Uitspraak
Wijziging alimentatie
Beschikking op het op 30 april 2024 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
[de vrouw] ,
Procedure
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
Feiten
1 januari 2025 € 8.148,- per maand.
Verzoek en verweer
Beoordeling
14 december 2022 niet aan de wettelijke maatstaven beantwoordde. De rechtbank concludeert dat de man daar niet in is geslaagd en legt dat hierna verder uit. De rechtbank gaat daarbij in op de door de man naar voren gebrachte standpunten over (i) de behoefte van de vrouw en (ii) de draagkracht van de man.
De behoefte van de vrouw
De draagkracht van de man
- Zoals hiervoor overwogen had de onderneming in 2017 goede verkoopresultaten. In de jaarrekeningen is niet goed te herleiden waar de opbrengsten voor zijn gebruikt. Deze verkoopresultaten zijn ook niet te rijmen met het verlies van € 80.316,- dat de onderneming volgens de man in 2017 leed.
- Partijen hebben in 2015 in privé gezamenlijk de woning [woning] in [land] aangeschaft. Deze woning staat op naam van beide partijen. Deze woning zou volgens de man economisch zijn overgedragen aan de onderneming en staat in de jaarrekeningen op de balans van de onderneming. Volgens de jaarrekening 2017 heeft de onderneming de woning voor € 184.608,- gekocht. De rechtbank kan dit niet rijmen met het feit dat de woning privé deels aan de vrouw toebehoort.
- In 2019 is de rekening-courantschuld van de onderneming aan de man met een bedrag van € 385.610,- afgenomen. Deze transactie is in de aangifte inkomstenbelasting 2019 ook terug te zien in het overzicht van zakelijke bezittingen en schulden (p. 4). Dit moet een aflossing of kwijtschelding zijn geweest, wat een significante verbetering van de positie van de man of de onderneming tot gevolg moet hebben gehad. Dit is echter niet terug te vinden in de jaarrekening of aangifte inkomstenbelasting 2019.
- In het verzoekschrift brengt de man naar voren dat het onroerend goed sinds 2022 niet meer wordt verhuurd. De vrouw heeft echter door reviews en advertenties op websites aangetoond dat het wel degelijk wordt verhuurd. De advocaat van de man heeft vervolgens naar voren gebracht dat de stelling van de man op een misopvatting berust, nu de huurinkomsten in de jaarrekeningen sinds 2022 onder een andere post zijn geboekt (negatief onder de post huisvestingskosten). De daarin opgenomen huurinkomsten zouden € 15.131,- bedragen. De rechtbank acht het echter onwaarschijnlijk dat zo een stellig standpunt per abuis wordt ingenomen, nu partijen ook in de eerdere procedures veel discussie over de verhuuropbrengsten hebben gehad.
Alimentatie hoef ik niet te betalen omdat ik nu in [land] woont.. alles is van mijn naam afgehaald”. Uit die conversatie blijkt ook dat de man zijn zoon op enig moment directeur van de onderneming heeft gemaakt, met het doel om aan zijn alimentatieplicht te ontkomen. De rechtbank rekent dit de man zwaar aan. Daarom zal de rechtbank hem in de proceskosten veroordelen.
- griffierecht: € 87,-
- salaris advocaat: € 1.535,- (2,5 punt x tarief € 614,-)
- nakosten: € 178,-