De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2012 en een machtiging tot uithuisplaatsing in een jeugdhulpaccommodatie. De minderjarige heeft ASS en kampt met gedragsproblemen, geen schoolbezoek en een verstoorde relatie met haar moeder, die overbelast is en onvoldoende grip heeft.
Tijdens de zitting, waarbij de moeder instemde met het verzoek, werd bevestigd dat de minderjarige behoefte heeft aan duidelijke kaders, structuur en gespecialiseerde hulp. De moeder ervaart escalaties en fysieke conflicten met de minderjarige, wat de thuissituatie onhoudbaar maakt. De gecertificeerde instelling onderschreef de zorgen en het verzoek, hoewel er nog geen passende plaatsing beschikbaar was.
De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke voorwaarden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing is voldaan. De machtiging tot uithuisplaatsing is noodzakelijk voor de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige, die een stabiele plek met passende expertise nodig heeft. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en geldt direct. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.