 12 december 2025

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking in het kader van de 1 september 2025 ingekomen brief van:

[minderjarige] ,

de minderjarige,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.C.A.E. Verschuren te Gilze,

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als informant wordt aangemerkt;

[naam 1] ,

hierna: de schoolmaatschappelijk werker.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • de brief van de minderjarige van 1 september 2025;
  • het bericht van de schoolmaatschappelijk werker van 28 oktober 2025.
Op 24 september 2025 heeft [minderjarige] haar brief nader toegelicht in een gesprek met de kinderrechter van deze rechtbank.
Bij brief van 6 oktober 2025 heeft de rechtbank de ouders ingelicht over het gesprek met [minderjarige] en hen uitgenodigd voor een zitting om hun mening over de wensen van [minderjarige] aan de rechtbank kenbaar te maken. Ook de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) is voor de zitting uitgenodigd.
Op 14 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door mr. van Kerkhof als waarnemend advocaat;
  • de vader;
  • [naam 2] namens de Raad.

Feiten

- De moeder en de vader zijn gehuwd geweest tot [dag] 2019.
- Zij zijn de ouders van de nu nog minderjarige [minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] .
- [minderjarige] woont bij de moeder.

Aanvraag

[minderjarige] heeft de rechtbank een brief geschreven, waarin zij aangeeft niet meer naar de vader te willen gaan.

