ECLI:NL:RBDHA:2025:26243

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
10 januari 2026
Zaaknummer
C/09/688842 / HA RK 25-371
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wet vaststellingsprocedure staatloosheidStaatsblad 2023, 230
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling van staatloosheid van verzoeker met Palestijnse afkomst

Verzoeker, geboren in 1996 in Saoedi-Arabië en van Palestijnse afkomst, heeft in 2021 Nederland bereikt na vlucht uit Syrië via Turkije en Griekenland. Hij vroeg asiel aan en kreeg een vergunning tot 2027. Verzoeker vroeg de rechtbank om zijn staatloosheid vast te stellen op grond van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid.

De rechtbank onderzocht de nationaliteitsstatus van verzoeker in relatie tot de Palestijnse Gebieden, Saoedi-Arabië, Syrië en Turkije. Hoewel verzoeker documenten overlegde die zijn Palestijnse afkomst ondersteunen, erkent Nederland de Palestijnse nationaliteit niet en beschouwt Palestijnen zonder andere nationaliteit als staatloos. De Saoedische nationaliteit is niet verkregen door geboorte of naturalisatie, en ook de Syrische en Turkse nationaliteit zijn niet aannemelijk vanwege de nationaliteitswetgeving en omstandigheden.

De rechtbank concludeerde dat verzoeker door geen enkele staat als onderdaan wordt beschouwd en stelde zijn staatloosheid vast. Het verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad werd afgewezen. Elke partij draagt haar eigen proceskosten. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoeker staatloos is omdat geen enkele staat hem als onderdaan erkent.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: HA RK 25-371
Zaaknummer: C/09/688842
Datum beschikking: 10 december 2025

Vaststelling van staatloosheid

Beschikking op het op 13 augustus 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] ,

verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F. Uzumcu te Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

(Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst,
verder te noemen “de Staat”),
zetelende te ’s-Gravenhage,
vertegenwoordigd door: mr. S.J. Versteeg.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- de brief van 1 oktober 2025 van de Staat, met bijlagen;
- de brief van 3 oktober 2025 van verzoeker;
- de brief van 6 oktober 2025 van de Staat;
- het e-mailbericht van 5 november 2025 van verzoeker.

Verzoek en het advies van de Staat

Het verzoekschrift strekt tot vaststelling van staatloosheid van verzoeker, dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen voorziening, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.
De Staat adviseert het verzoek toe te wijzen, als de rechtbank een onmiddellijk belang bij de vaststellingsprocedure aanwezig acht of als een belang door verzoeker later wordt aangevoerd.
Omdat het advies van de Staat overeenstemt met wat is verzocht, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen. Partijen hebben hiermee ingestemd.

Feiten

De volgende feiten blijken uit het dossier dan wel zijn door de Staat vastgesteld, zodat de rechtbank deze als vaststaand aanneemt.
- Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] , [geboorteland] .
- Verzoeker is in 1998 samen met zijn ouders verhuisd naar Syrië.
- Verzoeker is in september 2021 uit Syrië gevlucht en via Turkije en Griekenland naar Nederland gereisd. Op 24 september 2022 heeft verzoeker in Nederland asiel aangevraagd.
- Tijdens de asielprocedure heeft verzoeker verklaard dat zijn vader de Palestijnse nationaliteit bezit en dat zijn moeder de Syrische nationaliteit bezit.
- Bij besluit van 2 juli 2024 is aan verzoeker een asielvergunning verleend, geldig van 24 september 2022 tot 24 september 2027.
- Verzoeker is in het bezig van de volgende documenten welke in de asielprocedure zijn gecontroleerd door Bureau Documenten van de IND en positief zijn beoordeeld:
 geboorteakte uit Saoedi-Arabië;
 geboorte uittreksel uit Syrië;
 militair boekje uit Syrië;
 individueel uittreksel van het bevolkingsregister in Syrië;
 UNRWA registratiekaart;
 Palestijns paspoort;
 Syrisch reisdocument.

