ECLI:NL:RBDHA:2025:26297

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
11 januari 2026
Zaaknummer
C/09/671748 / FA RK 24-6215
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Omgangsregeling en informatieregeling in een familiezakenprocedure

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 11 december 2025 een beschikking gegeven in een familiezakenprocedure betreffende de omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige dochter, [minderjarige]. De vader heeft verzocht om een omgangsregeling vast te stellen, waarbij hij eenmaal per week een dag(deel) met zijn dochter zou kunnen doorbrengen, en om een informatieregeling met betrekking tot belangrijke zaken in het leven van [minderjarige]. De moeder en de stiefvader hebben verweer gevoerd, waarbij zij hun zorgen over de verslavingsproblematiek van de vader en de impact van zijn verleden met huiselijk geweld hebben geuit. De rechtbank heeft vastgesteld dat het te vroeg is om een omgangsregeling vast te stellen, gezien de lange periode van geen contact tussen de vader en [minderjarige] en de zorgen van de moeder en stiefvader. De rechtbank heeft partijen aangemoedigd om een hulpverleningstraject te volgen, zoals het traject 'Words and Pictures', om de communicatie en het contact tussen de vader en [minderjarige] op een veilige manier op te bouwen. De rechtbank heeft het verzoek van de vader tot omgang afgewezen, maar heeft wel een informatieregeling vastgesteld waarbij de moeder de vader eens per kwartaal op de hoogte zal houden van belangrijke zaken met betrekking tot [minderjarige].

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-6215
Zaaknummer: C/09/671748
Datum beschikking: 11 december 2025

Omgang

Beschikking op het op 28 augustus 2024 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.G.T. Meershoek te Den Haag.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.P. Lagerweij te Delft,

[de stiefvader] ,

de stiefvader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.P. Lagerweij te Delft,

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
  • het F9-formulier van 12 november 2025, met bijlagen, van de vader.
[minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 13 november 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder en de stiefvader, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] , namen de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Feiten

- De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.
- De vader en de moeder zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] .
- [minderjarige] is door de vader erkend.
- [minderjarige] verblijft bij de moeder en de stiefvader.
- Bij beschikking van 17 november 2017 zijn de verzoeken van de vader tot gezamenlijk gezag en tot het vaststellen van een omgangsregeling afgewezen.
- Bij beschikking van 8 september 2020 zijn de moeder en de stiefvader gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] en is de geslachtsnaam van [minderjarige] van “ [geslachtsnaam 1] ” gewijzigd in “ [geslachtsnaam 2] ”.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt:
- een omgangsregeling vast te stellen tussen de vader en [minderjarige] , in die zin dat zij bij de vader zal verblijven:
- eenmaal per week gedurende een dag(deel) in onderling overleg tussen partijen vast te stellen na het volgen van een begeleid omgangstraject bij een omgangshuis;
- te bepalen dat de moeder, met ingang van de te wijzen beschikking, iedere maand aan de man per mail op het mailadres [e-mailadres] een e-mail dient te sturen met de navolgende informatie:
- informatie over de lichamelijke en geestelijke gezondheidstoestand van [minderjarige] ;
- schoolkeuze;
- aan welke buitenschoolse activiteiten zij deelneemt en van welke sportvereniging dan wel andere vereniging zij lid is;
- welke belangrijke beslissingen in haar leven er in de komende mand genomen dienen te worden,
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt de moeder zelfstandig:
- te bepalen dat de vader en de moeder een traject zullen volgen bij Ouderschap Blijft voordat een omgangsregeling wordt vastgesteld, in welk traject ook de stiefvader zal worden betrokken.

