ECLI:NL:RBDHA:2025:26321

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
11 januari 2026
Zaaknummer
C/09/691194 / JE RK 25-1560
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp

Op 11 december 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in de zaak van Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden betreffende een minderjarige, geboren in 2012. De kinderrechter verleent een machtiging om de minderjarige uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden, met ingang van 15 december 2025. Deze beslissing volgt op een eerdere beschikking van 15 september 2025, waarin al een machtiging was verleend voor een periode van drie maanden, die op 15 december 2025 afloopt. De kinderrechter heeft de ontwikkeling van de minderjarige beoordeeld, waarbij is vastgesteld dat zij positieve stappen heeft gezet, maar ook dat er zorgen zijn over haar gedrag en welzijn. De kinderrechter concludeert dat jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige belemmeren. De kinderrechter heeft vastgesteld dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen aan te pakken en dat een verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk is om te voorkomen dat de minderjarige zich onttrekt aan de benodigde jeugdhulp. De beschikking is openbaar uitgesproken en er is een mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/691194 / JE RK 25-1560
Datum uitspraak: 11 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteland] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. B.S. van Haeften uit Den Haag.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Bij beschikking van 15 september 2025 heeft de kinderrechter in deze rechtbank een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 15 september 2025 tot 15 december 2025. Het verzoek is voor het overige aangehouden.
1.2.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 15 september 2025 en de daarin genoemde stukken;
- de schriftelijke update van de gecertificeerde instelling van 27 november 2025.
1.3.
Op 11 december 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] met haar advocaat;
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover - in aanwezigheid van haar advocaat - een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 15 september 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden. Het aangehouden deel van dit verzoek strekt tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige] laat een positieve ontwikkeling zien. Zij kookt, sport, fietst graag en gaat één keer per maand op weekendverlof naar de zus van haar voormalig pleegmoeder. [minderjarige] durft om hulp te vragen, waaronder over het contact met een groepsgenoot. Zorgelijk is dat het gedrag dat [minderjarige] op Bonaire vertoonde, opstandig en zelfbepalend, steeds vaker te zien is. Zij komt te laat op school of weigert naar school of activiteiten te gaan. Als [minderjarige] gefrustreerd is, uit zij dit onder meer met schreeuwen. [minderjarige] heeft moeite met oorzaak en gevolg en vindt het moeilijk om haar eigen grenzen te (h)erkennen en te bewaken. Gewerkt moet worden aan haar weerbaarheid en beïnvloedbaarheid. De behandeling van [minderjarige] is nog onvoldoende van de grond gekomen. Zij staat op de wachtlijst voor traumabehandeling. [minderjarige] vond het niet prettig om bij de psychomotorische therapie behandeld te worden door een man. Zij staat nu op de wachtlijst voor beeldende therapie met een vrouwelijke behandelaar. De jeugdbeschermer probeert te regelen dat [minderjarige] zo snel mogelijk met therapie kan beginnen. Er zijn ook zorgen over de fysieke gezondheid van [minderjarige] , omdat zij geen goed dag- en nachtritme heeft en haar lichaamsgewicht toeneemt. Gedacht wordt aan het onderzoeken van een medische oorzaak, maar [minderjarige] weigert het hiervoor benodigde bloed te laten prikken. De complexiteit van haar problematiek maakt het noodzakelijk dat [minderjarige] langer bij [instelling] zal moeten verblijven. Bij [instelling] kan worden voldaan aan [minderjarige] ’s intensieve begeleidingsbehoefte en deze mogelijkheid is er in een open setting niet. Voordat [minderjarige] naar een open setting toe kan, moet zij eerst voldoende profiteren van de behandeling. Het is nog niet duidelijk of [minderjarige] in een open setting bij [instelling] kan verblijven vanwege [minderjarige] ’s licht verstandelijke beperking. De jeugdbeschermer probeert hier zo snel mogelijk duidelijkheid over te krijgen. De jeugdbeschermer zal met [minderjarige] naar Bonaire gaan voor een vakantie.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens [minderjarige] is ingestemd met het verzochte, omdat zij het verblijf bij [instelling] als prettig ervaart. [minderjarige] heeft zich de afgelopen periode positief ontwikkeld. Zij is behulpzaam en vriendelijk op de groep. [minderjarige] gaat met verlof naar de zus van haar voormalig pleegmoeder, sport, fietst en is begonnen met gezonder eten. [minderjarige] vindt school leuk en is graag creatief bezig. Zij mag zelfstandig naar activiteiten fietsen. Er zijn nog wel zorgpunten. Zo zou [minderjarige] graag hulp krijgen bij het beter in slaap komen. Ook is het belangrijk dat [minderjarige] zich openstelt voor behandeling. [minderjarige] wordt beïnvloed door een groepsgenoot en het is belangrijk dat zij leert om hier weerbaar tegen te worden. [minderjarige] praat hierover met haar begeleiders. [minderjarige] vindt het leuk dat zij samen met haar voogd op vakantie naar Bonaire zal gaan.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. [minderjarige] heeft bij [instelling] een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Bij [instelling] wordt haar de rust, stabiliteit en begeleiding geboden die [minderjarige] nodig heeft om tot ontwikkeling te komen. Tegelijkertijd zijn er ook nog zorgen over de kwetsbaarheid en weerbaarheid van [minderjarige] en is steeds vaker opstandig en zelfbepalend gedrag zichtbaar. Het is noodzakelijk dat [minderjarige] zo snel mogelijk beeldende en traumatherapie zal ontvangen om ervoor te zorgen dat zij zich positief kan blijven ontwikkelen. Daarnaast moet er worden gekeken hoe [minderjarige] kan worden geholpen met het beter in slaap vallen, zodat zij op tijd naar school kan gaan.
5.3.
De kinderrechter machtigt de gecertificeerde instelling om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 15 december 2025 tot 15 maart 2026.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 21 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).