Beoordeling

Juridisch kader
Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van Pro de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid).
Op basis van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op basis van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien hem niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.
Ontvankelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verzoeker in Nederland woont. Verder is – na aanvulling van het verzoek – niet in geschil dat verzoeker onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek.
Relevante landen
De rechtbank ziet aanleiding om de Palestijnse Gebieden, Saoedi-Arabië, Turkije en Syrië in haar beoordeling over de staatloosheid van verzoeker te betrekken. Dit omdat verzoeker stelt van Palestijnse afkomst te zijn, in Saoedi-Arabië is geboren maar het merendeel van zijn leven in Syrië heeft gewoond en na een verblijf van tien maanden in Turkije naar Nederland is gekomen. Evenals de Staat ziet de rechtbank geen aanknopingspunten om andere landen te betrekken in de beoordeling.
Wordt verzoeker als onderdaan van de Palestijnse Gebieden beschouwd?
Gelet op de door verzoeker overgelegde documenten – welke documenten positief zijn beoordeeld door Bureau Documenten van de IND – is het aannemelijk dat verzoeker van Palestijnse afkomst is. Voor zover verzoeker de Palestijnse nationaliteit heeft, geldt het volgende.
Uit het ‘Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden’ (april 2022) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de ‘Werkinstructie SUA’ van 11 december 2020 van de IND (nummer en titel: WI 2020/19 Palestijnen, hierna te noemen: de Werkinstructie) volgt dat Nederland de staat Palestina, en dus ook de Palestijnse nationaliteit, niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen uit de Palestijnse gebieden die geen andere nationaliteit hebben daarom als staatloos.
Wordt verzoeker als onderdaan van Saoedi-Arabië beschouwd?
Verzoeker is geboren in Saoedi-Arabië. Het uitgangspunt van de Saoedische nationaliteitswetgeving is het bloedbeginsel, de nationaliteit wordt niet verkregen op basis van het grondbeginsel. De vader van verzoeker bezit de Palestijnse nationaliteit en de moeder de Syrische nationaliteit. Gelet hierop is het niet aannemelijk dat verzoeker van rechtswege de Saoedische nationaliteit heeft gekregen door zijn geboorte aldaar.
De Saoedische nationaliteit kan ook worden verkregen door naturalisatie. Een vereiste hierbij is dat men minimaal tien jaar in Saoedi-Arabië moet hebben gewoond, wat niet het geval is bij verzoeker.
De rechtbank vindt het – gelet op het voorgaande – niet aannemelijk dat verzoeker beschikt over de Saoedische nationaliteit.
Wordt verzoeker als onderdaan van Syrië beschouwd?
Op grond van de nationaliteitswetgeving van Syrië (decreet 276 uit 1969; bevestiging hiervan is te vinden in het ‘Algemeen Ambtsbericht Syrië’ (mei 2022) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken) kan de Syrische nationaliteit onder andere worden verkregen door afstamming van een Syrische vader. Een moeder kan naar Syrisch nationaliteitsrecht haar nationaliteit alleen doorgeven in het geval het kind is geboren in Syrië en de vader het kind niet heeft erkend. Van deze situaties is in dit geval niet gebleken, zodat het niet aannemelijk is dat verzoeker de Syrische nationaliteit via zijn vader of moeder kan hebben verkregen.
Uit de hiervoor genoemde Werkinstructie volgt dat Palestijnen in Syrië in principe staatloos zijn en niet kunnen naturaliseren.
Gelet op het voorgaande vindt de rechtbank het niet aannemelijk dat verzoeker beschikt over de Syrische nationaliteit.
Wordt verzoeker als onderdaan van Turkije beschouwd?
Verzoeker heeft na zijn vlucht uit Syrië tien maanden in Turkije verbleven. De Turkse nationaliteit wordt verkregen door afstamming, geboorte op Turks grondgebied of door naturalisatie. Gelet op de nationaliteit van de ouders van verzoeker en het korte verblijf in Turkije is het naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk dat verzoeker de Turkse nationaliteit heeft verkregen.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat niet is gebleken dat verzoeker door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd, zodat de staatloosheid van verzoeker kan worden vastgesteld.
Uitvoerbaarverklaring bij voorraad
De aard van de procedure leent zich niet voor uitvoerbaar bij voorraad verklaring, zodat dit verzoek wordt afgewezen.
Proceskosten
Gelet op de aard van de procedure zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
stelt vast dat verzoeker staatloos is;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, rechter, bijgestaan door
mr. N.C. Gantenbein als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 december 2025.