ECLI:NL:RBDHA:2025:26364

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
C/09/695039 / JE RK 25-2010
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige met ASS

Op 12 december 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden, betreffende de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2012. De kinderrechter heeft de minderjarige, hierna te noemen [de minderjarige], onder toezicht gesteld voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor zes maanden. De Raad verzocht om deze maatregelen vanwege ernstige zorgen over de ontwikkeling van [de minderjarige], die niet naar school gaat, geen dagbesteding heeft en gediagnosticeerd is met ASS. De moeder, die belast is met het ouderlijk gezag, heeft ingestemd met het verzoek van de Raad, maar maakt zich grote zorgen over de situatie thuis, waar er regelmatig escalaties plaatsvinden tussen haar en [de minderjarige]. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de moeder overbelast is en niet in staat is om de benodigde structuur en begeleiding te bieden. De kinderrechter oordeelde dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk zijn voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige]. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/695039 / JE RK 25-2010
Datum uitspraak: 12 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden,
hierna te noemen: de Raad,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. F.F. Schukking uit Voorschoten.
De kinderrechter merkt als informant aan:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 24 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • [naam 1] , namens de Raad;
  • [naam 2] , namens de gecertificeerde instelling;
  • de moeder met haar advocaat.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij haar moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [de minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De Raad maakt zich zorgen om de ontwikkeling van [de minderjarige] . [de minderjarige] gaat niet naar school, heeft geen dagbesteding, weinig ritme en geen dagstructuur. [de minderjarige] is kwetsbaar en gediagnosticeerd met ASS. Ze heeft daardoor moeite met het controleren van haar gedrag en emoties. Ook laat ze zelfbepalend en dwingend gedrag zien. Tussen [de minderjarige] en de moeder zijn veel spanningen waarbij zij elkaar kunnen slaan, krabben of schoppen. [de minderjarige] heeft behoefte aan duidelijke kaders, structuur en positieve aandacht. De moeder is onvoldoende in staat om [de minderjarige] de opvoeding en begeleiding te bieden die zij nodig heeft. Daarbij komt dat de moeder overbelast is geraakt door de situatie en het haar daardoor niet lukt grenzen te stellen en grip op [de minderjarige] te houden. Er is verschillende hulpverlening in het vrijwillig kader ingezet, onder andere door Kracht, maar dit heeft tot onvoldoende structurele verandering geleidt waardoor een de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk is om de zorgen weg te nemen. De Raad vindt het daarnaast van belang dat [de minderjarige] op een vaste, stabiele en veilige verblijfsplaats terecht kan waar expertise over haar problematiek beschikbaar is. Ook dient er meer zicht te komen op het niveau van functioneren van [de minderjarige] . De ouder-kindrelatie dient tevens hersteld en versterkt te worden, waarbij de nadrukt moet liggen op de onderlinge verhoudingen. Hulpverlening van het FACT-team kan hiervoor passend zijn. Dit is recent gestart. De Raad benoemt dat rust en veiligheid de eerste stap zijn voordat een vervolgtraject gestart kan worden. Ter zitting is door de Raad naar voren gebracht dat er nog geen passende plek voor [de minderjarige] gevonden is. Het is van belang om haar direct op een passende plek te plaatsen om een negatieve ervaring, zoals [de minderjarige] eerder tijdens haar plaatsing bij Youz heeft gehad, te voorkomen.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de moeder is ingestemd met het verzochte. De moeder maakt zich ernstig zorgen over [de minderjarige] . [de minderjarige] is verslaafd aan haar telefoon en sociale media. Er vinden met regelmaat escalaties plaats tussen de moeder en [de minderjarige] waarbij [de minderjarige] disrespectvol is naar de moeder. De moeder wordt uitgescholden, bedreigd en aangevallen. De situatie is meerdere keren dermate uit de hand gelopen dat de moeder de politie heeft moeten bellen. De moeder benoemt dat ze niet weet op welke manier ze moet omgaan met de problematiek en het gedrag van [de minderjarige] . Ook maakt de moeder zich zorgen dat [de minderjarige] kampt met waanideeën. [de minderjarige] heeft daarnaast moeite met het accepteren van gezag en regels en staat niet open voor hulpverlening. De huidige thuissituatie is niet langer vol te houden. De moeder vindt het van belang dat [de minderjarige] kan worden geplaatst op een plek waar passende expertise en hulpverlening is voor de problematiek van [de minderjarige] . Indien plaatsing van [de minderjarige] niet lukt op korte termijn vindt de moeder het van belang dat zij ontlast kan worden, bijvoorbeeld door middel van een weekendpleeggezin.