Beoordeling

Omgangsregeling
Juridisch kader
De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat uit artikel 1:377a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat een kind recht op omgang met zijn ouders heeft en dat de niet met het gezag belaste ouder het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind heeft. Op grond van lid 2 van voormeld artikel kan de rechter op verzoek van (één van) de ouder(s) een omgangsregeling vaststellen of het recht op omgang (tijdelijk) ontzeggen.
Standpunt vader
De vader verzoekt een omgangsregeling tussen hem en [minderjarige] vast te leggen. Na de relatiebreuk met de moeder is de verslavingsproblematiek van de vader toegenomen waardoor hij een behandeling is ondergaan bij [instelling 1] . De vader heeft vervolgens een periode in [instelling 2] verbleven en woont inmiddels een jaar zelfstandig. Hij ontvangt nu ambulante hulpverlening. De vader is niet volledig abstinent en benoemt dat hij zo nu en dan alcohol drinkt. Vanwege zijn problematiek is hij de afgelopen jaren niet beschikbaar geweest voor [minderjarige] . De vader zou graag een vaderrol in het leven van [minderjarige] vervullen en realiseert zich dat hij niet zomaar onverkort weer terug in haar leven kan komen en dat dit met professionele begeleiding dient te worden vormgegeven. Het contact dient langzaam, op gepaste wijze en onder professionele begeleiding te worden vormgegeven. Ook geeft de vader aan bereid te zijn in gesprek te gaan met de moeder en de stiefvader. De vader hoopt dat door het indienen van zijn verzoek een opening kan worden gevonden om contact op te bouwen.
Standpunt moeder en stiefvader
De moeder heeft na het beëindigen van de relatie met de vader een relatie gekregen met de stiefvader. De stiefvader is sinds 2020 belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] en zij draagt sindsdien ook zijn achternaam. [minderjarige] weet dat de stiefvader niet haar biologische vader is. [minderjarige] heeft sinds 2017 geen contact meer gehad met de vader en kan daardoor geen voorstelling meer maken van hem. In het verleden is het niet gelukt een omgangsregeling vast te stellen vanwege onder andere het drankmisbruik van de vader, het
ontbreken van communicatie, zijn agressie en huiselijk geweld. Dat de vader niet volledig abstinent is van alcohol baart de moeder en stiefvader zorgen, aangezien dit in het verleden verbonden was aan het huiselijk geweld. Het is dan ook voor de moeder van belang dat de vader erkenning geeft voor het huiselijk geweld en de impact die dat heeft gehad op zowel de moeder als [minderjarige] . Het hebben van onderlinge communicatie is volgens de moeder een basisvoorwaarde voor het opstarten van een omgangsregeling. Hiervoor dienen partijen, bijvoorbeeld bij Ouderschap Blijft of [instelling 3] , in gesprek te gaan. De voorgestelde omgangsregeling is daarnaast te uitgebreid. Een lagere frequentie, zoals een dagdeel per maand, is meer passend. Indien [minderjarige] behoefte heeft aan meer contact, dan zullen de moeder en de stiefvader meewerken aan uitbereiding van het contact. Een voorwaarde voor hen is dat de omgang zal worden begeleid door een gespecialiseerde instelling, zoals een omgangshuis. Daarbij dient ook rekening te worden gehouden met de behoefte van [minderjarige] .
Raad
De Raad heeft ter zitting naar voren gebracht dat het belangrijk is dat [minderjarige] een positief dan wel neutraal beeld kan krijgen van de vader. Het is op dit moment te vroeg om te werken aan contactherstel. De Raad vindt het meer passend om [minderjarige] het verhaal van de vader te vertellen. Hiervoor kan een hulpverleningstraject als Words and Pictures worden ingezet, waaraan de vader, de moeder en de stiefvader kunnen deelnemen. Ook benoemt de Raad dat de vader een brief kan schrijven aan [minderjarige] en daarbij een foto van hem toe te voegen.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank heeft op de zitting uitvoerig met partijen gesproken over de stand van zaken en wat op dit moment het meest in het belang van [minderjarige] zou zijn. Voor alle betrokkenen is duidelijk dat het te vroeg is om te werken aan contactherstel tussen de vader en [minderjarige] . Er is in het verleden veel gebeurd en er is gedurende een te lange periode geen contact tussen hen geweest waardoor het niet wenselijk is om nu te starten met een omgangsregeling. [minderjarige] heeft in het gesprek met de kinderrechter ook duidelijk gemaakt daarvoor niet open te staan.
