ECLI:NL:RBDHA:2025:26278

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
10 januari 2026
Zaaknummer
C/09/695151 / FA RK 25-8905
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansluitende zorgmachtiging tot het verlenen van verplichte zorg voor een betrokkene met psychische stoornissen

Op 10 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven inzake een aansluitende zorgmachtiging voor een betrokkene, geboren in 1999, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis, PTSS en mogelijk een persoonlijkheidsstoornis. De officier van justitie had op 26 november 2025 een verzoek ingediend voor een aansluitende zorgmachtiging op basis van artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Tijdens de mondelinge behandeling op 10 december 2025 werd betrokkene bijgestaan door zijn advocaat en een tolk. De advocaat pleitte voor afwijzing van het verzoek, stellende dat betrokkene goed functioneert en dat verdere behandeling in een ambulante setting mogelijk is. De psychiater bevestigde dat betrokkene al vijf maanden in de huidige accommodatie verblijft, maar dat er geen actieve ambulante zorg is en dat het forensisch risico te hoog is om over te plaatsen.

De rechtbank oordeelde dat er ernstig nadeel voor betrokkene en anderen aanwezig is, en dat verplichte zorg noodzakelijk is om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren. De rechtbank verleende de zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden, tot en met 10 december 2026, en wees het meer of anders verzochte af. De beschikking is gegeven door mr. H.D. Overbeek, rechter, en is vastgesteld op 19 december 2025. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/695151 / FA RK 25-8905
Datum beschikking: 10 december 2025

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats], [geboorteland],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling], te [plaats 1],
advocaat: mr. B.F. van Es te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 26 november 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 13 november 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 10 november 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 21 november 2025;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 december 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk Syrisch-Arabisch;
- de psychiater, mevrouw [naam 2].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is naar voren gebracht dat het goed met hem gaat. Betrokkene geeft aan dat hij zal worden overgeplaatst naar [accomodatie], dat is een andere accommodatie. Hij stelt dat hij eerder in [accomodatie] opgenomen is geweest. Vervolgens is hij ambulant behandeld in de gemeente [plaats 2]. Toen het daar mis ging is hij naar de huidige accommodatie is overgeplaatst. Daarbij ervaart hij dat er vanuit de huidige behandelaars en de accommodatie geen hoop meer voor hem is. De advocaat pleit primair voor afwijzing van het verzoek. Betrokkene verblijft inmiddels vijf maanden in de accommodatie zonder perspectief en erkent zelf dat de medicatie goed op hem werkt. Betrokkene stelt dat verdere behandeling in een ambulante setting mogelijk is en dat er geen ernstig nadeel aanwezig is. De zorgmachtiging verlenen voor de duur van twaalf maanden is disproportioneel. Subsidiair pleit de advocaat, bij een toewijzing van de zorgmachtiging, voor een kortere duur dan is verzocht, te weten zes maanden met een evaluatiemoment halverwege.
De psychiater heeft naar voren gebracht dat betrokkene al ongeveer vijf maanden opgenomen is, terwijl de maximale opname op de huidige afdeling vijftien weken bedraagt. Momenteel is er geen actieve ambulante zorg en ontbreekt samenwerking met de ambulante behandelaar. Het forensisch risico wordt als te hoog ingeschat, waardoor hij nog steeds op deze locatie verblijft. Betrokkene staat op de wachtlijst voor overplaatsing naar [accomodatie], waar hij eerder opgenomen is geweest. Tijdens de huidige opname vertoont betrokkene een psychotisch toestandsbeeld met achterdochtige wanen en veel verbale agressie richting het behandelteam en ambulante behandelaars. Hij uit met regelmaat bedreigingen richting derden, ook via zijn telefoon. Hierdoor wordt zijn telefoon met regelmaat tijdelijk in beslag genomen. Vergeleken met het begin van de opname is het toestandsbeeld aanzienlijk verbeterd, maar nog niet voldoende. In [accomodatie] zijn er behandelmogelijkheden voor de PTSS, waarbij de verwachting is dat die behandeling het resterende psychotisch toestandsbeeld kan verminderen. Op de huidige plek is betrokkene uitbehandeld.

Beoordeling

Op 24 december 2024 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden tot en met 24 december 2025.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornissen, te weten een schizofreniespectrumstoornis, PTSS en een stoornis in het gebruik van cannabis. Daarnaast is mogelijk sprake van een persoonlijkheidsstoornis of een lager IQ.
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Voorafgaand aan de opname was het psychiatrisch beeld van betrokkene instabiel en vertoonde hij agressief gedrag, waaronder (doods)bedreigingen richting hulpverleners en het lastigvallen van mensen op straat. Gedurende de opname blijkt de agressie voort te komen uit psychotische belevingen. Betrokkene is verbaal en fysiek agressief richting voorwerpen en kan hiermee agressie op zichzelf afroepen. Behandelaren weigeren verdere samenwerking vanwege de dreigingen, waardoor betrokkene zichzelf van zorg isoleert en psychische schade kan veroorzaken bij zichzelf en anderen. Vanwege gebrek aan ziektebesef en -inzicht wordt verwacht dat betrokkene medicatie zal staken buiten de kliniek, met risico op psychiatrische achteruitgang.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat betrokkene zijn psychische stoornis betwist. Hierdoor ziet hij het belang van medicatie en opname niet in. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Gelet op hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van:
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek.
Niet gebleken is dat deze vormen van zorg in het verleden noodzakelijk zijn geweest en niet voorzienbaar is dat het opleggen hiervan direct noodzakelijk zal zijn. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats], [geboorteland],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 december 2026;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.D. Overbeek, rechter, bijgestaan door L. Batenburg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 december 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 december 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.