4.2.
De gecertificeerde instelling onderschrijft de zorgen en het verzoek van de Raad. Ter zitting is door de gecertificeerde instelling naar voren gebracht dat er niet direct een jeugdbeschermer beschikbaar is en dat er lange wachtlijsten zijn voor een passende plek voor [de minderjarige] . De gecertificeerde instelling vraagt zich af of een machtiging tot uithuisplaatsing de patronen tussen [de minderjarige] en de moeder zullen doorbreken, mogelijk is een gezinsopname ook nodig.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [2]
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] . [de minderjarige] heeft een belast verleden, zo is haar vader weggegaan bij het gezin toen [de minderjarige] vier jaar oud was. Ze gaat niet naar school, heeft geen dagbesteding, zorgt niet goed voor zichzelf en ligt veelal in bed. [de minderjarige] is kort geleden gediagnosticeerd met ASS. Ze heeft moeite met het controleren van haar gedrag en emoties en kan zelfbepalend en dwingend zijn in haar gedrag. [de minderjarige] heeft nog geen uitleg gekregen van haar diagnose waardoor het van belang is dat zij dit binnen afzienbare tijd krijgt en kan starten met de benodigde hulpverlening zodat zij kan leren omgaan met haar problematiek. Er is sprake van een verstoorde gezinsdynamiek waarbij er veel spanningen zijn tussen [de minderjarige] en de moeder. Tussen de moeder en [de minderjarige] vinden met regelmaat escalaties plaats waarbij sprake kan zijn van fysiek geweld als slaan, krabben of schoppen. Door de verminderde draagkracht van de moeder lukt het haar niet om [de minderjarige] structuur en grenzen te bieden. De moeder kan onvoldoende aansluiten bij de behoeften en problematiek van [de minderjarige] . Ondanks de inzet van verschillende hulpverlening in het vrijwillig kader zijn de zorgen onverminderd aanwezig. De moeder heeft ter zitting aangegeven dat zij het niet langer volhoudt in de thuissituatie en dringend ontlast dient te worden. De kinderrechter acht het dan ook van belang dat er een jeugdbeschermer betrokken wordt bij het gezin. [de minderjarige] dient passende hulpverlening te krijgen voor haar problematiek en de ouder-kindrelatie moet worden hersteld en verbeterd. Ook is het van belang dat de moeder handvatten krijgt om te leren omgaan met de problematiek en het gedrag van [de minderjarige] . Gelet op de spanningen in de thuissituatie acht de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing in het belang van [de minderjarige] . Het is van belang dat [de minderjarige] wordt geplaatst op een plek waar expertise over haar diagnose en problematiek beschikbaar is. Deze plek moet haar stabiliteit en veiligheid bieden zodat zij kan werken aan haar problematiek. [de minderjarige] heeft eerder ervaren bij een opname dat haar problematiek erger werd, dit is absoluut niet de bedoeling van deze plaatsing. [de minderjarige] wenst een vaste hulplener, die ze kan vertrouwen en die met haar praat. De kinderrechter hoopt dat deze wens van [de minderjarige] gehoord wordt en dat hierin (zoveel mogelijk) voorzien kan worden.
5.3.
Gelet op het voornoemde zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlenen voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlenen voor de duur van zes maanden.
5.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [de minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 12 december 2025 tot 12 december 2026;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 12 december 2025 tot 12 juni 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025 door mr. M.M.C. Limbeek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 19 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW.
2.Artikel 1:265b, eerste lid, BW.
3.Artikel 2 Besluit gezagsregisters.