De partijen hebben op de zitting hun bereidheid uitgesproken om een hulpverleningstraject te volgen zoals door de Raad is geadviseerd. Partijen hebben, na een korte schorsing van de zitting, afgesproken dat de moeder via de huisarts dan wel via [instelling 4] een aanvraag zal doen voor het traject Words and Pictures dan wel een vergelijkbaar traject. Indien [instelling 4] aangeeft dit niet aan te bieden, dan zal de moeder navragen bij welke hulpverleningsinstantie dit wel mogelijk is en zal zij zich daar aanmelden. De communicatie hierover tussen de vader en de moeder zal verlopen via het e-mailadres van de vader ( [e-mailadres] ).
Partijen zullen via voornoemd traject onder begeleiding starten met het schrijven van het levensverhaal van [minderjarige] en de vader. [minderjarige] heeft momenteel een negatief beeld van haar vader. Voor haar ontwikkeling is van belang dat ze weet wie haar vader is en om een positief of in ieder geval neutraal beeld van haar vader te krijgen. Door de inzet van een hulpverleningstraject, zoals Words and Pictures, wordt [minderjarige] de gelegenheid geboden om een compleet beeld van de vader te krijgen en haar vader zo te leren kennen. Mogelijk ontstaat er daardoor in de toekomst alsnog ruimte bij [minderjarige] om contact met de vader te willen. Afhankelijk van het verloop van dit hulpverleningstraject, kunnen partijen gezamenlijk besluiten om een traject ouderschapsbemiddeling te volgen, bij welk traject ook de stiefvader zal worden betrokken. Tijdens dat traject zullen ouders dan kunnen werken aan een herstel van vertrouwen en een verbetering van de onderlinge communicatie.
De rechtbank ziet geen aanleiding om het hulpverleningstraject af te wachten en zal een eindbeschikking geven. Het voorgaande brengt mee dat de rechtbank het verzoek van de vader ten aanzien van de omgang en het daarmee verband houdende zelfstandige verzoek van de moeder en stiefvader ten aanzien van Ouderschap Blijft zal afwijzen.
Informatieregeling
Op grond van artikel 1:377b, lid 1 BW is de ouder die met het gezag is belast gehouden de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen over gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen. Over daaromtrent te nemen beslissingen. Op verzoek van een ouder kan de rechter ter zake een regeling vaststellen.
De vader verzoekt een informatie- en consultatieregeling vast te stellen van eenmaal in de maand per e-mail, zodat hij betrokken wordt bij het nemen van beslissingen over [minderjarige] en op de hoogte is van belangrijke zaken in haar leven. De moeder en de stiefvader zijn bereid de vader eens per drie maanden te informeren. Zij merken daarbij op dat zij de vader niet zullen consulteren over gezagsbeslissingen. De vader is immers niet belast met het ouderlijk gezag. Ter zitting heeft de vader bij monde van zijn advocaat ingestemd met het voorstel van de moeder en de stiefvader van een informatieregeling waarbij zij de vader eens per drie maanden informeren over [minderjarige] .
De rechtbank is van oordeel dat het belangrijk is dat de vader eens per kwartaal op de hoogte wordt gehouden van de ontwikkeling van [minderjarige] . De rechtbank zal het de informatieregeling bepalen zoals ter zitting door partijen is overeengekomen.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de moeder ieder kwartaal een e-mail aan de vader (via mailadres [e-mailadres] ) zal sturen met de navolgende informatie :
- informatie over de lichamelijke en geestelijke gezondheidstoestand van [minderjarige] ;
- haar schoolkeuze;
- aan welke buitenschoolse activiteiten zij deelneemt en van welke sportvereniging dan wel andere vereniging zij lid is;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, kinderrechter, bijgestaan door mr. I.M. Kroon als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 december 2025.