Beoordeling

Tijdens het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige] haar brief toegelicht. In de brief en het gesprek heeft [minderjarige] verteld dat de vader haar een aantal keer een klap heeft gegeven en heeft gemanipuleerd. Ook heeft [minderjarige] verteld dat ze veel op haar kamer zit als ze bij de vader is en dat ze het ook daarom niet fijn vindt om naar de vader toe te gaan. [minderjarige] heeft aangegeven dat zij niet meer naar haar vader wil gaan of dat zij zelf zou willen bepalen wanneer zij naar haar vader gaat, bijvoorbeeld een keer per maand. Desgevraagd heeft [minderjarige] verteld dat zij hierover niet eerder zelf met haar vader heeft gesproken. De schoolmaatschappelijk werker heeft hierover wel met de vader gesproken.
Naar aanleiding van het gesprek met [minderjarige] heeft de rechtbank de schoolmaatschappelijk werker uitgenodigd om in deze zaak op te treden als informant. In dat verband heeft de schoolmaatschappelijk werker de rechtbank een brief toegestuurd waarin zij een beeld schetst dat overeenkomt met wat [minderjarige] de rechtbank heeft verteld. Daarnaast adviseert de schoolmaatschappelijk werker om het contact tussen [minderjarige] en de vader tijdelijk te onderbreken met een maximale duur van drie maanden, om vervolgens te starten met begeleid contactherstel en ouderschapsbegeleiding voor beide ouders. Ook adviseert de schoolmaatschappelijk werker psychologische hulp voor de vader en voor [minderjarige] .
Inhoudelijke beoordeling
Op de zitting zijn de wensen van [minderjarige] en het advies van de schoolmaatschappelijk werker besproken met de ouders. Het is de rechtbank gebleken dat er sinds september geen contact is geweest tussen [minderjarige] en de vader. Voordat het contact verslechterde, was [minderjarige] in de even weekenden en op woensdagmiddag bij de vader. De vader geeft aan het moeilijk te vinden dat hij [minderjarige] nu al enige tijd niet heeft gezien en wil graag dat het contact weer wordt hervat volgens de voornoemde regeling, die destijds onderling door de ouders is overeengekomen. Volgens de vader heeft hij [minderjarige] wel eens een tik gegeven, maar dat was bij wijze van stoeien. De vader erkent dat hij soms boos kan worden, maar stelt dat die boosheid niet altijd op [minderjarige] is gericht en dat het niet zijn intentie is om [minderjarige] hier bang of verdrietig mee te maken. De vader heeft hierover gesproken met de schoolmaatschappelijk werker en heeft inmiddels (psychologische) hulpverlening ingeschakeld om te werken aan zijn emotieregulatie.
De moeder geeft aan dat ook zij wil dat het contact tussen [minderjarige] en de vader wordt hersteld, maar dat zij het moeilijk vindt om [minderjarige] naar de vader te laten gaan als [minderjarige] aangeeft dat zij zich daarbij niet prettig en/of veilig voelt. De moeder stelt dat [minderjarige] last heeft gehad van fysieke klachten in aanloop naar het contact met de vader en dat zij zich mede daardoor hebben gewend tot de schoolmaatschappelijk werker. Verder ziet de moeder de adviezen van de schoolmaatschappelijk werker als een heldere routekaart die de ouders kunnen volgen om de situatie te verbeteren.
Het is de rechtbank gebleken dat de ouders het erover eens zijn dat het belangrijk is dat het contact tussen [minderjarige] en de vader wordt hervat, al verschillen zij van mening over de manier waarop dat moet gebeuren. Ook de Raad constateert dat de communicatie tussen de ouders verbeterd kan worden en kan het advies van de schoolmaatschappelijk werker ten aanzien van de ouderschapsbemiddeling volgen. Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling. De rechtbank zal de ouders en [minderjarige] in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar [instelling] voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan [instelling] .
De ouders zijn overeengekomen dat zij samen en onder begeleiding van [instelling] afspraken zullen maken over de manier waarop het contact tussen [minderjarige] en de vader stapsgewijs weer zal worden opgebouwd. Daarbij dient de regeling, die voorheen werd aangehouden, waarbij [minderjarige] op woensdagmiddag en in de even weken in het weekend bij de vader is, te gelden als einddoel. De rechtbank acht het – net als de Raad – wel in het belang van [minderjarige] dat er spoedig weer contact komt tussen [minderjarige] en de vader. Daarom is op de zitting ook met de ouders gesproken over het hervatten van het contact in afwachting van de aanvang van het traject bij [instelling] . Naar aanleiding van een suggestie daartoe van de Raad hebben de ouders afgesproken dat [minderjarige] en de vader op woensdagavond 19 november 2025 na de schaatstraining van [minderjarige] met elkaar zullen gaan eten bij de La Place in Zoeterwoude om te proberen het contact op laagdrempelige wijze weer op te pakken. Naar aanleiding van dit contactmoment zullen de ouders verder afspraken maken over contactmomenten in aanloop naar het traject bij [instelling] .
De rechtbank heeft er alle vertrouwen in dat de ouders met hun deelname aan het traject ouderschapsbemiddeling zullen komen tot constructief overleg en verdere afspraken over [minderjarige] en het opbouwen van de zorgregeling. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de zaak aan te houden in afwachting van de uitkomst van dit hulpverleningstraject of om een zogenoemde ‘Lus naar de Raad voor de Kinderbescherming’ op te nemen. De uitvoerende hulpverleningsinstantie hoeft dan ook geen verslag of eindrapportage uit te brengen aan de rechtbank.
Kindbrief
De kinderrechter heeft [minderjarige] een brief geschreven om haar te laten weten wat de rechtbank gaat beslissen. De brief wordt gelijktijdig met deze beschikking verzonden. Volledigheidshalve neemt de rechtbank de inhoud van de brief op in deze beschikking, zodat beide ouders daarvan op de hoogte zijn.
“Beste [minderjarige] ,
Alweer een tijdje geleden heb ik met jou gesproken over de brief die je aan mij hebt gestuurd. Jij vertelde mij toen dat je het niet fijn vindt om naar papa te gaan en dat je zelf zou willen bepalen wanneer je naar papa gaat.
Intussen heb ik ook gesproken met jouw ouders. Ik heb toen aan jouw ouders verteld wat jouw wens is. Papa vertelde dat hij weet dat hij soms boos kan zijn en dat hij het vervelend vindt dat jij daardoor soms bang wordt. Hij heeft ook verteld dat hij hiervoor hulp heeft gezocht. Dat vindt de kinderrechter een heel goed idee. Jouw ouders vertelden mij dat ze het heel belangrijk vinden dat je bij mama én papa bent en dat ze begrijpen dat je het nu moeilijk vindt om naar papa toe te gaan. De kinderrechter begrijpt dat ook.
Samen met jouw ouders heb ik besloten om hulp in te schakelen. De mensen die hulp geven, kunnen jouw ouders helpen om ervoor te zorgen dat je het ook bij papa leuk hebt. Zij gaan ook helpen om goede afspraken te maken over wanneer jij papa zult zien. Hopelijk ga je dan ook goed voelen als je bij papa te zijn.
Zoals je kunt lezen in deze brief ga ik niet helemaal mee met jouw wensen. Dat komt omdat ik het net als jouw ouders belangrijk vindt dat jij ook papa ziet. Ik vind wel dat het contact met hem moet worden opgebouwd. Daar gaan de mensen die hulp geven bij helpen.
Ik wens jou het allerbeste, [minderjarige] !
Met vriendelijke groet,
A.S. Perniciaro
(kinderrechter)”

Beslissing

De rechtbank:
*
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de vader] (de vader),
wonende te [adres 1] te [woonplaats 1] ,
en
[de moeder] (de moeder)
wonende te [adres 2] te [woonplaats 2] ,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) [instelling] voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
[instelling] , Omgangsbegeleiding, [adres 3] ;
*
neemt geen ambtshalve beslissing naar aanleiding van de informele rechtsingang;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door
mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 12 december 2025.