De rechtbank Den Haag behandelde op 11 december 2025 een verzoek van de vader om samen met de moeder het gezag over hun tweede minderjarige kind te verkrijgen. De moeder verzocht om het gezamenlijk gezag over het eerste kind te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag te geven over beide kinderen.
De rechtbank handhaafde eerdere beslissingen en overwoog dat het uitgangspunt is dat ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen. Hoewel de communicatie tussen ouders moeizaam verloopt en de vader soms traag reageert op gezagsbeslissingen, is er geen onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren raken. De vader stemt tot nu toe steeds in met belangrijke beslissingen.
De Raad voor de Kinderbescherming constateerde geen fundamenteel verschil in visie tussen ouders, maar adviseerde betere afspraken over het tempo van beslissingen. De rechtbank verwacht dat de vader zich in de toekomst sneller zal uitlaten en benadrukte dat hij moeilijke beslissingen ook zonder advies van zijn moeder moet kunnen nemen.
De rechtbank besloot het gezamenlijk gezag over beide kinderen toe te wijzen aan vader en moeder, verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en bepaalde dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.