Op 12 december 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden, betreffende de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2012. De kinderrechter heeft de minderjarige, hierna te noemen [de minderjarige], onder toezicht gesteld voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor zes maanden. De Raad verzocht om deze maatregelen vanwege ernstige zorgen over de ontwikkeling van [de minderjarige], die niet naar school gaat, geen dagbesteding heeft en gediagnosticeerd is met ASS. De moeder, die belast is met het ouderlijk gezag, heeft ingestemd met het verzoek van de Raad, maar maakt zich grote zorgen over de situatie thuis, waar er regelmatig escalaties plaatsvinden tussen haar en [de minderjarige]. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de moeder overbelast is en niet in staat is om de benodigde structuur en begeleiding te bieden. De kinderrechter oordeelde dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk zijn voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige]. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.