ECLI:NL:RBDHA:2025:26296

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
11 januari 2026
Zaaknummer
C/09/635696 / FA RK 22-6352
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253c BWArt. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gezamenlijk gezag over beide minderjarige kinderen ondanks communicatieproblemen

De rechtbank Den Haag behandelde op 11 december 2025 een verzoek van de vader om samen met de moeder het gezag over hun tweede minderjarige kind te verkrijgen. De moeder verzocht om het gezamenlijk gezag over het eerste kind te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag te geven over beide kinderen.

De rechtbank handhaafde eerdere beslissingen en overwoog dat het uitgangspunt is dat ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen. Hoewel de communicatie tussen ouders moeizaam verloopt en de vader soms traag reageert op gezagsbeslissingen, is er geen onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren raken. De vader stemt tot nu toe steeds in met belangrijke beslissingen.

De Raad voor de Kinderbescherming constateerde geen fundamenteel verschil in visie tussen ouders, maar adviseerde betere afspraken over het tempo van beslissingen. De rechtbank verwacht dat de vader zich in de toekomst sneller zal uitlaten en benadrukte dat hij moeilijke beslissingen ook zonder advies van zijn moeder moet kunnen nemen.

De rechtbank besloot het gezamenlijk gezag over beide kinderen toe te wijzen aan vader en moeder, verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en bepaalde dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag over beide kinderen toe en wijst het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag af.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 22-6352
Zaaknummer: C/09/635696
Datum beschikking: 11 december 2025

Gezag

Beschikking op het op 22 september 2022 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H.J. Ruysendaal te Rotterdam.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.H. Remmelink te Zoetermeer, voorheen mr. H. Franken te Zoetermeer.

Procedure

Bij beschikking van 22 mei 2025 van deze rechtbank is een omgangs- c.q. zorgregeling bepaald ten aanzien van de kinderen en is een beslissing ter zake van het gezag aangehouden.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook:
  • het F9-formulier van 2 juni 2025, van de moeder;
  • het F9-formulier van 31 oktober 2025, met bijlagen, van de moeder;
  • het F9-formulier van 4 november 2025, met bijlagen, van de moeder.
Op 13 november 2025 is de behandeling ter terechtzitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam], namen de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
In het kader van een opleidingstraject heeft een griffier de mondelinge behandeling als toehoorder bijgewoond.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Partijen oefenen nu over [minderjarige 1] het gezamenlijk gezag uit. Over [minderjarige 2] oefent de moeder het eenhoofdig gezag uit. De vader heeft verzocht om samen met de moeder te worden belast met het gezag over [minderjarige 2]. De moeder voert hiertegen verweer en heeft verzocht om het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] te beëindigen en haar met het eenhoofdig gezag te belasten.
Standpunt van de vader
De vader wil het gezamenlijk gezag over beide kinderen. De vader heeft altijd toestemming gegeven voor gezagsbeslissingen ten aanzien van [minderjarige 1] en er is geen sprake van een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren raken als beide ouders worden belast met het ouderlijk gezag. De vader geeft verder aan met zijn moeder te overleggen als hij advies nodig heeft over gezagsbeslissingen.
Standpunt van de moeder
De moeder wil het eenhoofdig gezag over beide kinderen. De moeder stelt dat de vader niet tijdig reageert op gezagsbeslissingen die moeten worden genomen. Sterker nog, de vader reageert slechts indien de vraag aan hem wordt gesteld via een hulpverleningsinstantie. De houding van de vader frustreert aldus het tempo waarin gezagsbeslissingen worden genomen. Er is sprake van een tendens waarbij steeds de bemoeienis van een hulpverlener noodzakelijk is om reactie van de vader te krijgen. Dit is op langere termijn niet houdbaar aangezien de hulpverlening niet oneindig zal voortduren. Daarnaast verloopt de communicatie met de vader ook niet goed en dit is wel noodzakelijk voor het uitvoeren van het gezamenlijk gezag. Ook merkt de moeder op dat de moeder van de vader wordt betrokken bij het nemen van gezagsbeslissingen. De moeder vindt dit geen goede manier om uitvoering te geven aan het gezamenlijk gezag.
De Raad
De Raad heeft ter zitting naar voren gebracht dat geen sprake lijkt te zijn van een fundamenteel visieverschil tussen de ouders ten aanzien van de kinderen. De communicatie tussen de ouders verloopt alleen moeizaam. De Raad benoemt dat er twee snelheden zijn als het gaat om gezagsbeslissingen. Enerzijds zijn er beslissingen die ouders zien aankomen, zoals een schoolkeuze, waarbij er een langere tijd is om informatie in te winnen en na te denken over een beslissing. Anderzijds zijn er beslissingen die direct genomen dienen te worden, bijvoorbeeld bij een calamiteit. De Raad acht het wenselijk dat de ouders met elkaar in gesprek gaan en indien mogelijk nadere afspraken maken over het tempo bij het nemen van gezagsbeslissingen.
Beoordeling door de rechtbank
Op grond van artikel 1:253c lid 1 van het Burgerlijke Wetboek (BW) kan de tot het gezag bevoegde ouder van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag over het kind te belasten. Op grond van artikel 1:253n BW kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, als later de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hier binnen afzienbare tijd voldoende verbetering in zou komen, of als wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De rechtbank zal het verzoek van de vader toewijzen en het verzoek van de moeder afwijzen. Zij overweegt daartoe dat het uitgangspunt is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kinderen uitoefenen. Het is de rechtbank niet gebleken dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij uitoefening van het gezamenlijk gezag klem of verloren raken tussen de ouders of dat eenhoofdig gezag anderszins in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is. De rechtbank overweegt verder dat de huidige gang van zaken niet de schoonheidsprijs verdient. Gebleken is dat de reactie van de vader bij gezagsbeslissingen lang op zich kan laten wachten, wat voor ergernis bij de moeder zorgt. De rechtbank stelt daarentegen wel vast dat de vader tot nu toe steeds heeft ingestemd met de voorgelegde gezagsbeslissingen, zoals hulpverleningstrajecten en vakanties. Dat de vader daarbij het tempo van de moeder niet volgt en dat zijn tempo bij haar tot irritaties leidt, begrijpt de rechtbank maar dat maakt niet dat daarmee een risico bestaat dat de kinderen klem en verloren raken. De rechtbank verwacht wel dat de vader zich in de toekomst sneller zal uitlaten over gezagsbeslissingen zodat onnodige vertragingen en onderlinge irritaties tussen de ouders worden voorkomen. De rechtbank wil de vader tot slot meegeven dat hij ook zonder advies van zijn moeder moeilijke gezagsbeslissingen moet kunnen nemen. Mogelijk kan een hulpverleningsinstantie de vader hierbij ondersteunen en ouders helpen bij het maken van de afspraken zoals door de Raad is geadviseerd.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarige:
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats];
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door
mr. I.M. Kroon als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 december 2025.